Bladeren

THE NIKKEI WEEKLY

De Bank of Japan beroemt zich er op dat de invoering van het nul procent rentetarief een half jaar geleden het keerpunt was in de economische ontwikkeling. De bank doet dat terecht, meent The Nikkei Weekly, maar er zijn ook aanzienlijke neveneffecten. De belangrijkste is dat structurele veranderingen in de verschillende bedrijfstakken achterwege blijven. De economische realiteit blijft door dat rentetarief aan het zicht onttrokken, terwijl de markt voor kortetermijnleningen verstoord is geraakt.

Vooral de institutionele beleggers zijn daar ongelukkig mee, want de invoering van het nultarief heeft tot gevolg dat de rentestand niet langer kan worden gebruikt als risico-graadmeter. Voordat het nultarief van kracht werd was het verschil tussen de kortetermijntarieven van betrouwbare banken en die van minder betrouwbare nog 0,3 procent. Dat verschil is geminimaliseerd tot 0,1 procent. En dat kun je met geen mogelijkheid een gezonde markt noemen. Ook bestaat er geen verschil meer tussen kortetermijn- en langetermijntarieven.

Daarom hebben de institutionele beleggers de interbancaire markt verlaten, Daarnaast is er een overschot aan fondsen op de markt ten bedrage van een biljoen yen per dag. Bovendien is de Bank of Japan vanwege het nultarief niet meer in staat het monetaire systeem te manipuleren. De markt verwacht volgens het blad dat de bank het nultarief vóór maart 2000 zal opheffen. Maar waarschijnlijk is het beter om dit tarief nog een poosje te handhaven, ook als de vrees voor deflatie helemaal van de baan is.

The Nikkei Weekly is verkrijgbaar in de kiosk.

www.nni.nikkei.co.jp

EURO AM SONNTAG

Beleggingsexperts hebben het vaak bij het rechte eind. En in de gevallen dat ze de plank misslaan blijken ze allemaal dezelfde soort fouten te maken. De meest voorkomende valkuil is dat ze zich niet kunnen onttrekken aan kuddegedrag. Ook beleggingsexperts passen zich het liefst aan bij de collega's. Als je het dan fout hebt heb je het met z'n allen mis. Maar als je er als enige naast zit sta je in de kou en kost het je je carrière.

De Amerikaanse onderzoeker Werner de Bondt, schrijft Euro, onderzocht tien jaar lang de winstprognoses van Britse ondernemingen. In de beleggingsbranche gaat men er van uit dat zogenaamde consensusschattingen, zeg maar het gemiddelde van verschillende prognoses, redelijk betrouwbaar zijn. Maar uit het onderzoek bleek dat de kans groot is dat de experts in groten getale kiezen voor onjuise prognoses. Knudde in de kudde.

Daarnaast baseren de professionals hun beslissingen op wat ze al weten, want ze moeten niet veel hebben van nieuwlichterij. Ze hechten veel belang aan oude prognoses. Uit onderzoek van Martin Weber van de universiteit van Mannheim blijkt dat de analisten zich vooral bij een verrassende gebeurtenis afwachtend opstellen. Als de winsten de verwachtingen overtreffen dan zullen de analisten ook de volgende winstcijfers te laag inschatten, zo blijkt uit het onderzoek. Maar als de winst tegenvalt blijven ze optimistisch tegen beter weten in. Echt slimme experts zouden gebruik kunnen maken van die wetenschap, schrijft het blad, door aandelen te kopen die hen positief hebben verrast en aandelen te verkopen die slechter uit de bus kwamen dan wat de prognose voorspelde.

Verder bevestigde het onderzoek het idee dat professionals de winsten door de bank genomen te hoog inschatten. Een wantrouwige belegger die consequent kiest voor de laagste prognose boekt betere resultaten boekt dan zijn gemiddelde collega. De overmaat aan optimisme blijkt ook uit het feit dat de analisten vier keer meer positieve dan negatieve aanbevelingen doen. Eén van de redenen daarvoor is dat de analisten vaak goede banden onderhouden met de betrokken bedrijven en hun relaties niet voor het hoofd willen stoten met een verkoopadvies. De meeste managers zien zo'n advies als een negatieve beoordeling van hun persoonlijke prestaties.

Het weekblad Euro am Sonntag is verkrijgbaar in de kiosk.

THE ECONOMIST

Zodra een land tegenwoordig in de economische problemen raakt door dalende muntkoersen en kelderende aandelen kun je er donder op zeggen dat buitenlandse instutionele beleggers er de schuld van krijgen, omdat ze hun geld terugtrekken zodra de vooruitzichten wat tegenvallen. Tot dusverre waren er echter niet voldoende goede gegevens om die bewering te staven. Dat komt, schrijft The Economist, omdat de benodigde gegevens worden verzameld op basis van kwartaaloverzichten, terwijl de bewegingen op de financiële markten in een tijdsbestek van enkele minuten plaats vinden, zodat niet goed valt na te gaan of institutionele beleggers de veranderingen echt op gang brengen dan wel of ze onschuldige omstanders zijn.

Het gebrek aan voldoende goede gegevens is opgelost met de verschijning van een studie van Ken Froot, Paul O'Connell en Mark Seasholes van de Harvard Business School. Zij werkten samen met State Street, een gespecialiseerd bureau dat de dagelijkse gegevens van de handelingen van institutionele beleggers verzamelt. Het onderzoek had betrekking op gegevens uit 46 landen in de periode van 1994 tot heden. Uit de gegevens bleek dat buitenlandse investeerders beter zijn in het anticiperen op prijsveranderingen dan binnenlandse beleggers. De onderzoekers besteedden speciale aandacht aan de financiële crises van de afgelopen jaren. Daaruit bleek dat de grote buitenlandse beleggers, in tegenstelling tot de gangbare verhalen, geen enorme bedragen onttrokken aan de economieën in kwestie, met uitzondering van Rusland dat de afgelopen herfst failliet ging.

Ook uit dit onderzoek bleek dat de grote beleggers zich het liefst als een kudde gedragen. Dit gedrag bleek meer te zijn ingegeven door mondiale verschijnselen als rentetariefwijzigingen en inflatieverwachtingen dan door de situatie in een bepaald land.

The Economist is verkrijgbaar in de kiosk.

www.economist.com