Moskou wint propaganda-oorlog in de Kaukasus

Rusland mag weinig vorderen met de bestrijding van fundamentalisten en separatisten in Dagestan, de propaganda-oorlog wint Moskou wel. Er is sinds het fiasco in Tsjetsjenië veel geleerd.

In de virtuele oorlog tegen de islamitische opstandelingen in de Kaukasus, uitgevochten in cyberspace en op tv, hebben de Russen de bovenhand. In de praktijk slaagt het Russische leger er niet in om de rebellen uit een zestal bezette bergdorpen in Dagestan te verjagen, maar Moskou wint de ene na de andere propagandaslag.

De strijd in de Russische deelrepubliek is er een tussen good guys en bad guys – daarover kan bij de Russische tv-kijker geen misverstand bestaan. De uit Tsjetsjenië afkomstige krijgslieden heten onveranderlijk `bandieten', `terroristen' of `addergebroed' en het dunne informatiestroompje over het verloop van de gevechten wordt strak geregisseerd. Het perscentrum van het Russische leger verzorgt dagelijkse briefings, compleet met overzichten van het aantal uitgevoerde bombardementsvluchten.

De parallel met de five o'clock follies (de notoir leugenachtige persconferenties tijdens de Vietnam-oorlog) en meer recent met de Golfoorlog en het Brusselse optreden van NAVO-woordvoerder Jamie Shea in de Kosovo-crisis dringt zich op. Het lijkt of de Russen, die zo fel tekeergingen tegen de NAVO-campagne in Joegoslavië, hun mediastrategie van het bondgenootschap hebben afgekeken.

Daar hoort bij: een bijna volledig monopolie op de nieuwsvoorziening (de verstrekte cijfers over aantallen gedode `terroristen' en heroverde heuvels of bergpassen zijn oncontroleerbaar), gepaard aan een ongekende activiteit van de legerwoordvoerders. Net als dit voorjaar in Kosovo waagt bijna geen enkele buitenlandse verslaggever zich in de buurt van de brandhaard, in dit geval omdat de rebellen in de Kaukasus hun Heilige Oorlog financieren met gijzelingen-voor-losgeld. Zelfs de wereldwijd opererende persbureaus AP, AFP en Reuters sturen geen buitenlandse stafleden naar het front, maar kopen hun foto's en berichten van lokale journalisten.

De opstandelingen verkopen videocassettes uit ,,bevrijd Dagestan'' aan de hoogstbiedende. Bovendien communiceren zij over hun zaak – de verdrijving van alle Russen en andere ,,ongelovigen'' uit de Kaukasus – via een eigen website. Om hun stem tot zwijgen te brengen nemen Russische MiGs sinds woensdag de radio- en tv-zenders van de rebellen gericht onder vuur, zoals ook de NAVO-jets het Joegoslavische televisiegebouw in Belgrado als specifiek doelwit kozen.

De Russische legerleiding verspreidt ook met opzet desinformatie. Zo zou de tolk van ondercommandant Chattab, een Jordaanse vrijwilliger in Tsjetsjeense dienst, dinsdag bij een Russische granaataanval zijn gedood. Chattab zelf is zwaar gewond naar ziekenhuis in Grozny afgevoerd, aldus het Russische leger. De rebellen antwoordden donderdag met verse tv-beelden van een Russisch-sprekende Chattab, met alleen een verband om zijn pols. Toch heeft Moskou geen hinder van zulke regiefoutjes, aangezien het Russische publiek nauwelijks op zulke tegenstrijdigheden wordt gewezen.

Anders dan in de oorlog tegen de Tsjetsjenen, toen de kritische verslaggeving van de Russische zender NTV volgens velen de nederlaag in 1996 bespoedigde, onderwerpen de Russische media zich nu aan zelfcensuur. ,,Tsjetsjenië was een volksopstand tegen een systeem, terwijl er in Dagestan slechts sprake is van agressie van islamitische bandieten'', aldus NTV-directeur Vladimir Koelistikov in The Moscow Times. Wat meespeelt zijn de gijzelaffaires van enkele honderden binnen- en buitenlandse journalisten (inclusief een sterreporter van NTV), hulpverleners, onderhandelaars, grenssoldaten en kinderen uit de wijde omgeving.

Ondanks de anti-Tsjetsjeense stemming in Rusland neemt de Russische minister van Informatie, Michail Lesin, geen enkel risico. Hij dreigt met ingrijpen als er in Rusland nog langer beeldmateriaal wordt vertoond waarin de rebellen te zelfverzekerd overkomen. Met name de staatszender ORT kreeg van onder uit de zak nadat de rebellenleider, Sjamil Basajev, in een eerder deze week uitgezonden fragment de Kaukasus-volkeren mocht oproepen ,,het juk van de Russische overheersing af te werpen''.

,,Wie laten we aan het woord?'' vroeg minister Lesin zich de volgende dag af bij de concurrerende staatsomroep RTR. ,,Het is alsof we een huurmoordenaar een podium bieden om aan te kondigen wie hij gaat vermoorden.'' Kennelijk is zijn waarschuwing hard aangekomen, want in de nieuwsuitzending van het onafhankelijke NTV was donderdagavond slechts een met zorg uitgekozen fragment van de rebellen opgenomen: de begrafenis van drie door Russische granaten gedode `moslimbandieten'.