Vijf jaar methode-Kok

Wim Kok is morgen vijf jaar premier. Met als grote constante zijn methode van zwijgen en afwachten tot het goede moment daar is.

Lubbers, Ruys de Beerenbrouck en Drees zal hij waarschijnlijk niet verslaan. Tien, twaalf jaar waren zij premier. Maar op gelijke hoogte met Colijn en Heemskerk, beiden acht jaar eerste minister, moet hij kunnen komen. Den Uyl, vierenhalf jaar aan het bewind, heeft hij al achter zich gelaten en Van Agt - vijf jaar - zal spoedig het nakijken hebben.

Kok past als geen ander bij het Nederlandse staatsbestel. De rol van primus inter pares ligt hem beter dan die van grote leider. Waar Den Uyl met de toekomst leefde, leeft Kok met de dag. Waar Van Agt theater maakte, speelt Kok naturel. Waar Lubbers druk ritselde en regelde, daar wacht Kok af. Hij doet vooral gewoon en morgen is er weer een dag. Overtuigen wil hij niet, en getuigen al helemaal niet.

Deelnemers aan besloten overleg kennen veel meer kanten van Kok. Op maandagochtend, als hij in de Trêveszaal met zijn directe staf van secretaris-generaal, raadadviseurs en voorlichters vergadert, is hij formeel en bij de les. Ambtelijke adviseurs die hun feiten niet op orde hebben, kunnen snel een uitbrander krijgen, of mogen de verzuchting aanhoren: ,,Ben ik dan de enige die hier alles heeft gelezen?'' Koks dossierkennis is groot en hij vergeet weinig.

Op woensdagmiddag, als hij in het Torentje het wekelijkse politieke beraad voert met zijn vice-premiers en de paarse fractieleiders, zet hij al snel de tanden in zijn favoriete broodje tartaar met ei, waar anderen de broodjes laten rusten om niet met volle mond te praten. In de vrijdagse ministerraad is hij op politiek kalme dagen de ideale voorzitter. Hij introduceert de agendapunten met bondige samenvattingen. Hij luistert geduldig zolang het gesprek feitelijk en zakelijk is. Hij heeft een breed repertoire van geïrriteerde lichaamstaal als de vergadering traag en vaag wordt. Kok analyseert in hoofdzaken, zonder zijpaden in te slaan, zonder zomaar wat eromheen te praten. De kern raken, kunnen zwijgen – daarmee heeft hij inmiddels breed gezag verworven in het Europese circuit.

Maar niet alle dagen zijn politiek kalme dagen. In tijden van opwinding is Wim Kok niet op zijn sterkst. Hij kan slecht tegen gedoe en denkt dat met een kwaaie uitval te kunnen beteugelen. De procureurs-generaal die in conflict waren met de toenmalige minister Sorgdrager, kregen een publieke snauw van Kok. Dat overkwam ook luchtverkeersleiders in de Bijlmerenquête, die informatie `onder de pet' zouden hebben gehouden. De premier sloeg in beide gevallen de plank mis.

De kracht én de zwakte van Kok is dat hij zich nauwelijks aan mensen bindt. Een clan van gunstelingen en jaknikkers houdt hij er niet op na. Dat is een voordeel. Maar een band met mensen in zijn omgeving onderhouden - dat lukt niet erg, en dat is een nadeel. Wim Kok is geen people's manager.

HOOFDARTiKELpagina 7 Bewindslieden-in-problemen hebben aan Kok een slechte. De minister die stukzit, moet van zijn baas geen grote betrokkenheid verwachten. Haijo Apotheker mocht dat dit jaar ervaren. Zakelijk en afstandelijk nam de premier het varkensdossier met de weifelende minister van Landbouw door, maar Kok ging niet kameraadschappelijk naast hem staan. Apotheker moest het zelf maar voor elkaar zien te boksen.

Kok is even hard voor anderen als voor zichzelf. Wie iets wil, vecht daarvoor. En als het tegenzit, vecht je gewoon wat harder. Het zit in zijn karakter, het zit in zijn verleden. De vakbond was een harde leerschool. Is Kok veranderd in de afgelopen vijf jaar van zijn premierschap? Is hij milder of juist bokkiger geworden? Zijn ongeduld neemt toe, zo ervaart zijn omgeving met grote regelmaat. Zelf mag hij er graag op wijzen dat de tijd om resultaat te boeken kort is. Een kabinetsperiode duurt maar vier jaar. Het eerste jaar gaat verloren aan inwerken en het laatste aan het partijpolitieke gekrakeel door naderende verkiezingen.

Het parool van Kok is: doordouwen, vooruit met kleine stappen, maar wel gestaag. Onzichtbaar regeren, zo valt het te noemen. Zijn eerste regeerperiode verliep bijna vlekkeloos, met veel economische rugwind en de magie van paars. In de huidige periode haperde het regeren al van meet af aan. Paars is gewoon geworden. Fricties treden sneller op. Tot in het kabinet klinkt de roep om sterk leiderschap: of `de baas' het voortouw wil nemen. Maar zo zit de baas niet in elkaar. Hij wacht liever af: tot de meningen zijn uitgekristalliseerd en het moment om te beslissen daar is. Zo heeft hij altijd gewerkt – en vaak met succes. Bij de FNV moest hij, als voorzitter van de vakcentrale, de vele bonden op één lijn zien te houden. In het kabinet moet hij het evenwicht tussen de rivaliserende coalitiepartijen zien te bewaren.

Maar in het afgelopen seizoen was het evenwicht zoek. Gisteren kwam het kabinet voor het eerst na het zomerreces weer bijeen. De vakantieperiode begon met een zuiverende sessie in het Catshuis en eindigde met een dagje spelevaren in Friesland. En zie gisteren verscheen een montere Wim Kok op de persconferentie na het eerste kabinetsraad van het nieuwe seizoen: hij was goedlachs, gevat en ontspannen. Alsof hij zich voorgenomen had met een nieuwe start een nieuwe gedaante aan te nemen.

Was het eerste jaar van Paars-II slechts een rare samenloop van losse incidenten? Volgen nu drie jaar van opnieuw soepel regeren, met economische voorspoed die van geen wijken lijkt te weten, zonder bedreigend alternatief voor de huidige regeringscoalitie? Of nadert de paarse samenwerking haar uiterste houdbaarheidsdatum. Als het tussen partijen blijft wringen, als het ontbreken van een ideaal blijft opspelen en als de samenleving zich afwendt van paars, is Kok niet de juiste man om de coalitie overeind te houden. Dan zitten zijn beperkte taakopvatting en zijn karakter hem lelijk in de weg. Blijkt daarentegen het eerste jaar van paars-II een incident, en volgen nog drie mooie jaren, dan is Kok straks een knappe premier die twee achtereenvolgende coalities van dezelfde samenstelling leidde. En belandt hij eervol in de top-vijf van langstzittende premiers.

    • Kees van der Malen
    • Gijsbert van Es