Met tegenzin samen op weg

Veertig jaar praten de twee grote vaderlandse kerken nu over éénwording. Inmiddels heeft het ideaal zijn glans verloren, vooral bij de orthodoxe `bonders'. Hoe groot is de mantel der liefde nog?

Tuindorp, Utrecht, een frisse zondagmorgen. Ergens in een hoek van de Tuindorpkerk pruttelt het koffiezetapparaat, een mevrouw zet de kopjes alvast in het gelid. ,,Nee, het is niet de bedoeling dat u voor de dienst al koffie drinkt, meneer.'' Bij het luiden van de klokken van tien uur zit het schip van de kerk al bijna vol, oude mensen, jonge mensen, gezinnetjes, hier en daar een allochtoon, allen in voelbare saamhorigheid. ,,Goedemorgen'', wenst men elkaar toe, ,,goedemorgen, goede dienst, hè.'' De organist zet een trage melodie in. ,,Goed dat je er bent'', verwelkomt dominee Piet Warners de gemeente vanachter zijn kansel, ,,jij, en jij, en jij ook'', en knikt daarbij willekeurig de zaal in. Gezang, gebed en preek wisselen elkaar een uur lang af. Dan gaan zachtfluwelen zakjes door de rijen. Rinkelende muntjes en stille briefjes glijden in de dwingende zakjes, onder begeleiding van een hernieuwde orgelgalm. ,,Laten we samen bidden'', besluit de dominee de dienst, en de ogen gaan dicht. ,,Goed dat je er was.''

De twee grote vaderlandse kerken, de Nederlands Hervormde kerk (NH) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) willen één kerk worden. Al een generatie lang zijn ze `Samen op Weg', maar de klad zit er de laatste tijd een beetje in. Wat begon als ideaal, heeft geleidelijk plaatsgemaakt voor opportunisme en tegenzin. Door de ontkerkelijking moeten veel kerken wel samen. De conservatieve vleugel roept op tot een moratorium van het fusieproces, veel progressieven vinden dat eigenlijk niet zo'n slecht idee. Maar de landelijke bestuurderen en kerkmanagers gaan onverdroten voort.

In oktober verlaten de kerken hun oude hoofdkwartieren en betrekken zij gezamenlijk het fonkelnieuwe hoofdkantoor in Utrecht. ,,Onvoorstelbaar hoe veel er over vergaderd is al die jaren'', zegt godsdienstsocioloog Gerard Dekker. ,,In die tijd is een hele grote kloof gegroeid tussen de landelijke en de plaatselijke kerk. Na veertig jaar kan je zeggen dat samen op weg eigenlijk een doodgeboren kind is.''

Bevindelijk belijden

Kerkelijken praten in een voor onkerkelijken soms onbegrijpelijke taal. Het gaat over belijden, bevinden, en over het bevindelijk belijden. Over de afscheiding, de doleantie, de vaderen, over het moderamen, de deputaten, de ordinantie. Uitleggen is moeilijk, en gevaarlijk, want de geschiedenis leert dat zelfs de kleinste nuanceverschillen genoeg zijn voor een lange en bittere richtingenstrijd. De belangrijkste protestantse scheuring is die tussen gereformeerden en hervormden. In twee golven verlieten gereformeerden de hervormde staatskerk, in 1843 bij de `afscheiding', in 1886 bij de `doleantie'. Onvrede was er over de losse, onzuivere leer van de hervormden, protest ook tegen de staatsinvloed in de Nederlands Hervormde kerk. Jarenlang liepen gereformeerden en hervormden vervolgens met opgeheven hoofd naar de eigen kerk, hele dorpsgemeenschappen en zelfs families in hun gang verscheurend. Tot de kerkbestuurders begin jaren zestig ineens met schaamte terugkeken op de `onduldbare' scheuring en besloten tot hereniging.

Dominee Barend Jan Aalbers (70, gereformeerd) lijmde de scheuren zijn leven lang. Aalbers, een kleine man met een dragende, bijna Reviaanse stem, werd als nieuwbakken predikant in 1954 beroepen in de Noordoostpolder, en een paar jaar daarna in de Flevopolder. ,,Het was een maagdelijk gebied, waar je iets nieuws kon beginnen. Ik logeerde in een arbeiderskamp.'' Onder Aalbers' bewind gingen hervormden en gereformeerden in de nieuwe provincie allen naar dezelfde kerk. In '67 trok hij naar het Eindhovense voorstadje Geldrop, ook daar bracht hij gereformeerden en hervormden samen in een kerk. ,,We waren de eerste gemeente die een gemeenschappelijk statuut had. Ik schreef er een brochure over die in een mum van tijd in tweeduizend exemplaren het hele land in ging.''

In 1976 haalden landelijke kerkbestuurders Aalbers naar Driebergen, om van daaruit verder leiding te geven aan de fusie van de kerken. ,,Aan de wortel is Samen op Weg een ideologisch proces, een roeping tot eenheid. De overtuiging dat de scheiding van de kerken overwonnen moest worden, leefde in het begin heel sterk'', herinnert Aalbers zich.

Maar het ideaal werd ingehaald door de ontkerkelijking. Vijftig jaar geleden beleed half Nederland het gereformeerde of hervormde geloof, vandaag is dat nog maar vijftien procent. Gevolg is dat de uitgedunde kerkgemeenten hun kerk en dominee niet meer alleen kunnen betalen en uit lijfsbehoud zoeken naar fusiepartners. Zo ging de gereformeerde Tuindorpkerk van dominee Piet Warners vijf jaar geleden `samen op weg' met de hervormde buurkerken in Oost-Utrecht: de Zwijgerkerk en Nieuwe Kerk. Alle drie kampten ze met leegloop en vergrijzing. ,,Er wonen veel kinderen in deze buurt. We hebben tegen elkaar gezegd: ook wij moeten samen op weg, anders missen we de boot'', vertelt dominee Warners, die in het kader van Samen op Weg ook eens per maand in de Nieuwe Kerk preekt. De Zwijgerkerk werd verkocht, hervormden uit die gemeente hebben zich verspreid over beide andere kerken. ,,We hebben in de twee kerken zo'n vier, vijf geloofsrichtingen. Inhoudelijk houd ik daar hetzelfde verhaal, alleen mijn woordkeus is anders.''

Liefdesbaby

Toch zijn er wel meer dingen anders. De conservatieve, meer rechtzinnige Nieuwe Kerk haalde met Kerstmis het nieuws door in de wijk een flyer te verspreiden die uiterlijk veel weg had van een roddelblad, zelfde kleuren, zelfde letters. LIEFDESBABY GEBOREN IN BETHLEHEM! NIET VAN MARCO EN LEONTINE, HET IS ECHT EEN WONDERKIND! HOOR ER ALLES OVER IN DE DIENSTEN VAN DE NIEUWE KERK EN DE TUINDORPKERK. Inderdaad zat de kerk voller dan anders, maar het lokale kerkelijk magazine `Mozaïek' stond maandenlang vol met kritiek. De Tuindorpkerkers vonden dat de campagne ,,Gods menswording tot een ranzig feit reduceerde door de term liefdesbaby te gebruiken voor de geboorte van Jezus'', en spraken van ,,een diepe kloof tussen de twee kerken, die sinds het samen op weg gaan met een mooie mantel der liefde bedekt is

In het wereldse Utrecht staan de protestanten nog vrij dicht bij elkaar, daar komen ze in elk geval bij elkaar in de kerk. Anders is dat in de `Bible belt' die van Zeeland tot Twente door het land slingert en de oude bestandslijn tussen katholiek en protestants Nederland markeert. Langs die lijn woont de trouwe aanhang van de `gereformeerde bond tot verbreiding en verdediging van de waarheid in de hervormde kerk', kortweg `de bond'. De bond, niet te verwarren met de zwartgekousde oud-gereformeerden of de vrijgemaakte en christelijk gereformeerden (dat zijn latere afscheidingen van de gereformeerde kerk), bezet de behoudende vleugel van de hervormde kerk. De bond heeft geen mantel der liefde nodig, die wil helemaal geen fusie. Secretaris en spreekbuis van de bond is Jan van der Graaf, een energieke zestiger. Van der Graaf is ook redacteur van de `Waarheidsvriend', het weekblad van de bond. Uit de kast grijpt hij in een stapel oude exemplaren: ,,Hier, een paasnummer, met plaatjes. Eenmaal per jaar hebben we een Waarheidsvriend met plaatjes. De rest van het jaar is het een grauw blad. Dat moet ook, een kerkblad moet grauw zijn, dat is herkenbaar.''

In de eerste Waarheidsvriend van dit jaar staat het verslag van een buitengewone ledenvergadering, bijeengeroepen door verontruste bonders. Verontrust zijn ze over de voortgang van het fusieproces. ,,We kunnen niet weg, en we kunnen niet mee. Maar als we niet meegaan hebben we geen geld'', zegt een dominee in de notulen. ,,Daarom is de bond meegegaan. Maar nu zeg ik: Laten we zorg hebben om onze moeder, laten we uitspreken: we blijven hervormd!''

Van der Graaf: ,,De bond heeft veel gemeen met de gereformeerden van Kuyper, die in de vorige eeuw uit de hervormde kerk stapten. Die waren zeer orthodox, wars van de vrijzinnigheid die toen in de hervormde kerk heerste. Zij vonden het een kerk zonder tucht. Kort voor de oorlog zeiden ze nog tegen ons: jullie horen niet in die kerk, dat is een valse kerk. Kom toch bij ons! Maar wij bonders willen niet uit de kerk stappen, het is ons hele wezen de kerk juist van binnenuit te reformeren.''

Intussen is het gros van de gereformeerde kerken niet meer rechtzinnig en orthodox, maar vrijzinnig en progressief. Tegenwoordig gaan daar ook vrouwen, zelfs belijdende homoseksuelen voor in de dienst. Over abortus en euthanasie wordt moeiteloos gediscussieerd. Allemaal tegen het zere been van de bonders: ,,De vrijzinnigheid binnen de gereformeerde kerken heeft die kerk losgeslagen van haar ankers. Dat doet ons pijn.''

Bonders en gereformeerden staan vandaag lijnrecht tegenover elkaar. De gereformeerden voelden zich hun kerk uitgejaagd omdat de onwrikbare bonders de hereniging en modernisering van de kerk traineren met hun versteende standpunten. De bonders zijn juist bang dat hun kerk aan de gereformeerden wordt verkwanseld. Ze zijn bang voor de gereformeerden. Hervormden gelden als gezagsgetrouw en afwachtend, gereformeerden als militant en daadkrachtig. Ook zijn er kerkelijke verschillen. Bonders hechten zeer aan de kerkregels die `de vaderen' al in 1618 vaststelden. Ze vieren hun dienst met oude riten, ze zingen bijvoorbeeld nog steeds alleen de oude psalmen, terwijl de rest van de kerk ook `moderne' liederen zingt. En er zijn materiële angsten. De bondskerk is veel rijker, want bondsleden dragen veel meer bij aan de kerk. De angst is dat na een fusie de vrijzinnigen er met het geld vandoor gaan. Er zijn al kerken die naar de burgerlijke rechter zijn gestapt om het de landelijke kerkbestuurders onmogelijk te maken over hun bezit te beslissen. ,,Veel hervormde gemeenten doen hun best hun vermogens in stichtingen onder te brengen. Die zeggen: als we dan toch samen op weg moeten, dan willen we in ieder geval niet het geld delen'', aldus godsdienstsocioloog Gerard Dekker.

Voorheen kon en wilde de bond de fusie niet tegenhouden, nu is dat anders. Terwijl het aantal leden van de afzonderlijke kerken afneemt, stijgt het aantal kerkelijken dat zich tot de bond rekent. Niet alleen is de natuurlijke aanwas groter, ook kiezen veel gematigden in toenemende mate voor de sterke identiteit en de duidelijke normen en waarden van de gereformeerde bond. Omdat de bondskerken overvol zitten, is hun aandeel gegroeid tot bijna de helft van het aantal kerkgaande hervormden. Gerekend in vermogen bezit de bond meer dan de helft van de hervormde kerk.

Gesterkt door de groeiende achterban, roepen de bonders steeds harder dat het fusieproces geen goede weg is. Begin dit jaar riepen zij op tot een moratorium. Van der Graaf: ,,We pleiten voor een adempauze, want zoals het nu gaat kan het buigen of barsten worden. Dat willen we niet. Alsjeblieft niet nog een barst aan het eind van de twintigste eeuw. Dat kan ik aan de wereld niet meer verkopen.'' Binnen de bond zijn er ook spanningen. ,,Het is roerig. We weten niet welke weg te gaan, er zijn stromingen die verder willen gaan in het verzet. Maar afscheiden, nee. Wij laten ons niet onze kerk uitjagen.''

Protestanten van alle gezindten zien bezorgd toe hoe de sentimenten oplaaien. Dominee Aalders: ,,Als ze op de Veluwe meer ruimte willen, geef ze daar dan die ruimte. We zijn er om het geloof te verkondigen en om ons bezig te houden met maatschappelijke vraagstukken. Nu verzuipen we in de vormgeving van de samenwerking.''

Bondsvoorman Van der Graaf: ,,Het dak moet de gemeente dienen, niet andersom. Als de fusie wordt doorgedreven, dan ontstaat een eilandenrijk zonder verband. Dat is geen kerk die liefde kan opwekken, daarvoor zit er te veel weerstand.''

Godsdienstsocioloog Dekker: ,,De kerk is eigenlijk een vrijwilligersvereniging. Als er zo'n groot deel tegen is, dan moet je het niet zo krampachtig doorzetten. Vroeger verloofden we ons. Als je tijdens die verloving zag aankomen dat het niet ging, dan stopte je voordat je ging trouwen. Er zit veel halsstarrigheid. Voor veel mensen is het een desillusie na al die jaren te moeten zeggen: jammer, 't is niet gelukt.''