De calculerende bèta

HET GAAT SLECHT met de harde bètaopleidingen in Nederland. Vorig jaar meldden zich voor de studies wiskunde, natuurkunde en scheikunde aan de zes algemene universiteiten in totaal 741 eerstejaars. Dat is een halvering in vergelijking met de jaren tachtig – en de daling zet door. Een verontrustende situatie, omdat een samenleving als de Nederlandse zozeer is doordrenkt van technologie dat een groeiend tekort aan bètaspecialisten op den duur niet anders dan ontwrichtend kan werken. Diverse commissies hebben zich de afgelopen jaren over het probleem van het nijpende bètatekort gebogen. In die reeks heeft zich op verzoek van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen nu ook de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) gevoegd. Onder de titel `Vitaliteit en kritische massa. Strategie voor de natuur- en technische wetenschappen' kwam het adviesorgaan van de regering vorige week met een scherpe analyse waaraan een vèrgaande consequentie werd verbonden: de AWT wil het aantal zelfstandige opleidingslocaties voor de studies wiskunde, natuurkunde en scheikunde op zijn minst halveren.

Het is de verdienste van het AWT-rapport dat het, meer dan zijn voorgangers, een breed perspectief biedt en zo een aantal misverstanden uit de weg ruimt. Zo lopen de Nederlandse studenten, in tegenstelling tot wat vaak is beweerd, in hun keuze voor bètastudies helemaal niet uit de pas met de omringende landen. Zonder meer verhelderend is dat de keuze voor de bètaopleidingen in de volle breedte de afgelopen decennia juist verbluffend constant is geweest. Verschuivingen, zo constateert de AWT, zijn terug te voeren op demografische factoren en op de toename van het aantal vrouwelijke studenten. Nog altijd kiezen die veel minder dan hun mannelijke collega's voor een bètastudie: 13 procent tegen 34 procent. Sterspotjes als `Kies Exact' hebben hierin geen enkele verandering weten aan te brengen en zijn, net als alle andere campagnes op dit gebied, weggegooid geld.

HET BÈTAPROBLEEM komt in feite neer op een hardnekkig verschuivingsprobleem binnen de bètasector als geheel. Steeds vaker verkiezen studenten `zachtere' levenswetenschappen als biologie en farmacie boven de `hardere' opleidingen wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Gezien de situatie op de arbeidsmarkt is dat geen onbezonnen daad, eerder getuigt zo'n beslissing van een weloverwogen afweging. Lang niet alle studenten laten zich leiden door fascinatie maar denken aan later. Waarom zou je aan een veeleisende studie beginnen, die ook nog eens een jaar langer duurt, als die studie zich na afloop op geen enkele wijze in de maatschappij laat terugverdienen? Bovendien, zo redeneert de calculerende student, je toekomstige bedrijf biedt je alle ruimte om je kennis op te vijzelen – op kosten van de baas.

Om de leegloop te stuiten zouden de harde bètastudies er in dit licht goed aan doen de opleidingen fors te reorganiseren en aantrekkelijker te maken. Daar wordt dit jaar een begin mee gemaakt, maar de vraag is of het na veel touwtrekken binnengesleepte vijfde, extra studiejaar juist niet averechts zal werken.

De AWT wil de vernieuwing koppelen aan een vèrgaande concentratie teneinde de opleidingen voldoende `kritische massa' te geven. De vraag is of dat niet een te grote sprong voorwaarts is. Het zal ongetwijfeld leiden tot grote onrust op de betrokken universiteiten. Aan de Taakverdeling en Concentratie-operatie waarmee minister Deetman in de jaren tachtig diepe wonden sloeg, bewaren maar weinigen goede herinneringen. Beter lijkt het de zes universiteiten, binnen de zojuist door minister Hermans aangereikte autonomie, via effectieve onderlinge samenwerkingsverbanden tot een aantrekkelijker profilering van de betrokken opleidingen te laten komen. Eerste aanzetten op dit terrein zijn volop in ontwikkeling en verdienen een faire kans. Als de uitkomst van dit proces is dat enkele universiteiten zich tot concentratiepunt ontwikkelen, is dat – ook voor de vitaliteit van het onderzoek – mooi meegenomen.

TEN SLOTTE, als de maatschappij werkelijk zo'n dringende behoefte heeft aan meer harde bèta's, moet dat zijn weerslag krijgen in de arbeidsvoorwaarden. Studenten zijn niet gek, bedrijven evenmin.