Het studiehuis leidt tot intellectuele versoaping

Iedere middelbare school heeft vanaf deze week een studiehuis. Willem Smit meent dat dit een pedagogische vergissing is, omdat er geen rekening wordt gehouden met het feit dat aan vaardigheden veel traditionele kennis voorafgaat. Het studiehuis is in dit opzicht een miskleun.

Totalitaire regimes, godsdienstige fundamentalisten en utopisten leggen met onderwijs en opvoeding onvolwassenen hun wil op. In een democratie gaat het anders. Daar wordt over een kwestie politiek beslist na een debat waarin maatschappelijke groepen hun belangen en deskundigheid uitspelen. Vervolgens valt overheidsambtenaren de bescheiden taak toe de oplossing te regelen. Zo was het vroeger, maar nu niet meer, getuige de gang van zaken rond een recente onderwijsvernieuwing, het studiehuis.

Wie nemen aan een publiek onderwijsdebat deel? In principe iedereen die wil, maar belangrijk zijn de volgende partijen. De cultuurdragers: de beoefenaars van wetenschap en techniek, beroepen en kunsten. Vervolgens de onderwijsexperts. Dat zijn de docenten en de schoolleiders, de pedagogen, psychologen en onderwijskundigen. Dan de ouders en tenslotte de leerlingen zelf, de nieuwe generatie die, met niets beginnend, de oude cultuurdragers moet aflossen. De daarvoor nodige inspanning is in de loop der eeuwen aanzienlijk toegenomen. We brengen inmiddels gemiddeld twintig procent van ons leven `op school' door.

Bovengenoemde partijen zijn de potentiële deelnemers aan het studiehuisdebat. De spelregels zijn dat men vrijuit spreekt en wordt gehoord, zodat iedereen de kwaliteit van de argumenten en de voorstellen kan toetsen en wegen.

Het studiehuisdebat kende een valse start. De politieke bewindvoerders (ondermeer Wallage, Netelenbos, Ritzen) gingen zelf het onderwijs vernieuwen. Eerst nog onopvallend met een `stuurgroep'; vanaf 1994 met het ambtelijke Procesmanagement Voortgezet Onderwijs (PMVO). Door de andere partijen achteraf bij de voortgang te betrekken stonden deze vanaf het begin buitenspel. De voorstanders hadden geen klagen, de critici werden voor voldongen feiten geplaatst.

Het PMVO beschikt niet over de verzamelde deskundigheid van de andere partijen en bezigt bovendien een actiegroepentaal die kritiek vrijwel uitsluit. De maatschappij verandert snel en heeft dus flexibele mensen nodig. Het studiehuis zal actieve, zelfstandige, gemotiveerde en vaardige leerlingen opleveren. Leer de leerling zichzelf helpen want kennis is voor even, vaardigheid voor het leven en de leerling staat centraal. De docent moet dan wel mínder doen, anders doet de leerling niet méér. Dit laatste opent het enige concrete perspectief. Het hoeft allemaal niets te kosten. De onderbouwing van al dit fraais ontbreekt. Het PMVO besteedt haar krachten liever aan het uitlichten en vergroten van gebreken van het traditionele onderwijs.

Als gezegd staan de critici buitenspel, in het debat nieuwe stijl is geen plaats voor de toets van de experts. Een steekproef.

Dat de ruime ervaring met dit type onderwijs negatief is, en moet zijn, werd door belangrijke pedagogen als Imelman al vroeg onder de aandacht van het PMVO gebracht. Deze kritiek wordt weggemoffeld. Genegeerd wordt de psychologische kritiek dat aan vaardigheden nu eenmaal veel traditionele kennis voorafgaat en dat het studiehuis in dit opzicht een miskleun is. Docenten met bedenkingen worden verguisd, ze gaan niet met hun tijd mee. De werkgevers krijgen geen gehoor. Het VNO/NCW is tevreden met het hoger onderwijs. Ook meent het dat zestig tot zeventig procent van elke opleiding uit een gedegen theoretische basis van kernvakken moet bestaan. Het PMVO ziet evenmin iets in onderzoek naar de gouden bergen die het belooft. Terzijde: ook de leereffecten van het Maastrichtse onderwijs, dat voor het studiehuis model staat, zijn nooit onderzocht.

Hoe stelt de Tweede Kamer zich op? Deze liet zich bij de laatste stemming in 1998 uitsluitend informeren door of via het PMVO. De procesmanagers zijn enthousiast over hun product. Voor de zekerheid hield het PMVO een enigszins kritisch rapport van de onderwijsinspectie, over de eerste ervaringen met het studiehuis, tot na de stemming achter.

Dit brengt ons bij de ouders. Die lijken het allemaal best te vinden. Het studiehuis sluit op het eerste gezicht mooi aan bij wat zij op dit moment belangrijk vinden: opvoeden in zelfstandigheid. De oppervlakkige belangstelling van de ouders is de kern van de zaak.

De individuele burger emancipeert zich op kosten van, en identificeert zich steeds minder met de samenleving. De rationele identificatie is, gezien de rijkdom aan informatie, ook niet eenvoudig: welke samenleving wordt bedoeld? De emotionele is als altijd onscherp en gevoelig voor het eigenbelang. De burger kan zich dus niet blijvend van zijn medeburger onderscheiden, daarom is hij juist burger. Het studiehuis geeft nochtans uitdrukking aan dit verlangen en schrijft voor dat de leerling zich individueel emancipeert van de leerstof en van de docent.

Het studiehuis is dus emancipatie en tijdgeest, maar het is vooral een pedagogische vergissing, die hierin bestaat dat `al doende' de beste manier van leren is. Het is echter praktisch uitgesloten dat leerlingen langs die weg de theoretische begrippen ontdekken die op elk niveau het hart zijn van kennis, wetenschap en beroep, op hun beurt de vliegwielen van onze samenleving.

Het in politiek opzicht asociale individu oefent een liberaal-democratisch grondrecht uit, maar het is wel eentje met een bijsluiter. Deze burger laat in het politieke krachtenveld plaatsen onbezet die ondemocratisch worden ingenomen door expansieve politici, bestuurders en ambtenaren. Daarom bedachten zich breedmakende ambtenaren het ruïneuze studiehuis, daarin geruggesteund door politieke regenten, zonder dat dit opzien baarde.

Het hier geschetste beeld stemt niet vrolijk. De sociaal-democratie heeft een blijvend probleem. Bovendien verbant het studiehuis de concrete en beproefde vakkennis naar het tweede plan. Het studiehuis zal de rationele ontwikkeling van een generatie hinderen. Een generatie, die een maatschappij betreedt die drijft op wetenschap en techniek en tot in de verste uithoeken met kennis is gestoffeerd.

Het studiehuis zal bijdragen aan de intellectuele versoaping waarvan het zelf zo'n goed voorbeeld is. En dan maar hopen dat een kleine groep van wetenschappelijke en technische experts de zaak draaiende houdt. Maar zo werkt het niet, dat gaat niet goed.

Willem Smit is onderwijspsycholoog.