Hypotheekrente-aftrek niet altijd heilig

Sommige bewoners van een eigen huis ondervinden problemen bij de onbeperkte belastingaftrek van hun hypotheekrente. De inspecteur accepteert soms namelijk alleen de beperkte aftrek van consumptieve rente.

Vele huizenbezitters deden hun aankoop zonder zich veel zorgen over de financiering te maken. Makelaars, belastingadviseurs, hypotheekadviseurs en andere deskundigen waren immers eensgezind in hun oordeel: het is verstandig geld voor een huis te lenen. Dat levert namelijk een hoge fiscale aftrekpost op.

De markt speelt daar op in met de meest uiteenlopende financieringsproducten. Die hebben bijna allemaal een gemeenschappelijk element. Men hoeft de hypotheek niet af te lossen. Een levensverzekering met een relatief lage jaarpremie zorgt er voor dat aan het eind van de rit het hele geleende bedrag beschikbaar is om de schuld af te lossen. Zo kan de schuld en dus de aftrekbare rentebetaling de maximale tijd op een hoog niveau blijven. Met argusogen volgen deze huizenbezitters de politieke discussies over het voortbestaan van de huidige onbeperkte aftrek van hypotheekrente. Voorshands bezweren de toonaangevende politici dat het voortbestaan van de aftrek niet in geding is. Dat mag mooi klinken, maar ondertussen ondermijnen belastingambtenaren de aftrek via de achterdeur.

Dat gebeurt via de beperking voor een andere vorm van rentebetaling, de zogenoemde consumptieve rente. Daarvan mag men in 1999 nog slechts voor 5.202 gulden (voor gehuwden 10.404 gulden) rente aftrekken. De hypotheekrente voor de eigen woning is als vanouds. onbeperkt aftrekbaar. Die bestaat alleen voor rente op leningen om een eigen huis te kopen (hypotheekrente). Daaronder vallen ook het aangaan of verhogen van hypotheken die (later) zijn aangegaan om het huis te verbouwen of te verbeteren.

Het plaatje kan ingewikkelder zijn voor zowel gehuwden, als voor ongehuwd samenwonende partners. Ongehuwde tweeverdieners nemen doorgaans ieder een deel van de hypotheekrente voor hun rekening. Dat levert elk van hen de bijbehorende aftrekpost op, ook als de één in verhouding tot het inkomen meer rente betaalt dan de ander. De voorwaarde is wel dat beide partners ieder voor zich aansprakelijk zijn voor de rente en de aflossing van de hypotheek. Er ontstaan echter problemen, als de woning op naam van één van de partners staat en beide partners een deel van de rente betalen en willen aftrekken. In dat geval mag de rente alleen als hypotheekrente worden afgetrokken door degene die juridisch geformuleerd de eigendom van de woning bezit. Is één partner de eigenaar dan geldt de hypotheekrente die de ander betaalt, alle politieke bezweringen ten spijt, als consumptieve rente en die is beperkt aftrekbaar

Dit probleem is niet zonder meer op te lossen door te trouwen, tenzij men trouwt in gemeenschap van goederen om letterlijk huis en haard te delen. Bij huwelijkse voorwaarden waarbij de ene huwelijkspartner eigenaar van het huis is en de andere huwelijkspartner de hypotheek afsluit, komen alle politieke bezweringen, zelfs die van premier Kok in de lucht te hangen. De belastinginspecteur betoogt dan namelijk dat de partner die de hypotheek opneemt dat niet doet om de eigen woning te financieren. Die woning is immers van de ander.

Vervolgens trekt de inspecteur de bikkelharde consequentie dat het voor die persoon gaat om consumptieve rente. Het rampzalige gevolg kan het verlies van bijna de hele aftrekpost van hypotheekrente zijn. Een verontwaardigde belastingbetaler sprak Tweede Kamerlid Bibi de Vries (VVD) aan op deze aanpak van de hypotheekrente via een achterdeurtje. De liberale volksvertegenwoordigster ontdekte dat de benadering van de inspecteur was voorgeschreven door de hoogste ambtenaar van de Belastingdienst, directeur-generaal Joop van Lunteren.

De Vries ligt al jaren overhoop met PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) over de vraag wie er binnen de Belastingdienst nu eigenlijk de besluiten neemt, de directeur-generaal of de staatssecretaris. Zij greep deze zaak aan om Vermeend te confronteren met het besluit van zijn hoogste ambtenaar en meteen onderkoeld bij hem te informeren of dat soms is wat Kok en Vermeend bedoelen met het beschermen van de hypotheekrenteaftrek. De geroutineerde politicus Vermeend voelt er niets voor zich in een zomers wespennest te steken. Zonder veel omhaal van woorden laat hij in het antwoord aan De Vries zijn hoogste belastingambtenaar vallen met de dodelijke opmerking dat de aanpak van de fiscus ,,niet strookt met de bedoeling van de wetgever''.

Vermeend neemt nu zelf het heft in handen en zal ,,op korte termijn een maatregel treffen die aan dit knelpunt tegemoet komt''. Het ziet er dus naar uit dat de woningbezitters met de schrik vrij komen. Toch is het afwachten of de maatregelen van Vermeend werkelijk afdoende zullen zijn, ook voor ongehuwden.

Voor alle duidelijkheid: het probleem kan alleen ongehuwden en gehuwden onder huwelijkse voorwaarden raken. Die doen er voorlopig verstandig aan de aankoop en de financiering van hun eigen woning goed op elkaar af te stemmen. Belastingaanslagen waarbij de inspecteur een aftrek van hypotheekrente onder de beschreven omstandigheden schrapt, moet men meteen aanvechten onder verwijzing naar de opinie van staatssecretaris Vermeend. Die heeft als politieke baas van de Belastingdienst het laatste woord.