`Harvard bijzonder aantrekkelijk'

Hoogleraar Chinese taal- en letterkunde W. Idema verhuist van Leiden naar Harvard. ,,Harvard biedt veel meer mogelijkheden voor onderwijs en onderzoek op hoog niveau.''

Trots is hij wel. Wilt Idema, hoogleraar Chinese taal- en letterkunde aan de Universiteit Leiden, vertrekt eind deze maand naar Harvard. Daar wordt hij hoogleraar Chinese literatuur. Het komt maar weinig voor dat Nederlanders door de prestigieuze Amerikaanse universiteit worden gevraagd om te doceren. Idema: ,,Het streelt de ijdelheid.''

Harvard is voor een sinoloog bijzonder aantrekkelijk, zegt Idema. Er is veel meer geld beschikbaar voor zijn vakgebied dan in Leiden. ,,De letterenfaculteit in Leiden schraapt jaarlijks met moeite geld bij elkaar voor achttien promovendi. In Harvard heeft alleen de vakgroep Oost-Aziatische talen en culturen er al vijftien. Dat biedt veel meer mogelijkheden voor onderwijs en onderzoek op hoog niveau. Dat lijkt me zeer boeiend.''

Toch vond Idema het best een lastige beslissing om naar Harvard te gaan. Hij is verknocht aan de Leidse universiteit, zegt hij, waar hij op zijn achttiende Chinese talen en culturen ging studeren. Afgezien van een aantal gastdocentschappen in het buitenland, is hij altijd bij de universiteit betrokken gebleven – eerst als universitair medewerker, later als hoogleraar. Bovendien moest zijn vrouw haar baan bij de gemeente Leiden opgeven voor de verhuizing naar Harvard.

Idema is gespecialiseerd in de Chinese literatuur van de pre-moderne periode (1000 - 1900). Hij maakte die keuze omdat het na zijn doctoraal, eind jaren zestig begin jaren zeventig, vrijwel onmogelijk was veldonderzoek te doen in China. Het land was niet gediend van pottenkijkers. Idema: ,,Sociologische aspecten van China kon je niet bestuderen. De moderne Chinese literatuur viel ook af, omdat die geweldig werd gecensureerd. Zo kwam ik uit bij mijn huidige vakgebied.'' Idema heeft vele publicaties en vertalingen op zijn naam staan. Het meest bekend is Spiegel van de klassieke Chinese poëzie waarvoor hij in 1992 de Martinus Nijhoff Prijs kreeg.

De studiebeurs voor vier jaar die Nederlandse studenten nog tot hun beschikking hebben, is voor een studie Chinees veel te kort, vindt Idema. Die vier jaar gaan bijna geheel op aan het verwerven van de taalvaardigheid. ,,Studenten moeten drie- tot vijfduizend afzonderlijke Chinese karakters actief beheersen. Daarvoor heb je die vier jaar hard nodig. Aan academische verdieping komen ze nauwelijks toe.''

Toch is het animo voor de studie behoorlijk. Aan het begin van de jaren tachtig was de populariteit zelfs zó groot dat er een numerus fixus moest worden ingesteld: maximaal negentig studenten per jaar mochten beginnen. Nu melden zich jaarlijks gemiddeld veertig nieuwe studenten. Idema: ,,China omvat eenvierde deel van de wereldbevolking. Daarom is het zeer de moeite waard er aandacht aan te besteden. Gelukkig denken er nog steeds veel studenten ook zo over.''

    • Sheila Kamerman