Leven bij de buren

Een miljoen Afghanen zijn voor het geweld in eigen land naar buurland Pakistan gevlucht. Maar de Pakistanen willen hen kwijt.

Van de naar schatting één miljoen Afghaanse vluchtelingen die in en rondom de Pakistaanse grensstad Peshawar leven, is meer dan de helft nog nooit in Afghanistan geweest. De meesten zijn te jong om zich de invasie van de Sovjet-soldaten in 1979, of zelfs hun vertrek in 1989, te herinneren.

Tijdens de twintig jaar dat hun land in oorlog is, hebben de Afghanen in Peshawar een bestaan opgebouwd. Sommigen zijn een winkeltje begonnen, anderen handelen in opium, zijde of wapens. De meesten wonen in een wrak bouwsel langs één van de overvolle wegen, in een lemen hutje in een sloppenwijk of in één van de eindeloze kampen die speciaal voor hen zijn gebouwd.

In Nasir Bagh wonen de armsten. Vaak delen tien familieleden een kleine eenkamerwoning van klei en zand, of een tent, ergens in de kilometerslange rijen hutjes, stalletjes en afvalhopen – met om de zoveel meter een kantoortje van een Westerse hulporganisatie. Ze kijken uit op de kale, ruige bergen die leiden naar de Khyberpas, waar Pakistan ophoudt en Afghanistan begint.

De burgeroorlog tussen de streng-islamitische Talibaan-milities en de noordelijke troepen onder leiding van generaal Ahmad Shah Masud woedt deze zomer weer in volle hevigheid en weerhoudt de meeste Afghanen ervan terug te keren. ,,Het is net als de getijden'', zei een medewerker van een van de talloze hulporganisaties in Peshawar onlangs. ,,Als in de Afghaanse bergen wordt gevochten komen de vluchtelingen binnen, als de rust een paar maanden terugkeert willen ze weer terug.''

Volgens de Verenigde Naties in Pakistan zijn tussen april en juli van dit jaar 1.577 families – in totaal 8.725 mensen – teruggekeerd naar Afghanistan. Maar velen hebben inmiddels een baan gevonden die in Pakistan meer oplevert dan in Afghanistan, waar nauwelijks een afzetmarkt is. Vooral het schrikbewind van de Talibaan, die een kleine negentig procent van het land onder controle hebben, schrikt velen af. Bovendien is Afghanistan zo verwoest dat er nauwelijks enige infrastructuur – wegen, scholen, huizen, sanitair, drinkwater, fabrieken – over is. En er liggen ongeveer tien miljoen mijnen over het hele land verspreid. De VN-organisatie voor vluchtelingen, UNHCR, laat in principe alleen Afghanen terugkeren naar hun vaderland als er aan een aantal veiligheidscriteria is voldaan, waaronder volledige ontmijning van de betreffende regio, de aanwezigheid van sanitaire voorzieningen en drinkwater.