TESTRIT: SMART

Al vier jaar lang, elke zondagmorgen, ga ik fietsen met mijn zoon. Hij voorop, achter het scherm. Ik trap, bibber of zweet, en we nemen de voorbije week, de gebeurtenissen in zijn wereldje, door. Nog een paar seizoenen en hij zit achterop, verdwijnt uit mijn gezichts- en geurveld. Het leven begint al vroeg met afscheid nemen.

We starten wanneer de klokken aan de overkant van de rivier, die oproepen tot kerkgang, beginnen te luiden. Worden in de eerste kilometers ingehaald door de Goddelijke Wielerploeg die over het fietspad rost als worden ze achtervolgd door de duivel. Zondags gekleed en op kop fietsen met razende beentjes de kinderen. Pubers en verloofde stelletjes peddelen in het peloton en in de staart zijn er de immer waakzame ouderlingen. Twee uur later en in een nog hoger tempo zien we ze weer naderen, bevangen van dominee's EPO.

En ook elke keer worden we weer bijna omvergereden door een ronkende tweetakter waarin zich een bejaard boerenechtpaar bevindt, allebei voorzien van een statige hoed, die als een ploegleiderswagen de godsvruchtige meute volgt. Tot ze afgelopen voorjaar op het fietsparcours verschenen met een fonkelnieuw wagentje. Een Smart. Slim, dat zeker, want ofschoon het een voertuig voor de openbare weg is, zien ze daar geen reden in van hun zondagse route af te wijken. Ik krijg wekelijks de pest aan de inzittenden, maar dat is geen reden de Smart te verafschuwen.

Het is al vaak geprobeerd een kleine auto op de markt te zetten. Eerst uit economische overwegingen, want de straten en steden waren nog lang niet zo vol en de consument nog niet zo goed bij kas als nu. De wagentjes moesten gemakkelijk te bouwen en vooral goedkoop in onderhoud zijn. Absolute topper was de Fiat Topolino – het rugzakje – dat in zestien productiejaren ruim drieënhalf miljoenmaal werd gebouwd.

Mijn favoriet was de Messerschmidt Kabinenroller, volgens een prospectus de koning der scooters. Motortje achterin, aandrijving op het achterwieltje, twee wieltjes voorop en daartussen twee achter elkaar geplaatste stoeltjes. De scharnierende kap, die vond ik prachtig. Zo overgenomen van een jachtvliegtuig. Voormalig oorlogsvlieger Willy Messerschmidt had er waarschijnlijk nog duizenden in zijn door de geallieerden stilgelegde vliegtuigfabrieken liggen. Dan de BMW-Isetta, gebouwd volgens hetzelfde concept. De zitplaatsjes ditmaal gemütlich naast elkaar en met een zich naar voren openende deur, wat hilarische taferelen moet hebben opgeleverd bij iets te krap parkeren.

De wegen en steden zijn ondertussen wereldwijd overvol geraakt, een kleine auto betekent minder status, maar meer kans op een felbegeerde parkeerplaats. Waar vraag is, wordt een product bedacht. De Smart is door MCC, dochter van DaimlerChrysler, op de markt gezet als een stadsauto. Wat hij, als je er een poosje in gereden hebt, beslist niet blijkt te zijn. Al die verhalen in de kroeg en op verjaardagspartijtjes over de Smart, over zijn wegligging, over het uiterlijk, over de prijs en vooral over de eventuele zeperd die het machtige concern met hun lievelingetje gaat oplopen. Ik heb bewondering voor de durf die er vanaf straalt, en dat ze zich een zeperd kunnen veroorloven doet daar niets aan af.

Ook hier worden de brede achterbandjes aangedreven door een driecilindermotortje van 600 cc dat listig onder het achtervloertje is verstopt. Geschakeld wordt er door middel van een semi-automatisch zesversnellingsbakje, een koppelingspedaal is overbodig. De schappen met elektronica zijn voor de Smart grondig omgewoeld, alles zit erop en erin. De veiligheidskooi met de vorm van een vogelschedel geeft de wagen een typische vorm. De buitenpanelen zijn van kunststof en kunnen voor u, die altijd haast heeft, binnen het uur worden vervangen. Bij schade of als de gebruiker genoeg heeft van de kleur.

In het interieur domineren de hoog opgetrokken stoelen waarin boeren, burgers en buitenlui riant kunnen zitten. De ruimte in de schedel is prima, de afwerking Duits-degelijk. Maar het dashboard, daar krijg ik langzaam maar zeker de pest over in. Veel te veel jolig design. Nu Swatch niet meer meedoet, moet ook het laatste dat aan de verbroken relatie doet herinneren maar verdwijnen. Afscheid nemen is altijd al moeilijk geweest, maar de Smart zal er flink van opknappen.

Op naar Amsterdam, de zelfbenoemde hoofdstad van de wereld. Waar de dienst parkeerbeheer, als hij zelf geen greep in de kas doet, de enige bedrijfstak is die geld oplevert. Het motortje snort tevreden in 6 over de driebaansweg, het uitzicht rondom is prima door de hoge zit en de vierkante voorruit met de bovenmaatse ruitenwissers geeft me het gevoel in een TGV of gevechtshelikopter te zitten. Altijd al meer lol dan last gehad van mijn uitbundige fantasie. Op het parkeerterrein van Ajax test ik de wegligging, we vallen niet om, niets aan de hand. Voor een ritje over de grasmat krijg ik geen toestemming. Ach, het was toch al niet mijn favoriete club.

Ik zie ons weerspiegeld in de ruiten van een kantoorgebouw, tweeënhalve meter auto is inderdaad erg klein. Kwiek als een motorfiets snel ik over de grachten en singels, zie overal broertjes op de asociale grotestadsmanier geparkeerd. Nee, het beste voertuig voor deze stad is fiets, been of tram. De auto, de Smart incluis, hoort er eigenlijk allang niet meer thuis.