Pensioenfondsen KLM missen 300 miljoen winst

De drie pensioenfondsen van de KLM hebben vorig jaar bijna 300 miljoen gulden beleggingswinst laten liggen ten opzichte van het gemiddelde rendement in de branche, onder meer doordat een reorganisatie bij de fondsen veel te traag verliep.

,,Het had onvoldoende vaart'', erkent tijdelijk directeur R. Matzinger, die anderhalf jaar geleden overstapte naar de interne de accountantsdienst van KLM, maar nu weer terug is op zijn oude plaats. Hij was jarenlang directeur van de drie fondsen (voor vliegers, cabinepersoneel en de overige KLM-medewerkers). De fondsen zijn met een belegd vermogen van meer dan 14 miljard gulden een van de tien grootste pensioenfondsen die voor een individuele onderneming werkt.

In de onlangs verschenen jaarverslagen komen de fondsen ruiterlijk uit voor de oorzaak van de achterblijvende rendementen. De onderhandelingen met de KLM over de verzelfstandiging van het beheer van de fondsen en het uitbesteden van het vermogensbeheer duurden een jaar langer dan gepland. De uitkomst is dat het operationeel vermogensbeheer wordt uitbesteed en dat de KLM fondsen zelf de cruciale beslissingen nemen over de verdeling van het vermogen over regio's en beleggingscategoriën (zoals aandelen en effecten met een vaste rente) en de ,,aansturing'' van externe beheerders.

In de tussentijd bleef het fonds wachten met de vernieuwing van automatiseringssystemen en het aantrekken van nieuw vast personeel op de beleggingsafdeling, waaronder een opvolger voor interim-directeur L. ten Cate. Die kwam pas in het najaar van vorig jaar in de persoon van A. Ratra (ex-bedrijfspensioenfonds Metaalnijverheid). In mei van dit jaar verscheen pas een personeelsadvertentie van een halve pagina in Het Financieele Dagblad waarin het fonds verschillende deskundigen vroeg.

Door onderbezetting en onzekerheid bij de medewerkers over de reorganisatie reageerden de fondsen niet adequaat op de heftige fluctuaties vorig najaar op de internationale financiële markten. Toen de reorganisatie eind vorig jaar in kannen en kruiken was, stapte de nieuwe directeur, A. Akkerman, onverwacht op en vertrok naar SFS Pensioenen en verzekeringen.

Vorig jaar boekte het grootste van de drie fondsen, dat van de vliegers (7,1 miljard gulden vermogen) een rendement van 9,8 procent, 2,6 procentpunt minder dan het doorsnee pensioenfonds vorig jaar verdiende. De twee andere fondsen deden het beter, maar bleven wel achter bij het doorsnee rendement van de pensioensector.

De recrutering van een nieuwe directeur beleggingen en de samenstelling van een adviescommissie voor de beleggingen met vijf externe deskundigen, waaronder topaandelenbelegger J. Mensonides van pensioenfonds ABP (300 miljard gulden vermogen, sectoren overheid en onderwijs), moeten het fonds nu op het rechte pad houden. ,,Ten opzichte van de graadmeter die wij intern hanteren voor het beleggingsrendement hebben wij nu een voorsprong'', zegt Matzinger.

Heeft iemand van het bestuur van de fondsen, dat formeel verantwoordelijk is voor beleid en de uitvoering daarvan, consequenties getrokken? ,,Wat kun je doen'', reageert Matzinger. ,,De directeur beleggingen naar huis sturen? Maar die was er niet.''

In het achtergebleven rendement over 1998 zit een parallel met het Bedrijfspensioenfonds Metaalnijverheid, dat echter ook in het jaar daarvoor veel minder presteerde. Dat kostte het fonds de afgelopen jaren zo'n vier miljard gulden gemist rendement. Drie maanden geleden zegde het bestuur het vertrouwen op in directeur beleggingen R. Hoyng, die opstapte.