Lustrum Kok

HET IS MORGEN precies vijf jaar geleden dat Wim Kok minister-president van Nederland werd. Bovendien kan Kok over zes weken vieren dat hij – en met hem de Partij van de Arbeid – tien jaar achtereen in de regering zit. De PvdA in het landsbestuur is inmiddels zo gewoon, dat bijna zou worden vergeten dat de partij ook oppositionele tijden heeft gekend. Toch is de transformatie van de PvdA tot een natuurlijke bestuurderspartij een van de meest kenmerkende prestaties van de jubilerende Kok. Onder zijn leiding is de PvdA voor het eerst sinds de jaren vijftig weer een constante factor in het kabinet geworden. Ter vergelijking: in de periode 1959-1989 maakte de PvdA in totaal nog geen zeven jaar deel uit van de regering.

Voor het zover was heeft de PvdA een lange periode van herbezinning doorgemaakt. Terwijl kabinetten van CDA en VVD onder leiding van Lubbers het no-nonsense beleid predikten, produceerde de PvdA voor intern gebruik vele discussienota's die de opmaat vormden voor een koersverandering. Onder erkenning van de markteconomie en het accepteren van de individualiseringtendens werden de luiken opengezet. Met als uiteindelijk gevolg dat Kok in 1995 kon concluderen dat de PvdA de ideologische veren had afgeschud. Het was het einde van een proces dat bij sociaal-democratische partijen in andere Europese landen, zie bij voorbeeld de Duitse SPD, nog maar nauwelijks is begonnen.

DAARVOOR HEEFT DE partij aanvankelijk een flinke prijs betaald. In 1994 leed de PvdA na ruim vier jaar regeren een verlies van 12 zetels en noteerde daarmee de grootste verkiezingsnederlaag uit haar historie. Een feit dat gemaskeerd is doordat het CDA bij dezelfde verkiezingen een nog zwaarder verlies leed. De oogstperiode voor de PvdA is pas ten tijde van het eerste paarse kabinet begonnen. De Tweede-Kamerverkiezingen van vorig jaar waren de eerste verkiezingsoverwinning voor Kok sinds hij in 1986 het leiderschap van de PvdA van Den Uyl had overgenomen. Daarmee zag Kok eindelijk bevestigd dat hij gelijk had toen hij koos voor de lange weg van de marathon in plaats van de korte baan.

Kok trad vijf jaar geleden aan met de obligate mededeling zich te beschouwen als `premier van alle Nederlanders'. Toch is Kok meer dan geslaagd in deze opdracht. Kok staat symbool voor de nationale consensus die in de paarse coalitie haar politieke vertaling heeft gekregen. Kok is de leider van paars. Als leider van de PvdA wordt hij veel minder herkend, en daar begint dan ook het ongemak van zijn partij. De waardering voor Kok lijkt buiten de PvdA aanzienlijk groter dan daarbinnen. Het is een reactie die past in het patroon van een partij die nog steeds vindt dat er een wereld moet worden gewonnen.

VOOR EEN POLITIEKE partij heeft de `premierbonus' ook zijn schaduwzijde. Naarmate het vertrouwen in de persoon Kok in het land groter is, is de speelruimte van zijn eigen partij kleiner. De krampachtige gang van zaken rondom het debat over de fiscale aftrek van de hypotheekrente is daarvan een voorbeeld. Zolang het vertrouwen in de leider zich nog laat vertalen in electorale winst, valt er voor de partij met die duale positie nog wel te leven. Anders wordt het wanneer verkiezingssucces niet meer bij voorbaat verzekerd is. De nerveuze stemming binnen de PvdA als reactie op de goede scores van GroenLinks in de peilingen is hiervan een voorbeeld.

Vooralsnog heeft Kok de factor tijd aan zijn zijde. De kabinetscrisis van dit voorjaar is bezworen, de conjunctuur heeft de economische parameters in gunstige zin bijgebogen en in tegenstelling tot het afgelopen jaar is een aantal zeurproblemen van de agenda afgevoerd. Hierdoor is een gunstig klimaat ontstaan voor het fundamenteel aanpakken van een aantal nog liggende grote onderwerpen. Al jaren slepende zaken als de infrastructuur, het openbaar bestuur, het asielzoekersvraagstuk, om er maar eens een paar te noemen, schreeuwen om inspirerend leiderschap. Aan Kok de taak dat leiderschap te tonen.