Bankschandaal sleurt Habibie mee

Het schandaal rond de Bank Bali in Indonesië dreigt grote gevolgen te krijgen. De regerende Golkar is verscheurd geraakt.

Het schandaal in Indonesië rond de noodlijdende Bank Bali heeft de kansen van president B.J. Habibie om in november te worden herkozen aanzienlijk verkleind. Wat drie weken geleden in het nieuws kwam als een van de vele gevallen van financieel geknoei in Indonesië's doodzieke bankwereld, is uitgegroeid tot een politieke oorlog binnen de regeringspartij Golkar.

Het parlement heeft vorige week vrijdag de scalp geëist van betrokken ministers en functionarissen van de centrale bank, Bank Indonesia. Beschuldigende vingers gaan ook in de richting van twee broers van Habibie en ook van Habibie zelf. Gisteren hebben bovendien de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zich publiekelijk gemengd in het schandaal door een onderzoek te eisen naar de betrokkenheid van leden van het Habibie's kabinet. Als zo'n onderzoek er niet komt, zal de Wereldbank haar hulp opschorten.

Drie weken geleden werd bekend dat 546 miljard roepia, ongeveer 160 miljoen gulden, van de Bank Bali als `commissie' was beland bij de directeur van een financieel bemiddelingsbureau, Setya Novanto. Aangezien Novanto toen nog tevens vice-penningmeester van de regeringspartij Golkar was, wordt algemeen aangenomen dat het geld was bedoeld voor het zogenoemde `succes-team' dat de herverkiezing van president Habibie moet bewerkstelligen. Afgelopen vrijdag is Novanto teruggetreden als vice-penningmeester.

Bank Bali werd vorige maand overgenomen door het Indonesische Bank Herstructurering Agentschap (IBRA), toen was gebleken dat de bank niet in staat was aan de verplichtingen te voldoen. IBRA werd twee jaar geleden in het leven geroepen als onderdeel van een schuldsaneringsafspraak tussen de regering en het IMF. Het agentschap moest het bankwezen weer gezond maken om het vertrouwen van buitenlandse investeerders te herstellen.

Bankrechtdeskundige Pradjoto, die de zwendel aan het licht bracht, stelt dat Novanto onder anderen samen met een van de IBRA-directeuren Bank Bali `geholpen' heeft met het innen van uitstaande leningen aan inmiddels failliet verklaarde banken. In totaal zou het gaan om 3 biljoen roepia, waarvan Bank Bali op 2 juni de eerste tranche ontving ten bedrage van 900 miljard roepia. Meer dan de helft van dat bedrag, 546 miljard, moest vervolgens als `commissiegeld' worden uitgekeerd.

Het heeft er alle schijn van dat het uitlekken van de malversaties onderdeel zijn van een georganiseerde poging om Habibie's race voor herverkiezing te blokkeren. Habibie, die gisteren zei dat het presidentschap ,,niet alles'' voor hem betekent, beschikt over een schare formidabele vijanden. Binnen de eigen regeringspartij Golkar is dat ondervoorzitter Marzuki Darusman, die geen gelegenheid voorbij laat gaan om te pleiten voor intrekking van Habibie's kandidatuur voor het presidentsverkiezing. Sinds kort wordt hij voluit gesteund door de algemeen voorzitter van Golkar, Akbar Tanjung. Dat bleek vorige week toen A.A. Baramuli, voorzitter van de Raad van State en een belangrijke steunpilaar van Habibie, twaalf provincievoorzitters van Golkar had overgehaald om een `leiderschapsontmoeting' te organiseren ten einde Tanjung en Darusman te royeren. Zover kwam het echter niet: de splijting van Golkar werd zondagavond voor het oog gelijmd tijdens een vergadering ten huize van Habibie zelf.

Maar inmiddels wordt gesproken over een `witte' en een `zwarte' Golkar: dat wil zeggen de `schone' groep rond Tanjung en Darusman versus het van corruptie verdachte `Habibie-kamp'.

Verantwoordelijk voor die beeldvorming is de econoom Kwik Kian Gie, een van de leiders van de oppositionele Strijdende Democratische Partij van Indonesië (PDI-P), die heeft verklaard over bewijzen te beschikken van betrokkenheid van ministers, functionarissen en familieleden van de president. Sindsdien is Kwik met de dood bedreigd door een van Habibie's medestanders.

Het Bank Bali-schandaal, ook wel veelbetekenend Baligate genoemd, heeft de vooruitzichten op de presidentiële verkiezingen drastisch veranderd. Tot voor kort leek het erop dat die verkiezingen zich zouden toespitsen op twee kandidaten: PDI-P leider Megawati Soekarnoputri, wier partij als winnaar uit de bus kwam bij de parlementaire verkiezingen van begin juni, en de zittende president Habibie, wiens regeringspartij als tweede uit de bus kwam. Door de kennelijke splijting in Golkar en de veronderstelde betrokkenheid van Habibie bij Baligate geven de meeste waarnemers echter geen cent meer voor zijn kansen.

Voor het moment lijkt daardoor Megawati Soekarnoputri na november de meest waarschijnlijke bewoner van het presidentieel paleis. Het `witte' Golkar-kamp maakt haar inmiddels het hof in een poging te komen tot een breed samengestelde regering, het zogenoemde gotong royong-kabinet ofwel het kabinet van wederzijdse dienstverlening. Daarbij zou het presidentschap, ook wel aangeduid als `RI 1' naar het nummerbord op de presidentiële Mercedes, aan Megawati toevallen. Akbar Tanjung zou dan `RI 2' worden, ofwel vice-president.