Uitzonderlijke neus voor talent

Leo Castelli, 's werelds invloedrijkste galeriehouder, is gisteren in zijn huis aan de Upper East Side van Manhattan na een kort ziekbed gestorven. Hij werd 91 jaar oud. Castelli lanceerde de carrières van Amerika's belangrijkste schilders, onder wie pop art-kunstenaars Robert Rauschenberg, Jasper Johns en Roy Lichtenstein. Zijn New-Yorkse galeries waren verzamelplaatsen voor jong talent en boden een podium voor nieuwe Amerikaanse stromingen als het abstract expressionisme, het minimalisme en het conceptualisme. Castelli zorgde er mede voor dat New York na de Tweede Wereldoorlog het nieuwe centrum voor hedendaagse kunst werd.

Castelli werd in 1907 geboren in Triëst, als zoon van een welgestelde joodse familie. Na een opleiding in Milaan werkte hij enige tijd als verzekeringsagent. In 1933 huwde hij Ileana Schapira, dochter van een rijke Roemeense industrualist, en verhuisde naar Parijs, waar hij geïnteresseerd raakte in moderne kunst. Castelli opende een galerie in Parijs en organiseerde in 1939 een succesvolle tentoonstelling met surrealistische kunstenaars. Na deze eerste en enige Parijse expositie vluchtte Castelli bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog naar New York. Hij diende in het Amerikaanse leger en verkreeg de Amerikaanse nationaliteit.

In 1951 hielp Castelli met de financiering van de belangrijke Ninth Street Show, een tentoonstelling waaraan 61 abstract expressionisten deelnamen. Enkele jaren later opende Castelli met zijn vrouw een kleine galerie in hun huis op East 77th Street. Tot de eerste exposanten behoorden Johns, Rauschenberg en Frank Stella. Later zouden kunstenaars als Claes Oldenburg, James Rosenquist, Robert Morris, Elsworth Kelly, Kenneth Noland, Cy Twombly, Donald Judd, Dan Flavin, Bruce Nauman en Richard Serra ook bij Castelli exposeren. Andy Warhol, die al regelmatig bij Castelli kwam als kunstkoper, werd in 1964 door de galeriehouder ingelijfd.

Dankzij Castelli's uitzonderlijke neus voor talent zetten zijn galeries ieder jaar miljoenen dollars om. Zijn winst wendde de galerist grotendeels aan om kunstenaars te steunen die nog niet commercieel succesvol waren. Richard Serra vertelde ooit dat toen Castelli hem in 1963 ontdekte, hij drie jaar lang een maandelijke toelage kreeg zonder ook maar één sculptuur te verkopen. ,,It was like getting a Rockefeller grant. Leo Castelli has always been generous, supportive, intimate and friendly, a throwback to another century.''