Toekomst voor de verzuurde Peel

Koningin Beatrix kreeg vanmorgen bij haar bezoek aan Noord-Limburg te horen dat er weer toekomst is voor de Peel. Eensgezind op zoek naar oplossingen in de verzuurde Peel.

Op weinig plaatsen in Nederland is de confrontatie tussen landbouw en natuur zo groot als in de Peel. Hier staan intensieve veehouderijen tussen de laatste hoogveengebieden. Nergens telt Nederland zoveel stallen, nergens ook overlappen de stankcirkels elkaar zo vaak en nergens is de bodem zo verzuurd. In Oost-Brabant en Noord-Limburg wonen meer varkens dan mensen.

Juist hier, in de zo bedreigde Peel, blijkt de eensgezindheid groot. Waar vroeger boeren, natuurbeschermers en overheden elkaar bestreden, hebben de belangengroepen elkaar gevonden om iets aan de milieuproblemen te doen en de oude Peel te herstellen. Versnipperde natuurgebieden worden aan elkaar gekoppeld, de ammoniakuitstoot wordt beperkt en agrarische bedrijven worden met steun van de overheid verplaatst.

Vanmorgen sprak koningin Beatrix tijdens haar werkbezoek aan Noord-Limburg met de betrokken partijen. In het gemeentehuis van Nederweert werd Limburgse vlaai geserveerd en kreeg Hare Majesteit uitleg: over varkensvrije gebieden, gebieden waar varkenshouderijen niet meer mogen uitbreiden en gebieden waar nieuwe bedrijven die aan strenge milieueisen voldoen welkom zijn. Nederweert is aangewezen als proefproject voor de reconstructie van de intensieve veehouderij. De gemeente krijgt een locatie voor nieuwe, milieuvriendelijkere veehouderijen.

Voordat de turfstekers in de vorige eeuw, daartoe aangemoedigd door de rijksoverheid, de Peel op de schop namen was het een ongerept hoogveengebied vol voedselarme veenmoerassen (`Peelen') van in totaal 30.000 hectare.

Ooit strekte de Peel zich uit van Weert tot Uden, veertig bij acht kilometer groot. Onherbergzaam en verraderlijk. ,,Daarvan is slechts een fractie over'', zegt C. Viveen, medewerker van de stichting Werkgroep Behoud de Peel. De grootste stukken zijn de Groote Peel (1.500 ha), Mariapeel (1.200 ha) en de Deurnese Peel (1.000 ha). Viveen: ,,Samen met de verspreid liggende stukken natuur is nog veertig vierkante kilometer Peel over. Daarvan is trouwens maar een klein deel oorspronkelijk hoogveen.''

De werkgroep Behoud de Peel heeft sinds de oprichting in 1978 somberder tijden dan nu meegemaakt. Directe aanleiding voor de oprichting waren de overheidsplannen om een deel van de Groote Peel te ontginnen ter compensatie voor landbouwers, die weg moesten voor de uitbreiding van de woningbouw in Helmond.

De laatste jaren ziet Viveen een omslag in de houding van agrariërs en overheid. ,,De ammoniakproblemen zijn zo groot dat iedereen beseft dat er iets moet gebeuren. De boeren werken mee, de overheid heeft er geld voor over. Ik heb hoop voor de toekomst. Het proces is onomkeerbaar.'' Maar de weg is nog héél lang, zo maakt Viveen tegelijk duidelijk. Het stinkt nog steeds in de Peel. Een penetrante geur van ammoniak, mestoverschotten en varkens. ,,Stinken? Dat is subjectief'', vindt bestuurslid H. Kuepers van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt. Stankgordels bestaan volgens hem vooral op papier, zijn bedacht door ambtenaren. Hoewel ook Kuepers best wil toegeven dat rond veel bedrijven ,,een aroma'' hangt.

Het ministerie van Landbouw stopt miljoenen guldens in het opkopen van landbouwenclaves in en bij de natuurgebieden. Daarmee moeten deze gebieden langzaam naar elkaar toegroeien.

Het duidelijkst zichtbaar is dat tussen de Limburgse Mariapeel en de Brabantse Deurnese Peel. Daar zijn inmiddels tientallen percelen landbouwgrond en vier tuinbouwbedrijven opgekocht. De grond is ontdaan van de voedselrijke toplaag en teruggegeven aan de Peel.

,,Agrariërs zien de noodzaak'', bevestigt bestuurslid Kuepers. Hij praat namens de landbouworganisaties met overheden en milieugroepen over de bedrijfsverplaatsingen. ,,Voor jonge collega's in de Peel is er in de agrarische vestigingsgebieden toekomst. Maar dan moet de maatschappij geld over hebben voor die verplaatsingen. Boeren alleen kunnen het niet betalen.''

Ook A. van der Zee, districtshoofd de Peel van Staatsbosbeheer, heeft een positief verhaal. Van der Zee: ,,Er zijn nog steeds tegenstrijdige belangen. Maar we zitten wel aan tafel om over oplossingen te praten. De landbouw heeft ingezien dat een starre houding niet meer kan. Met de natuurterreinen gaat het over het algemeen iets beter. Waterconserveringsplannen gaan de verdroging te lijf waardoor zich weer hoogveen kan ontwikkelen. De resultaten in Mariapeel zijn veelbelovend.''

Daar komt bij dat het aantal varkens in de Peel niet meer toeneemt, en dat dankzij de vele regen in de tweede helft van vorig jaar het nationaal park de Groote Peel dit voorjaar een uitstekend broedseizoen kon melden. De Peel herbergt een grote collectie water- en moerasvogels, waaronder bedreigde soorten als de roerdomp.

,,Het is de moeite waard om de Peel te behouden. We zouden een stuk van onze geschiedenis kwijt zijn'', zegt medewerker Viveen van de werkgroep Behoud de Peel. Voor hem is de Peel de laatste ongebaande wildernis in Nederland.

,,Neem de Deurnese Peel. Tien vierkante kilometer zwerfnatuur, nauwelijks paden. Daar loop je dwars door moerassige vennen. De enige plek in Nederland waar je nog met gevaar voor eigen leven de natuur kunt beleven.''

    • Joep Dohmen