`Te mooi, geen plek om te provoceren'

Na jaren overleggen, protesteren en bouwen werd gisteren het nieuwe Museumplein in Amsterdam officieel geopend.

Het leek wel oorlog, met al die mensen die tot ver in de middag bij de Albert Heijn aan het Museumplein in de rij stonden om hun voedselpakketje op te halen. Er was zelfs een agent ingeschakeld om de orde te bewaren. Van de aangeschreven buurtbewoners hadden zich 4500 mensen gemeld voor de picknick, het verzoenende gebaar van de deelraad en de supermarkt waarmee de opening van het Amsterdamse Museumplein gistermiddag begon. Je zou bijna vergeten dat juist de ingang van die supermarkt, het zogenaamde Ezelsoor aan de Van Baerlestraat, een tijdje geleden de grootste woede opwekte van de buurtcommissie die zich om de herinrichting van het plein bekommerde.

Het hart van het publiek bereik je via de maag, dus er was volop eten verkrijgbaar: broodjes beenham en haring aan de vertrouwde kraampjes, pasta's en quiches in de `culinaire proeverij', verzorgd door zeven restaurateurs uit Zuid. Het plein bleek uitstekend geschikt voor de festiviteiten: enkele tienduizenden mensen konden er terecht, zonder dat het echt dringen werd, er was voldoende ruimte voor meerdere podia, en zelfs de vijver, een van de grootste troeven van de Zweeds-Deense landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson, werd benut voor zang en pianospel.

Iedereen leek tevreden met het nieuwe plein, alleen de skaters mopperden op de halfpipe van staalplaat, die de schuld kreeg van het mislukken van enkele gewaagde stunts. Helaas bleek de officiële openingsceremonie aan het einde van de middag een nogal rommelige aangelegenheid, alsof men zonder enig idee een half uur van tevoren wat artiesten had opgetrommeld.

Eerst kwam acteur Klaas Hofstra verkleed als Rembrandt vertellen dat hij hier 330 jaar geleden ook al rondliep, om de molens, koeien en slootjes te tekenen. ,,Ik vind het een mooi plein'', besloot hij, en schoot een kanon af. Onder het geluid van trommels balanceerden twee koorddansers hoog boven de menigte. Vervolgens zongen enkele musical-artiesten uit de stal van Joop van den Ende liedjes uit Les Misérables en Miss Saigon. Er werd wat vuurwerk afgestoken en twee verklede mannetjes op stelten, oude meesters voorstellend, probeerden de herinnering aan een roemrucht verleden op te roepen. In plaats daarvan verveelden ze alleen maar met hun nietszeggende loftuigingen: ,,Dit plein legt een verbinding tussen culturen. Het is een tuin voor de liefhebbers van kunst en cultuur.''

Freek de Jonge, die de ceremonie afsloot, liet gelukkig een ander geluid horen. ,,Van den Ende denkt dat het hele plein voor hém zo veranderd is. Hij wil elke dag twintig minuten musical laten horen, tot het ons allemaal de strot uitkomt. Dat komt het nu al trouwens.'' De Jonge kreeg luid applaus, luider dan voor de musical-artiesten had weerklonken. ,,Geen conservatiever volk dan de progressieve Amsterdammer'', vervolgde hij. ,,De hele buurt was tegen het plein, maar wie stonden er vooraan toen de picknickmanden werden uitgedeeld? Martijn Sanders van het Concertgebouw en Rudi Fuchs van het Stedelijk.'' De Jonge schilderde met een enorme kwast een monochroom. Op de videoschermen werd in het schilderij een luchtfoto van het Museumplein geprojecteerd. Ook hij vond het een mooi plein, alleen wat te netjes: ,,Waar kun je hier nog provoceren? Waar moeten we de afwerkplek situeren?''

    • Martijn Meijer