RIVM vindt bron veteranenziekte West-Friese flora

De bron van de veteranenziekte op de West-Friese Flora in Bovenkarspel, eind februari, lag in één van beide tot nu toe verdachte whirlpools.

Twee epidemiologische studies, waarvan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vanmorgen de resultaten bekendmaakte, wijzen beide vrijwel onomstotelijk in de richting van het bubbelbad dat ter demonstratie in hal 3 in werking was. Het bad in hal 4 kan op grond van beide studies niet langer als de verspreider van de legionellabacterie worden gezien. Het blijft onbekend hoe de ziekteverwekkende bacterie in het bad terecht is gekomen.

De ziekte kostte dit voorjaar aan 28 mensen het leven. Ruim 200 mensen werden ziek. Het RIVM deed in opdracht van minister Borst (Volksgezondheid) microbiologisch en epidemiologisch onderzoek naar de besmetting.

Het microbiologisch onderzoek, waarvan de resultaten in juni werden gepubliceerd, resulteerde in twee verdachte whirlpools en mogelijk een watervernevelaar op een expositie van landbouwmachines.

Een van beide epidemiologische onderzoeken vond plaats onder 153 van de ruim 200 bekende patiënten. Zij verstrekten op vragenlijsten gegevens over hun gezondheidstoestand, tijdstip van bezoek en de plaatsen waar ze op de beurs waren geweest. Bijna 400 beursbezoekers uit Bovenkarspel en omgeving die niet ziek waren geworden vulden dezelfde vragenlijsten in. Vergelijking van de groep zieken en de groep niet-zieken bracht alleen een bezoek aan de stand met de whirlpool in hal 3 als sterk risicoverhogend aan het licht.

Uit het tweede onderzoek onder 701 mensen, die op de beurs werkten en die tweemaal bloed afstonden voor onderzoek naar detecteerbare afweerstoffen tegen de legionellabacterie, bleek dat 8 mensen zeker en 91 mensen misschien een legionella-infectie hebben doorgemaakt, zonder ziek te worden. De plaats waar zij op de Flora werkten, gecombineerd met het gehalte afweerstoffen in hun bloed wijst onomstotelijk naar de whirlpool in hal 3. Hoe dichter zij bij die pool werkten, hoe meer afweerstoffen ze in hun bloed hadden.