Parallellisme

Zou het ontslag van de Belgische bondscoach Georges Leekens een signaal voor Frank Rijkaard zijn? Er is dezer dagen veel boboverkeer in de Benelux. En als er nou een bevolkingscategorie is waar naapen verheven is in de stand van de genetische manipulatie dan is het wel het bobocircuit. Er is nog een verontrustende factor. Michel D'Hooghe en Jeu Sprengers zijn van de zachte g, van gregoriaanse missen met drie heren, van de canapé-democratie, van de Borgia-maaltijd, kortom van de extreme dubbelheid die je bij roomse notabelen altijd aantreft.

Als ik Rijkaard was, zou ik vanaf nu met ogen in de rug en de zakken vol gesofisticeerde afluisterapparatuur rondlopen. Op geregelde tijdstippen een bloemetje, gebakje, desnoods een sleutelhanger in chroom voor de secretaresse van Jeu is ook nooit weg. Zonder spionitis red je het niet in het hedendaagse voetbal.

Het Nederlands elftal en de Rode Duivels blameren zich in een aandoenlijk parallellisme. Beide elftallen experimenteren bij het leven. Van een duidelijk concept is geen sprake. De nationale teams lijken wel een huurlingenleger: Leekens ronselde voor de oefenwedstrijden zo'n veertig internationals, Rijkaard had dertig spelers nodig om de geest te zien. Tevergeefs: de Belgen verloren wedstrijd na wedstrijd, Nederland kan niet meer winnen. De Belgische coach viel zijn spelers af na de smadelijke nederlaag tegen de amateurs van Finland, Rijkaard deed ongeveer hetzelfde na het troosteloze optreden in Kopenhagen.

Georges Leekens is niet alleen het slachtoffer van tegenvallende resultaten in de oefencampagne, hij betaalt ook de rekening van zijn gezwollen ego. Leekens hield er goeroe-achtige pretenties op na. Het bracht hem in aanvaring met vedetten als Scifo, Nilis, De Bilde en Oliveira. Hij provoceerde meer uit wellust dan uit noodzaak. Voetballers zijn te verwend om met dit soort caprices tolerant om te gaan. De afvalligheid van een aantal internationals én van de pers is de Belgische bondscoch fataal geworden.

Zoveel intrigezucht als in Brussel en omstreken is er in en rond het Nederlands elftal, sinds Guus Hiddink, niet meer aanwezig. De kabel heeft zichzelf opgeheven door uitzwerming. Ajax als trainingskamp voor nationalistisch rumoer speelt geen rol meer. Daarnaast is er de persoon van Rijkaard. De bondscoach heeft nog steeds het krediet van de charismaticus. Bij spelers, pers en publiek. Rijkaard heeft de hitte van de mens, Leekens werd in zijn geritualiseerde jovialiteit steeds weer betrapt op een inherente kou. Maar liefde en respect zijn brandbare begrippen in het voetbal en dat moet ook Rijkaard weten.

De humeurigheid van Patrick Kluivert na zijn mislukte positiewissel kan de coach niet zijn ontgaan. Ronald de Boer op de bank: dat kun je zijn schoonvader niet aandoen. Jerrel Hasselbaink als compagnon van Van Nistelrooy in de voorste linie is hetzelfde als een betonvlechter laten dansen met een ballerina. Rijkaard mag dan in de harten van de meeste internationals nog steeds Frenkie zijn, als de eer van speler en familie op het spel staat, klappen harten gauw dicht.

Het EK 2000 wordt opgeblazen tot het eerste grote sportevenement van het nieuwe millennium. De Belgische media toeteren al maanden dat de Rode Duivels het imago van het land kunnen redden. Met andere woorden: ze horen de herinnering aan Dutroux en de dioxinecrisis weg te spelen. In Nederland gaat de voetbalwaanzin niet zo ver. Aan Rijkaard wordt niet gevraagd de moord op Chanel Naomi Eleveld te wreken. Al weet je het nooit nu De Telegraaf in de onderbuik van de natie aan het etteren is geslagen.

Wellicht zal Frank Rijkaard zelf de conclusies trekken als de resultaten in de komende oefenwedstrijden er niet op verbeteren. De gracieuze veteraan heeft een hoog ontwikkeld eergevoel. Mij zal het niet verbazen als hij op een dag verdwijnt zoals hij is gekomen: als een atoom. Frank is overigens te jong om zich te laten uitroken in een slijtageslag van topvoetballers voor wie alleen het clubbelang telt.

Alle ronkende adhesiebetuigingen ten spijt is het Nederlands elftal voor een aantal spelers een zomerhuisje. Waar ze weer eens lekker kunnen schelden tijdens het klaverjassen. In eigen taal.