Gangsterkitsch

Al in het busje van het vliegveld van Las Vegas naar de Strip, waar de grote hotels zijn, hoor ik wat ik alle vorige keren ook hoorde: dat het hier vroeger leuker was. We zijn maar met zijn tweeën in de bus, dus we raken in gesprek. Hij komt hier ieder jaar, verbaast zich dan over de nieuwe hotels die er weer bijgebouwd zijn, en hij vond het vroeger leuker.

`Vroeger' is de tijd dat de mafia nog opzichtig aanwezig was in Las Vegas. Slapen en eten was bijna voor niets en voor de prijs van een drankje keek je naar een show van Frank Sinatra en zijn vrienden.

Onder normale omstandigheden zouden deze voordeeltjes niet genoeg reden zijn om een loflied op de mafia te zingen, maar de mensen die het vroeger mooier vonden willen laten zien dat ze door de wol geverfd zijn en dat ze hun kleinburgerlijke normen van goed en kwaad hier hebben afgelegd. Ze hebben even vakantie genomen van de moraal. Er worden in Las Vegas dit jaar meer dan dertig miljoen toeristen verwacht en misschien wanen die zich allemaal een weekeinde lang een

nietzscheaanse amoralist.

De vorige keren kwam ik er in een auto. Een lange tocht door een indrukwekkend landschap, dan een avond en een nacht in het gokparadijs en de volgende ochtend weer terug naar het schaaktoernooi in Californië. Ik vond het heerlijk. Maar nu zag ik van tevoren al op tegen het bezoek. Er moet sinds de laatste keer iets calvinistisch in mijn ziel zijn gekropen, dat mijn plezier in gangsterkitsch en gokken bederft.

In de kranten wordt geschreven over het proces tegen de vermeende moordenaars van Lonnie Binion. Zijn vader Benny was wat in Las Vegas `een legende' wordt genoemd. Een van de pioniers van de gokpaleizen. In zijn Horseshoe casino laten de toeristen zich fotograferen naast een glazen kist met een miljoen dollar en ieder jaar was er het wereldkampioenschap poker. Benny was een soort ereburger van de stad. Er was misschien een moord in zijn verleden en als er naar gevraagd werd zei hij altijd simpel: ,,Ja, er was een vuurgevecht en de man verloor.'' Zo wordt het vertederd opgeschreven in de boeken met anekdotes over Las Vegas.

Zoon Lonnie kreeg een overdosis drugs in zijn maag gepompt om het op zelfmoord te laten lijken en er is sprake van een zilverschat van zeven miljoen dollar die ergens opgegraven is. De verdachten zijn de vriendin van Lonnie met wie hij samenwoonde en een van zijn beste vrienden. Dat wordt straks ook weer een van die leuke anekdotes over de legendes van Las Vegas.

Zoals je nu in het Flamingo Hilton de `Bugsy Siegel video poker parlor' hebt en de `Bugsy deli' en bij het zwembad een herdenkingssteen voor deze ook alweer legendarische gangsterkoning die vlak na de oorlog de Flamingo liet bouwen en het volgend jaar vermoord werd door zijn collega's, omdat hij de goede naam van de stad schaadde. Ergens anders zou de Hiltonketen er niet aan denken om zo opvallend te koketteren met het criminele verleden van het hotel, maar hier is alles `fun', ook moord en afpersing.

Er zijn niet veel Amerikaanse schakers naar het wereldkampioenschap gekomen, maar er zijn er een paar die in de stad wonen en iedere dag komen kijken. Ron ken ik uit 1971, toen hij onderwijzer was en in een voorstad van Los Angeles woonde, vlakbij het strand. Hij heeft ontslag genomen en is naar Las Vegas verhuisd, waar hij op de paardenrennen wedt. Niet omdat hij het geld nodig heeft, maar `for fun', zegt hij.

Zijn vriend Danny is in ieder geval wel een professionele speler. Ik ken hem omdat hij wel eens in schaaktijdschriften schrijft. Dan staat er `Dr.' voor zijn naam, maar in welk vak die titel ook behaald is, de laatste twintig jaar heeft hij zich er niet mee beziggehouden.

Een gokker kan je hem niet noemen, gokken is voor de toeristen. Hij zoekt de spellen waar de kansen gunstig zijn en in de loop der jaren heeft hij alles geprobeerd.

Eerst poker tegen de toeristen. Dat kan lucratief zijn, maar er zijn veel profs en ze verdelen de onnozele klanten onder elkaar en worden dreigend als ze denken dat iemand hun een klant wil afpakken. Toen een paar jaar blackjack, waar de spelers die de kaarten tellen een klein voordeel ten opzichte van de bank hebben. Maar de bank is de baas en kan die spelers zonder opgaaf van redenen het casino uitgooien, of erger nog, zorgen dat ze een nacht in een politiecel terechtkomen en geslagen worden wegens `verzet tegen arrestatie'.

En bovendien, ook al is blackjack theoretisch een winnend spel, het kapitaal dat je nodig hebt om de tijdelijke uitschieters naar beneden op te vangen is groot. Al met al is het een riskant beroep.

Na zijn blackjackjaren heeft Danny video poker gespeeld. Het kwam vroeger nog wel eens voor dat er onder de honderdduizenden machines in Las Vegas een paar waren die verkeerd waren afgesteld en als je daar vlug bij was kon je winnen. Die tijd is ook voorbij.

,,Al mijn vrienden hebben dat rondje langs de verschillende spellen gemaakt en ze zijn allemaal teleurgesteld'', zegt Danny. ,,Het ergste is dat ik de casinosfeer ben gaan haten.''

,,Misschien moet je gaan werken'', zeg ik. Hij trekt zijn wenkbrauwen op in gespeelde verbazing. ,,Werken?'' Maar later komt hij er nog een keer op terug. Misschien moet hij inderdaad maar eens gaan werken. ,,Maar het is hier wel de enige stad waar je kunt roken.''

Ik vraag me af in hoeverre ik hem met een beroepsschaker kan vergelijken. Er is een groot verschil. In het schaken is schoonheid en wijsheid en de casinospelen, misschien met uitzondering van poker, zijn triviaal. Alleen de uitslag is interessant, winnen of verliezen. De overeenkomst is dat veel schakers prof worden omdat ze niet willen werken, en dan na twintig jaar merken dat ze harder werken dan iedereen die ze kennen.

Voor het eerst speel ik niet in de casino's van Las Vegas. Iedere dag denk ik dat ik het morgen maar eens zal doen. Ik ben er zelf verbaasd van dat het me niet trekt. Het is niet dat ik bang ben om te verliezen, maar ik kan me niet meer voorstellen dat ik plezier zal beleven aan het winnen.