Zo maakte Ajax er een ordinair seizoen van

Crisis De vraag is in hoeverre de top van Ajax – Van der Sar, Overmars – nog houdbaar is, nu er vier jaar achtereen geen prijs is gewonnen.

Wie zet Ajax op het juiste spoor? Als Danny Blind volgende week maandag in de buitengewone aandeelhoudersvergadering wordt benoemd tot commissaris, kan hij zich meteen gaan buigen over de belangrijkste kwestie in zijn technische portefeuille. De vraag ligt, na het definitief en in vernederende stijl mislopen van de titel zondag, direct voor: hoe nu verder, Ajax?

Moet algemeen directeur Edwin van der Sar gevolg geven aan zijn woorden in januari, toen hij met zoveel woorden zijn positie afhankelijke maakte van prestatieverbetering onder Erik ten Hag – de derde coach in een jaar? Moet Marc Overmars, directeur spelerszaken, de prijs betalen voor het beleid dat vier seizoenen achtereen geen prijs opleverde?

Vragen die beantwoord moeten worden door een rvc die de afgelopen jaren de nalatenschap van Johan Cruijff – zelfbestuur door oud-topvoetballers – heeft laten verzanden, culminerend in dit seizoen van een bijna permanente staat van crisis. De nieuwe commissaris Blind, wiens voorgenomen benoeming met hoon werd ontvangen wegens onder meer zijn mislukte bondscoachschap, lijkt niet de man om met grote geloofwaardigheid te oordelen over zijn voormalig teammakkers. En toch zal hij moeten wikken, wegen – iemand moet het doen. Wellicht doet Van der Sar het wel zelf, opstappen.

Ajax-directeur Edwin van der Sar (links) met PSV-assistent Ruud van Nistelrooy, afgelopen zondag in Eindhoven. Foto ANP Pro Shots

Is dat onvermijdelijk? Nee. Het is aanlokkelijk om het wangedrocht dat dit seizoen is te plaatsen in een trend van organisatorisch falen en tekortkomingen van beleidsbepalers. En waarschijnlijk terecht. Maar feit is ook dat dit (pas) het tweede seizoen in dit decennium is waarin Ajax niet tot de laatste speeldag in de titelrace zit – altijd eindigde de club in de toptwee.

Peter Bosz

Ergens moet ook gewaakt worden om de extremen van dit seizoen al te zeer als structureel gebrek te duiden. Termen als wanbeleid zijn, zeker gezien de financiële prestaties, misplaatst. Sportief gezien is de kanttekening te maken dat, dankzij de dappere keuze van Van der Sar en Overmars voor een coach met een Feyenoord-verleden, Ajax zich met trainer Peter Bosz op de borst kon kloppen na het bereiken van de Europa League-finale. Ajax was eventjes back.

Het Europese succes toen wordt nu een toevalstreffer genoemd – maar dat is wel erg redeneren richting de conclusie dat bij Ajax niets deugt. Wel is nu aangetoond dat directieleden Van der Sar, nu ruim een jaar aan de top na een inwerkperiode van vier jaar, en de al bijna zes jaar besturende Overmars het leiden van Ajax boven hun pet gaat. Maar misschien is Ajax ook helemaal niet te leiden.

De directie mist tact, charme, anticiperend vermogen en charisma – wat gek is gezien de statuur van de mannen. Overmars is een mediaschuwe eigenheimer, Van der Sar op zijn beurt een benaderbare maar amper overtuigende bestuurder. Jeroen Slop is het bestuurlijk geheugen en financiële brein in de directie, met verder Menno Geelen (commercieel) en Rutger Arisz (operationeel).

Een oude bekende van Overmars

Wat is er nu precies gemismanaged? Dat Bosz, die afgelopen zomer vertrok naar Borussia Dortmund, voor Ajax behouden had kunnen worden, en tegen welke prijs, is lastig te zeggen. Duidelijk is wel dat het door Bosz gewenste vertrek van assistent Hennie Spijkerman en Dennis Bergkamp, lid van het ‘technisch hart’, blijkbaar niet zo’n hoge prijs was aangezien zij een half jaar later samen met trainer Marcel Keizer werden afgedankt.

Het pad werd toen geëffend voor de meest geroemde coach uit de subtop, Ten Hag, een oude bekende van Overmars toen ze in hun respectieve functies aan de weg timmerden bij Go Ahead Eagles. Het gebrek aan vertrouwen in Keizer in de eerste seizoenshelft is de meest navrante wanprestatie van de Ajax-top. Hij werd geofferd vlak voor Kerst, net toen de ploeg zich losmaakte van het drama met Abdelhak Nouri en vleugjes Ajax-voetbal opdiende.

Keizer werd de uiterst povere start keihard aangerekend alsof het een doorsnee seizoen betrof. Hij kon het, dat is het ergste, niet meer goed doen na een voorbereiding onder de meest dramatische omstandigheden met een getormenteerde en ongebalanceerde selectie. Het ontslag van Keizer in december, na de bekeruitschakeling tegen FC Twente, was ongefundeerd – en dat is heus niet alleen met de kennis van nu makkelijk praten. Aanvankelijk kon je nog denken dat er intern van alles moet hebben gemankeerd aan de coach die vanuit Jong Ajax in het diepe werd gegooid, maar niets van dat is tot op heden gebleken.

Opwachten van de spelersbus

Niemand bij Ajax, ook Keizer niet, greep het Nouri-drama aan in de vergoelijking van de slechte prestaties, zelfs niet die eerste weken. Dat valt te prijzen. Het verdriet liet duidelijk diepe sporen na. Intern werd wel eens verzucht: hadden we met 6-0 van Nice verloren in de eerste thuiswedstrijd na het bericht over de blijvende en ernstige hersenschade – dan was de impact duidelijk geweest. Het werd 2-2, uitgeschakeld.

De buitenwereld ging over tot business as usual, de clubleiding eigenlijk ook. Overmars, Van der Sar en de rvc van voorzitter Leo van Wijk zijn het geweest die er met het ontslag van Keizer een ‘gewoon’ seizoen van maakten. Hup, nieuwe coach, zo doen we dat. Ten Hag schepte op over verbeteringen bij Ajax onder hem – terwijl het vorig jaar opgebouwde enthousiasme in de Arena wegebde.

Zo werd het een ordinair seizoen, met het elftal als grote verliezer. Niets bleef de spelers bespaard, de gifbeker werd telkens bijgeschonken tot aan het opwachten van de bus bij de Arena zondag door woedende fans waarbij sterspeler Hakim Ziyech een duw kreeg. Dezelfde Ziyech die negen maanden geleden naar zijn hotelkamer terugkeerde, nadat zijn maatje Appie Nouri naar het ziekenhuis van Innsbruck was gevlogen en nooit meer zou spreken, lopen of lachen.