Een ontmoeting

Hond op het fietspad. In de afgelopen weken ben ik tegen een reiger aangebotst, tegen een kinderwagen, tegen een andere fiets en tegen een radiobestuurd autootje. Nog niet tegen een hond. Dat komt doordat een hond zich zo op het fietspad posteert, dat je begrijpt dat hij niet op de hoogte is van de eenvoudige en enige verkeersregel, die je zelden opgeschreven ziet, omdat hij zo helder lijkt als de regel dat eten er van boven in moet en van onderen uit. Die regel luidt: twee verschillende deelnemers aan het verkeer mogen zich niet op hetzelfde tijdstip op dezelfde ruimtestip bevinden. Op de grote-mensen-straten is daar een idioot systeem bij verzonnen, waarbij men zowel rechts moet houden als rechts moet laten voorgaan. Links laten voorgaan is natuurlijk beter want die lui zie je eerder en die moeten van het kruispunt af.

Aangezien de hond van deze elementaire regel niet op de hoogte is, geve men de hond altijd voorrang. Daarom botsen hond en fiets nooit.

De hond keek mijn richting op, maar zag slechts mijn beschermengel op de bagagedrager plus alle hogere hondsmachten waarin een hond gelooft. Uitwijken was gevaarlijk, want de kans dat de hond naar dezelfde kant zou uitwijken, was één op twee. Ik remde. Op mijn fiets remt men door te doen alsof men terug wil fietsen. De uitvinder daarvan verdient de Nobelprijs voor logika en humor.

Een hond is nooit alleen. Even verder staat een mens, met bal of stok in de hand, die zijn hond hard en herhaald bevelen toeroept. Dat is maar schijn. Die mens roept die dingen tegen jou. Hij wil daarmee zeggen: ,,Pas op, een hond. Die hond is van mij. Die hond is een tikje ongehoorzaam. U houdt natuurlijk ook van honden, en van deze in het bijzonder. Stap even af en maak een praatje. Ik heb medelijden met u dat u geen hond heeft. Of heeft u hem onverzorgd thuisgelaten? Dat is dan misdadig van u. Ik daarentegen ben een goed mens en offer mijn levensjaren op door mijn hond op zijn stoelgang te vergezellen en een bal of stok over het fietspad heen te werpen. U ziet de hond wel, maar u doet net of u mij niet ziet. Dan ga ik nog maar wat harder schreeuwen. Nee, natuurlijk schreeuw ik niet zo als er geen mens in de buurt is. Ik weet heus wel dat het beest mij niet gehoorzaamt. Hij doet niets! Ja, ik weet dat op het Kuilenburgse veer de eigenaar van de hond die in uw been beet, dat ook zei, maar vergissen is menselijk en bijten is hondelijk.'' Het is verbazend hoeveel informatie in een enkele schreeuw naar een hond bevat ligt.

De hond huppelde scheef op mij af. Ik bedoel niet dat zijn lichaam scheef stond, of dat hij het pad scheef doorliep. Nee: zijn voorpoten stonden niet recht voor zijn achterpoten en toch liep hij kaarsrecht van lichaam en weg op mij af. Op dat moment begon het te regenen en konden wij ons alledrie een houding geven. Ik zette mijn regenhoed op, de baas maakte zijn hand vast aan de hond en alles liep af zoals het op fietspaden altijd afloopt: goed.

    • Cees Stam