Justitie vestigt hoop op collega's in Zwitserland

Tegen hoofdverdachte E. Swaab uit `Operatie Clickfonds' loopt nu ook in Zwitserland een justitieel onderzoek. Of dat het Nederlandse Openbaar Ministerie zal helpen is de vraag.

`Operatie Clickfonds', het grootschalige Nederlandse onderzoek naar onregelmatigheden op de beurs, is niet ongemerkt voorbij gegaan aan de Zwitserse justitie. Sinds oktober 1997 hebben de Zwitsers al enkele rechtshulpverzoeken uit Den Haag ontvangen, waarin Nederland medewerking vraagt bij enkele concrete aspecten van het onderzoek.

Voor Zwitserland geldt daarbij één cruciale stelregel: men verstrekt onder geen beding gegevens die betrekking zouden hebben op fiscale delicten. Niet voor niets onderstreept de Nederlandse justitie in de rechtshulpverzoeken telkenmale dat de gevraagde informatie ,,op geen enkele wijze fiscaal-administratief danwel fiscaal–strafrechtelijk zal worden gebruikt''. Vandaar dat het Amsterdamse parket, dat Operatie Clickfonds uitvoert, andere delicten aanvoert: lidmaatschap van een criminele organisatie of betrokkenheid bij criminele gelden.

Ook in de rechtshulpverzoeken die betrekking hebben op E. Swaab, een van de vier hoofdverdachten in Operatie Clickfonds, zijn deze omschrijvingen te vinden. Maar in zijn geval is er een complicatie: Swaab bezit naast de Nederlandse ook de Zwitserse nationaliteit. Het maakt de Swaab-affaire, waaraan justitie veel belang hecht, er niet makkelijker op.

Hoofdofficier J. Vrakking noemde de zaak nog onlangs ,,financieel zeer omvangrijk''. Naast grootscheepse belastingontduiking zou Swaab, volgens het Clickfondsteam, als directeur van het effectenkantoor FTC jarenlang verdachte transacties hebben uitgevoerd. Daarbij zou hij afspraken hebben gemaakt met individuele medewerkers van financiële instellingen. De instellingen zelf zouden hierbij zijn benadeeld.

Probleem voor justitie is echter dat het Clickfondsteam in oktober 1997 nog niet precies voor ogen had wat voor `grote vis' Swaab eigenlijk is. Weliswaar werd huiszoeking gedaan in zijn Amsterdamse woning, maar dat gebeurde omdat Swaab gezien werd als één van de mensen in het netwerk van een andere hoofdverdachte. Pas na geruime tijd, toen justitie in de gaten kreeg dat Swaab zèlf als hoofdverdachte met een heel eigen netwerk moest worden aangemerkt, kreeg het Clickfondsteam warme belangstelling voor hem. Maar toen was het te laat. Swaab had zich teruggetrokken in zijn Zwitserse huis en weigert naar Nederland te komen. Een internationaal opsporingsbevel, uitgevaardigd in mei 1998, heeft nog geen resultaat gehad. Zwitserland levert eigen staatsburgers niet uit.

Het Openbaar Ministerie lijkt zijn hoop nu op een andere variant te hebben gevestigd. Uit het Clickfondsonderzoek blijkt dat Swaab regelmatig zaken deed met Zwitserse rechtspersonen, zoals de grote Union Bank of Switzerland (UBS). Daardoor zouden de transacties ook nadelig kunnen zijn geweest voor Zwitserse bedrijven. Mede naar aanleiding van twee rechtshulpverzoeken is dat voor de Zwitserse justitie reden geweest een onderzoek te beginnen naar Swaab, die een paar weken geleden is opgeroepen om te verschijnen voor de onderzoeksrechter. Swaab beriep zich bij die gelegenheid echter op zijn zwijgrecht. Het onderzoek concentreert zich op wat in Zwitserland `ungetreue Geschäftsführung' wordt genoemd; het handelen in eigen belang ten nadele van de werkgever of zakenpartner. Mochten de Zwitsers Swaab juridisch willen aanpakken, dan kan het Clickfondsonderzoek daarvan profiteren, zo is de hoop.

Of dat lukt is nog onzeker. Naar nu pas blijkt heeft UBS, een van de meest prestigieuze banken ter wereld, zelf ook al een intern onderzoek ingesteld naar de verdachte transacties van Swaab waar deze bank bij betrokken was. UBS, geschrokken door het feit dat haar naam voorkwam in de Clickfondszaak, deed zelfs aangifte tegen Swaab bij de Zwitserse justitie, maar heeft die inmiddels weer ingetrokken. Een bron binnen de bank stelt dat weliswaar vraagtekens bleven bestaan over de Swaab-transacties, maar dat er strafrechterlijk niets laakbaars was te vinden.

Ook de Nederlandse en Zwitserse justitie zullen voor dit probleem komen te staan. Met de effectentransacties van Swaab is niets mis, ze zijn allemaal binnen de `bandbreedte' waarin hij volgens afspraken mocht handelen uitgevoerd. De verdenkingen zitten hem vooral in afspraken die Swaab zou hebben met medewerkers van financiële instellingen. Een strafrechterlijk bewijs is er eigenlijk pas als er belastende verklaringen en/of documenten op tafel komen die de laakbaarheid van de transacties aantonen. Voorlopig is het nog onduidelijk of er, zowel in het Nederlandse als het Zwitserse justitiële onderzoek dergelijke bewijzen zijn te vinden. Justitiële autoriteiten in beide landen weigeren inhoudelijk commentaar.

    • Joost Oranje