Geen vergoeding simpele medicijnen

Minister Borst (Volksgezondheid) mag van de rechter doorgaan met het schrappen van de vergoeding voor medicijnen die zonder recept verkrijgbaar zijn. Vanaf 1 september moeten deze medicijnen net als vergelijkbare geneesmiddelen waarvoor wel een recept nodig is door de consument zelf worden betaald. Chronische gebruikers van deze medicijnen zijn grotendeels van de maatregel uitgezonderd.

Twee farmaceutische bedrijven, Schering-Plough en UCB Pharma, hadden vorige week in kort geding voor de Haagse rechtbank geëist dat de maatregel van tafel ging. Deze eis werd gisteren door de president, A.H. van Delden, afgewezen. De bedrijven leveren medicijnen tegen allergie (Claritine en Zyrtec) die zonder recept bij drogist of apotheker te krijgen zijn. Die medicijnen worden vanaf 1 september niet meer door het ziekenfonds vergoed. Dat geldt ook voor een aantal met deze medicijnen vergelijkbare geneesmiddelen waarvoor wel een recept nodig is om ze geleverd te krijgen.

De twee bedrijven vrezen dat artsen andere – vaak zwaardere – middelen dan Claritine en Zyrtec zullen gaan voorschrijven omdat die wel worden vergoed. Daardoor zou de maatregel concurrentievervalsend werken. De president van de Haagse rechtbank wijst die opvatting van de hand.

Volgens Van Delden heeft de minister, op advies van de vroegere Ziekenfondsraad, het gevaar voor `substitutie' door wel vergoede andere (en duurdere) medicijnen beperkt. Dit gebeurt door vergelijkbare medicijnen die op recept verkrijgbaar zijn uit te sluiten van vergoeding. De president wijst er daarnaast op dat de organisaties van huisartsen en apothekers geen principiële bezwaren hebben tegen de maatregel.

Volgens een woordvoerder houdt Borst vast aan invoering van de maatregel op 1 september. De minister verwacht dat daardoor de uitgaven dit jaar met zo'n 50 miljoen gulden minder zullen stijgen. Voor de jaren daarna verwacht ze een jaarlijkse besparing van 145 miljoen gulden.