Nederlanders op ufo-jacht in Mongolië

Dat het clubje mannen onder de parasol bij het Rode Plein Nederlanders waren, dat zag je van verre. Hun nationale onderscheidingstekens waren in dit geval: knokige knieën, stoppelbaarden en gezondheidssandalen onder korte broeken. Het was bloedheet, deze laatste dag van juli, en het achttal keek een beetje daas uit over de kunstig gedraaide uientorens van de St. Vasilius-kathedraal.

Ze verwachtten het einde der tijden, of ten minste het einde van een tijdperk. Op 11 augustus, de dag van de zonsverduistering. Hun Leider, een jongeman die sinds zijn 21ste vreemde stemmen in zijn hoofd hoort, vertelde dat de hemellichamen die dag extreem ongunstig stonden, ,,alsof ze met elkaar in oorlog zijn''.

Hoewel hun aanstaande missie (de beklimming van de Beloega, een heilige berg op de grens van Rusland en Mongolië) bloedserieus was (bedoeld om de onzichtbare Stad van het Al, Sjambala, binnen te treden), kon je in hun gezelschap ook prettig-relativerende grappen horen, bijvoorbeeld over de ,,Star Wars'' die ze voorspelden. Ook het idee dat ze acteurs waren in hun eigen sciencefiction-film, kon hen bekoren.

Jongens waren het. Maar aardige jongens.

Ze zouden drie dagen met de Trans Siberië-express reizen, en vandaar per bus en te voet het ruige Altaj-gebergte intrekken. Onderweg zouden ze meditatieve sessies houden om bewuster om te kunnen gaan met hun mannelijke chakra's.

Ik kon mijn teleurstelling niet verbergen toen ik hoorde dat ze stuk voor stuk een retourbiljet op zak hadden. Dat vond ik nou slap. Je gelooft in de zes eeuwen geleden door Nostradamus berekende doomsday, of je gelooft er niet in. Een tussenweg is er niet.

Maar zo onheilspellend stonden de sterren nou ook weer niet. ,,Ik voorzie grote gebeurtenissen op de elfde'', verduidelijkte de Leider, ,,maar niet noodzakelijk de ondergang van de wereld.'' Bij het afscheid bedacht ik nog eens: wat zien ze er normaal uit. Ik wenste ze een behouden thuiskomst en vroeg of ze, terug in Moskou, verslag wilden uitbrengen.

Afgelopen woensdag stond een van hen, een leraar op een middelbare school in Drenthe, verfomfaaid op de stoep. ,,Er is een heleboel gebeurd'', zei hij. Maar dat bleek een understatement. Ze hadden ufo's gezien: gevaartes met groene en rode lichten, die - ik raadde het meteen - cirkels in het gras hadden achtergelaten. ,,Echt, het gras was op verschillende plaatsen geplet.''

De nacht van de elfde was de Leider aan de oever van een bergmeer in trance geraakt. Met zijn ogen half geloken en zijn stem een octaafje lager dan gewoonlijk begon hij ineens te channelen, dat wil zeggen: hij werd door stemmen uit alle hoeken van het heelal gebruikt als medium (channel) om in het Nederlands tot deze mannen te spreken. De stemmen vertelden dat er op de elfde augustus rond de top van de Beloega een vergadering was belegd van alle geesten uit de kosmos.

,,Vandaar die ufo's'', had iemand extatisch uitgeroepen. ,,Ze reizen natuurlijk per ufo.'' Een ander groepslid merkte op: ,,Het lijkt wel of we in een aflevering van Star Trek zijn beland.'' Na een tijdje hervonden ze hun concentratie en kregen een visioen. ,,We zagen een poort, de stemmen gidsten ons naderbij, en we wisten dat we Sjambala zagen, de onzichtbare stad'', aldus de Drentse leraar. Via de tongen van de leider werd er het volgende aan hen geopenbaard: op 11 augustus, na de eclips, breekt het tijdperk van Aquarius aan, waarin de vrouwelijke krachten van vuur en water het overnemen van die van de aarde en de lucht (mannelijk). In de praktijk zullen wij stervelingen dat merken aan de metamorfose van menselijke organisaties van patriarchaal naar matriarchaal, met op korte termijn een androgyne overgangsfase.

Ik nam aan dat de leraar deel uitmaakte van de enige groep die naar de Russisch-Mongoolse grens was getogen, maar dat bleek niet het geval. Ver boven de boomgrens, tijdens een sneeuwstorm nog wel, was de mannenclub twee andere expedities tegengekomen. ,,Toevallig allebei uit Nederland'', zei de Drent. De een bestond uit reiki-meesters en -meesteressen, genezers-door-handoplegging, en de anderen waren Groningers. ,,Dat was een grote groep van wel dertig leden.''

Dat er zoveel zweverige Groningers bestonden, terwijl de Groningers die ik kende stuk voor stuk een archetypische nuchterheid aan de dag legden - dat op zich was een openbaring.

De drie groepen van Nederlandse Beloega-gangers hebben een gezamenlijk ritueel voltrokken. De inhoud van een flesje ,,gestructureerd water'' (dus niet: ,,ingestraald'') hebben ze in drieën gedeeld en uitgegoten in drie verschillende bergmeertjes. Het is onvermijdelijk dat de zuiverende werking die daarvan uitgaat, uiteindelijk, via de Siberische rivier de Ob en de Noordelijke IJszee, alle wereldzeeën zal bereiken. Een mooie geste om het tijdperk van Aquarius te verwelkomen.