Jury laat zich leiden door horsemanship

Rogier van Iersel (44) is voorzitter van de jury bij het springconcours CHIO in Rotterdam. `Een jurylid in de paardensport moet heus meer kunnen dan de tafel van vier opdreunen.'

Scheldpartijen, kwetsende spreekkoren vanuit het publiek of obscene handgebaren van deelnemers die het niet eens zijn met een beslissing. Rogier van Iersel, in het dagelijks leven werkzaam bij een ruitersportorganisatie in Ermelo, heeft het nog nooit meegemaakt tijdens zijn inmiddels bijna tien jaar lange loopbaan als jurylid in de paardensport. De goedlachse juryvoorzitter bij het Concours Hippique in Rotterdam moet het in de regel opnemen tegen wind, regen, vogels en zo nu en dan een verdwaalde fotograaf die met zijn flitslicht een paard op hol jaagt.

De meeste voorvallen zijn voor de jurycommissie niet te voorzien. Zo nestelde een duif zich tijdens een springconcours eens nietsvermoedend op een hindernis. Het beest schrok zich lam toen ruiter en paard plotsklaps opdoken en fladderde gedesoriënteerd in de rondte. ,,Het paard werd afgeleid door het gefladder en maakte prompt een springfout'', herinnert Van Iersel (44) zich. De ruiter incasseerde op de bewuste oxer zijn eerste en enige strafpunten en maakte na afloop bezwaar tegen de ongelukkige omstandigheden. ,,Tevergeefs'', weet de onverbiddelijke voorzitter van de jury. ,,Als een ruiter springt, accepteert hij de hindernis. Hij had die duif ook gezien en moeten weigeren.''

Eenvoudig is het niet, het werk van de vier mannen met bolhoeden en lange revers in het jurytorentje. ,,Mensen verwijten ons wel eens dat wij zaken beoordelen die de doorsnee toeschouwer ook kan zien. Dat is voor een groot deel ook wel zo'', geeft Van Iersel schoorvoetend toe. ,,Maar je moet als jurylid heus wel iets meer kunnen dan alleen de tafel van vier opdreunen'', refereert hij aan het tellen van strafpunten in de springsport. ,,Het helpt als je zelf hebt gesprongen. Je kunt je beter verplaatsen in de deelnemers. Het voordeel voor mij is ook dat ik op deze manier nog bij de sport betrokken ben.''

Een jurylid moet de regels objectief interpreteren met een goed gevoel voor commercie en fair play. Met in het achterhoofd horsemanship, dat staat voor een respectvolle omgang met het paard. ,,Bij een Europees concours waren aan de zijkanten van de ring roterende reclameborden geplaatst die bij het draaien een sissend geluid maakten'', geeft Van Iersel als voorbeeld. ,,Het was de bedoeling dat de borden alleen draaiden tijdens de wissels, maar dat ging helemaal fout.'' De borden draaiden tijdens een rit en geschrokken van het geluid bleef het paard stokstijf staan. ,,Het dier stond stil, er was geen beweging meer in te krijgen.'' In zo'n geval wordt de zogenoemde evenredige compensatie in stelling gebracht. ,,De tijd moet meteen worden gestopt'', legt Van Iersel uit. ,,De tot dan toe gemaakte fouten blijven staan en de snelst mogelijke tijd voor de rest van het parcours wordt bij de tussentijd van de ruiter opgeteld.''

Ook in de hippische sport heeft de commercialisering toegeslagen. Tijdens de eerste CHIO ontving de winnaar van de Grote Prijs niet meer dan 150 gulden. Tegenwoordig incasseert de beste springruiter een bedrag van 52.000 gulden, staan er paarden in de stal die miljoenen waard zijn en investeert het bedrijfsleven enorme bedragen in het CHIO. ,,Er staan nu zulke grote belangen op het spel dat je je als jury geen enkele misstap kunt permitteren. Het is geen spelletje meer, je draagt een enorme verantwoordelijkheid. De juryleden moeten professioneel acteren, ook al zijn we amateurs.''

De jury kende bij de 51ste CHIO in Rotterdam nauwelijks problemen. Alleen de barre weersomstandigheden aan het begin van het concours bezorgde de commissie van beoordeling even de nodige hoofdbrekens. Zo was er een geval waarbij een windhoos een hindernis omver blies. ,,Je moet dan zorgen dat je niet teveel tijd compenseert.'' Weer komt de fairplay-gedachte om de hoek kijken. Van Iersel geeft toe dat hij wel eens teveel rekening heeft gehouden met extreme weersomstandigheden. ,,Ik heb een keer de maximale tijd voor een barrage te ruim vastgesteld.'' De ruiter die als laatste reed, profitteerde van een inmiddels bijna droog parcours in combinatie met een erg ruime tijdslimiet. Hij kon zijn rondje op zijn gemak afwerken. ,,Reglementair heb ik geen fout gemaakt, maar zoiets is niet bevredigend. Geen jury is echter foutloos, het gaat erom dat je je herstelt zonder dat het opvalt. De beste jury is eigenlijk een jury die niemand kent.''

    • Annemarie van der Tuijn