Raketafweersysteem verdeelt Rusland, VS

Drie dagen van Russisch-Amerikaans overleg over wapenreductie hebben deze week niets opgeleverd. Na afloop van de besprekingen beschuldigde Moskou de Amerikanen ervan om een nieuwe wapenwedloop in de ruimte te willen ontketenen.

Het grote struikelblok is het zogeheten ABM-akkoord uit 1972, dat beide partijen in de Koude Oorlog destijds verbood raketafweersystemen te ontwikkelen. De vrees was dat het kamp dat als eerste zo'n peperduur ruimteschild operationeel had, in de verleiding kon komen om de vijand met kernwapens te bestoken.

De Amerikanen willen die overeenkomst nu openbreken, omdat ze uitgerekend zo'n raketafweersysteem in de ruimte willen bouwen. Hun redenering: ten tijde van de Koude Oorlog was het ABM-verdrag nuttig. Maar vandaag de dag is de wereldorde drastisch veranderd. Landen als Noord-Korea en Iran - en mogelijk ook terroristische groeperingen - beschikken straks wellicht over kernwapens en rakettechnologie, en dus willen de regering-Clinton de handen vrij hebben om de Verenigde Staten immuun te maken voor deze nieuwe gevaren.

De Russen stellen echter dat Washington ,,Star Wars'' wil spelen en dat het ABM-akkoord de basis is van alle wapenreductieverdragen. ,,De wapenrace zou zich in de ruimte kunnen voortzetten'', waarschuwde de Russische onderhandelaar Grigori Berdenninikov. De Amerikanen op hun beurt wijzen erop dat de Russen START-II, het verdrag dat voorziet in de wederzijdse reductie van kernwapenarsenalen, door tegenwerking van de Doema niet hebben geratificeerd. Die overeenkomst dateert van 1993. Het uitblijven van die bekrachtiging staat verdere besprekingen in de weg.