Op beurzen staat renteverhoging in VS al vast

Verhoogt Amerika's centrale bankier Alan Greenspan deze week opnieuw de rente? Op de financiële markten wordt die maatregel zo algemeen verwacht dat Greenspan het bijna niet meer kan nalaten.

De prik is er al een beetje af. Beleggers lijken zich wereldwijd bij voorbaat te hebben verzoend met een verhoging van de Amerikaanse geldmarktrente waartoe de Federal Reserve Board, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, tijdens de vergadering van morgen en overmorgen kan besluiten.

Dat `Fed'-voorzitter Alan Greenspan een verhoging van de doelwaarde van het belangrijkste geldmarkttarief, de federal fund rate, van 5 naar 5,25 procent aankondigt is volgens de financiële markten zo goed als zeker. Uit het op de markt verhandelde termijncontract op dit rentetarief is af te leiden dat beleggers uitgaan van een kans van 90 procent dat het gebeurt. De interbancaire rente in de VS is met een stijging al vooruitgelopen op de maatregel, en uit een steekproef van het persbureau Reuters blijkt dat 29 van de 30 grootste financiële instellingen een rentestap incalculeren.

De argumenten voor een hogere Amerikaanse rente zijn legio. Allereerst is er het feit dat Greenspan vorig najaar de rente in drie stappen verlaagde van 5,5 naar 4,75 procent om uitbreken van wereldwijde paniek tegen te gaan. Die paniek was het gevolg van de crises van Rusland en het beleggingsfonds Long Term Capital Management, waardoor de openbare kapitaalmarkt in de VS dreigde op te drogen.

Sinds eind vorig jaar de onrust is weggeëbd, is het niet meer dan logisch dat de Fed-voorzitter die maatregel weer terugdraait. Op 30 juni werd het federal funds rate verhoogd van 4,75 naar 5 procent. Om terug te keren naar de situatie van vorig jaar zouden dit jaar dus nog twee stappen van een kwart procentpunt moeten volgen.

Maar er zijn ook zorgen in de reële economie die de Fed ertoe kunnen zetten morgen de beslissing te nemen die de markt al heeft ingecalculeerd. Het afremmen van het groeitempo van de Amerikaanse economie lijkt op dit moment prioriteit. Een van de zorgen is de ontwikkeling van de lonen en de loonkosten. De lonen zelf zijn in juli met een stevige 3,8 procent op jaarbasis gestegen, en de totale loonkosten die werkgevers voor hun werknemers kwijt zijn gingen met 3,1 procent omhoog. Deze employment cost index staat te boek als een van Greenspans favoriete indicatoren voor toekomstige inflatie.

Met die inflatie zelf, die in juli 2,1 procent bedroeg, zit het voorlopig wel redelijk goed. Maar er is een aantal voortekens dat tot voorzichtigheid noodt. De oplopende loonkosten, die vergezeld gaan van een werkloosheidspercentage van slechts 4,3, zijn er één van. Een andere is de stijgende prijs van ruwe olie tot boven de 21 dollar. Vorig jaar was dit nog rond de 12 dollar.

En dan is er de gestage waardedaling van de Amerikaanse dollar. Door het herstel van de meeste Aziatische munten, en dan vooral de Japanse yen, is de effectieve wisselkoers – gemeten als de gemiddelde koers van de dollar tegenover de munten van voornaamste handelspartners – al ruim zes procent lager dan in augustus vorig jaar. Daardoor, en door het herstel van de grondstoffenprijzen, stijgenen de invoerprijzen van de VS al een paar maanden.

De glijdende dollar laat onverlet dat de Amerikaanse handelsbalans nog steeds verslechtert. Vorige week werd bekend dat het gat in de handelsbalans over juni een record van 24,6 miljard dollar had bereikt, vooral dankzij de enorme vraag naar invoerproducten. Het tekort op de betalingsbalans van de VS heeft in het tweede kwartaal van dit jaar, volgens calculaties van Credit Suisse First Boston, de recordomvang bereikt van 3,5 procent van de Amerikaanse economie.

Die ontwikkeling bergt het risico van een ferme val van de dollar in zich, met alle inflatoire gevolgen vandien. Een renteverhoging door de Fed snijdt in deze omstandigheden dus aan twee kanten. Enerzijds geeft een hogere rente steun aan de dollar. Anderzijds remt ze de binnenlandse vraag, zodat tegelijkertijd het handelstekort kan worden teruggedrongen én de druk op arbeidsmarkt en lonen afneemt.

De vraag is, na zo'n opsomming, of een kwart procentpunt renteverhoging daarvoor wel genoeg is. Hoewel het niet onlogisch zou zijn, rekent vrijwel niemand erop dat deze week een stap van een half procentpunt wordt gezet. Daarom is op de financiële markten, al voor de Fed-vergadering van morgen, het speculeren over de vólgende vergadering, in oktober, begonnen.

Lopen de markten intussen niet ál te veel vooruit op de verhoging van deze week? Dat is altijd mogelijk, maar wat is het alternatief? Als een renteverhoging uitblijft, kan dat een golf van euforie op de beurzen veroorzaken. En daar zit, in de voorthollende Amerikaanse economie, Greenspan al helemaal niet op te wachten.