Politie in overtreding

Net als gewone ondernemingen raakt ook de politie soms betrokken bij conflicten over merken en auteursrechten. Onlangs kreeg de politie het aan de stok met rijschool Bergman in Sassenheim. Bergman had zijn wagenpark onderscheiden met een speciaal beeldmerk, een zogenaamde striping. Deze striping, enkele dikke schuine strepen die samen een V vormden, was aangebracht op de voorzijde van de auto's. Dat maakte zijn auto's goed herkenbaar, meende de tevreden Sassenheimer.

De lokale agenten waren minder enthousiast. Zij vonden dat de strepen van Bergman zo dicht in de buurt kwamen bij die van politieauto's dat de gemiddelde Sassenheimer bij nadering van Bergmans lesauto's in de veronderstelling raakte dat de politie hem op de hielen zat. Volgens de agenten schond de rijschoolhouder dan ook de auteursrechten op de politie-striping. Bergman bleek bereid de strepen iets aan te passen, maar dat ging de politie niet ver genoeg. In het kort geding dat volgde, stelde de rechter de agenten in het gelijk. De striping moest van de lesauto's worden verwijderd.

Maar de politie staat niet altijd aan de winnende kant. Soms zijn het juist de agenten die beticht worden van het schenden van andermans rechten. Nog niet zo lang geleden was een promotieteam van de politie aanwezig op een beurs om nieuw personeel te werven. Als aandachttrekker verspreidden de agenten potloden waarop de slogan De Baan stond vermeld, met het woordje De gecursiveerd. Waar deed dat toch aan denken? Inderdaad, aan de ABN Amro, De Bank.

De beurs was nog nauwelijks geopend of De Bank meldde zich bij de agenten. Of de dames en heren van de politie dat cursieve De maar even wilden verwijderen, dat was immers een geregistreerd merk van ABN Amro. De politie had geen zin in heibel of een rechtszaak en liet meteen het cursieve De wegkrassen. Of een rechter ook tegemoet zou zijn gekomen aan de eisen van De bank blijft de vraag.

Toch laat de politie zich niet altijd zo gemakkelijk intimideren. Zo toonde de politie van Maastricht zich eind vorig jaar zeer strijdlustig toen zij werd aangesproken door G. Snelder, de architect van het politiebureau van Maastricht. De agenten hadden bij de verbouwing van het bureau een aantal panelen aan de buitenzijde van het gebouw voorzien van een ander, lichter kleurtje. Volgens Snelder had de politie hiermee zijn persoonlijkheidsrechten geschonden. Persoonlijkheidsrechten geven de maker van een auteursrechtelijk beschermd werk het recht zich te verzetten tegen verminking of aantasting van zijn werk. De agenten weigerden echter de zaak over te schilderen en lieten het op een rechtszaak aankomen.

Tot groot ongenoegen van de agenten kreeg Snelder twee keer gelijk, eerst van de rechtbank en vervolgens, in hoger beroep, van het gerechtshof. Volgens de rechter was de kleurstelling van het gebouw van eminent belang binnen `het architectonisch concept' van Snelder. Door wijziging van de donkere kleur in een lichtere ging het contrast verloren en werden de persoonlijkheidsrechten van Snelder geschonden.

Overschilderen, luidde de uitspraak. Overigens kregen de agenten van het hof wel een bevoorrechte behandeling. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is werd er geen dwangsom vastgesteld. ,,Nu de politie een overheidsorgaan is, mag verwacht worden dat zij rechterlijke uitspraken eerbiedigt'', aldus het hof.