Het land van Nigger Bill Bend

Ik nader de Sierra Nevada. Uit de tegenovergestelde richting komt veel verkeer. Gezinnen die het weekend hebben doorgebracht in een van de nationale parken, keren terug naar hun woonsteden. De besneeuwde toppen, koele meren, onstuimige watervallen, duizelingwekkende afgronden, metershoge bomen die nu al weer ver achter hen liggen, hebben wellicht een moment van heimwee opgeroepen naar het land zoals hun voorouders dat aantroffen of het besef gesterkt dat zij nakomelingen zijn van de helden die over de woeste hoogten trokken om af te dalen naar de Golden West.

Ik stop op een plek waar Landrovers en pickups fonkelen in de zon. Daarachter stijgt gejuich op uit een stofwolk. Een stierkalf is in een arena losgelaten. Een met een lasso zwaaiende ruiter schiet te voorschijn en mist onder uitbundige aanmoedigingen het obstinate kalf. Een volgende waagt het erop. De paarden zweten en briesen. Het publiek juicht. Het kalf schopt met zijn achterpoten aarde omhoog.

De sheriff stopt naast me en stapt – als in de film – uit zijn blauwwitte Chevrolet. Ik kijk tegen de ruggen van mannen op de geïmproviseerde tribune. Hun nekken gaan schuil onder hoeden die ze nonchalant achterop hun hoofd hebben geschoven om hun tinnetjes bier makkelijker naar binnen te slaan. Cowboyhoeden. Ze houden de herinnering levend aan de pioniers en het eerlijke recht van de sterkste.

De mannen beginnen te brullen. Een nieuw kalf is de arena ingestoven. Het beest spant al zijn spieren. Maar het paard is sneller en komt als een piraat langszij. De ruiter laat zich uit het zadel glijden en valt het kalf om de hals. Het zakt door zijn poten. Door opwaaiend stof worden beiden onzichtbaar. De tribune juicht en klapt. ,,Je hebt vanavond iets om over te praten in de kroeg, Burk'', meldt een luidspreker vrolijk. Het kalf, uit de wurggreep losgelaten, krabbelt overeind. Burk slaat het stof van zijn kleren en heft de armen in triomf.

Ik zoek verkoeling in de Mokelumne River. Stroomopwaarts sterft de beschaving uit en neemt de natuur de overhand. Hier rust de rivier die zich bruisend door de rotsen wringt even uit, breed tussen groene oevers. Ik kijk naar mijn spiegelbeeld dat bij iedere stap in het water met opdwarrelend goud wordt bestrooid, zoals het brave meisje in het sprookje van Vrouw Holle.

In 1848 – een jaar nadat Mexico Californië aan de VS had afgestaan – zorgde James Marshall voor de sensatie van de eeuw. Hij vond een klompje goud in de American River. Het nieuws maakte Californië op slag het moderne El Dorado. Een sinds lang vervlogen illusie, doodgebloed in de oerwouden langs de Orinoco, werd nieuw leven ingeblazen. Avonturiers en gelukzoekers stroomden toe. Over de Sierra Nevada kwamen ze uit het oosten en over de Río Grande uit het zuiden. In havens aan de westkust lieten matrozen, kapiteins, hele bemanningen hun schepen in de steek om hun geluk in de donkere aarde te gaan zoeken.

Het gehucht San Francisco – genoemd naar de asceet Franciscus van Assisi die in navolging van Christus armoede predikte – bloeide op in deze gouden tijden. Men sloeg zijn tenten op en probeerde een stukje grond te bemachtigen langs de Motherlode, de hoofdader die van noord naar zuid langs de Sierra loopt. Zevend, borend, gravend, onder hoge druk spuitend, ging men de aarde te lijf. Weldra zag het land eruit alsof er een oorlog woedde.

Gokken, vechten, roven waren tussentijds vertier. Men zette in bij de paardenraces of gokte bij de bull-and-bear-fights, waarbij de voorpoot van een stier aan de achterpoot van een beer werd geklonken. Een gevecht op leven en dood volgde.

Het gebied werd een smeltkroes waarin rassentegenstellingen gistten. Goudzoekers uit Mexico en andere Latijns-Amerikaanse landen, maar vooral Spaanssprekende Californiërs waren het eerst ter plekke en hadden al gebieden bezet toen de Yankees arriveerden. Bovendien hadden ze meer ervaring met goud delven en beschikten ze over betere technieken. Dat was een doorn in het oog van Amerikanen die uit alle staten toestroomden en het gebied als van hen beschouwden sinds ze de oorlog met Mexico hadden gewonnen.

Er groeide een haat tegen alles wat Spaans sprak en veel Latino's zagen zich gedwongen hun gebieden en claims aan de gringos af te staan. Ze verdwenen naar elders of veranderden in bandidos die goudzoekers overvielen en aspirant-miljonairs aan de bedelstaf brachten.

Niet veel herinnert nu nog aan deze barre tijden, of het moeten de bizarre plaatsnamen zijn die de goldrush achterliet, zoals Hardscrabble, Yankee Jims, Dirty Sock, Starve Out, Fiddletown, Diamond Spring, Nigger Bill Bend, Mad Mule Gulch, Fairplay, Whiskey Flat, Dogtown ...

Rijdend door de groene uitlopers van de Sierra Nevada Gold Country wordt de reiziger uit de idylle gewekt door de suggestieve namen, die zijn verbeelding meer prikkelen dan het aanzien van de dorpen zelf, die de houten kampementen op den duur vervingen.

Niets is er gebleven van de koortsige waan, de woede, de afgunst, de bandieten. Ze leven in de film en in de literatuur voort en lieten de plaatsjes alleen het heimwee naar de spannende gouden tijden van weleer. Je kunt er een zeef kopen en je geluk beproeven in een van de ijskoude stroompjes of rivieren die van de besneeuwde Sierra naar beneden spoelen en het verlokkende, verblindende goudstof vrolijk rond je benen laten dwarrelen.