Huiver en horror

Het is een woord dat ik nog niet kende en waarvan ik aanneem dat het nieuw is: pedojacht. Het stond met reuzenletters voorop een bijlage van Het Parool en zal de volgende druk van de Dikke van Dale wel halen. De omschrijving moet dan ongeveer `jacht op pedofielen' luiden of, beter misschien, hetze tegen al dan niet vermeende pedofielen. Er zit een element van massahysterie in, niets ontziende bestrijding, volksgericht, maar ook, bij nader inzien, een bestanddeel infotainment (berichtgeving als amusement), de sensatiezucht van de griezeltent, de huiver bij een horrorfilm, de razernij van hooligans.

De geschiedenis leert dat hier weinig aan te doen valt. Maakt zich eenmaal een lynchstemming van een massa meester, dan zit er nauwelijks iets anders op dan te zorgen dat je uit de buurt blijft tot de sfeer van opwinding en vermaak als een onweersbui is weggetrokken. Een beroep op common sense helpt niet. In de genoemde Parool-bijlage klaagt een forensisch psychiater, J. Mulder, over de verharding en ongenuanceerdheid jegens pedofielen sinds de affaire-Dutroux. ,,Alle pedofielen worden over één kam geschoren.'' De deskdundige is uiteraard van mening dat op alle mogelijke manieren voorkomen moet worden dat pedofielen hun lusten op kinderen botvieren, maar dat mag niet ten koste van alles gaan. ,,Het probleem is echter dat zodra er kinderen bij betrokken zijn, een ander soort emotie ontstaat. Dat is heel begrijpelijk, maar we moeten toch proberen de proporties niet uit het oog te verliezen.'' Of zulke oproepen tot kalmte en redelijkheid iets uithalen? Natuurlijk niet. Verstandige taal legt het af tegen primaire gevoelens als angst, woede, medelijden, wraakzucht.

Laat maar uitrazen. Zolang de overheid – de wetgever, de justitie – zich maar niet laat meeslepen door de stemming op de publieke tribune en wél naar de deskundigen luistert. Zolang de politiek zich maar niet aan populisme overgeeft. Zolang hier maar niet een wet-Chanel wordt ingevoerd naar het voorbeeld van `Megan's Law' in de Verenigde Staten. In deze wet, genoemd naar een zevenjarig slachtoffertje van een gruwelijke lustmoord, is de schandpaal heropgericht, in gemoderniseerde, gigantische vorm, op het marktplein van de Global Village. Is sinds de Amerikaanse justitie de namen en adressen van zedendelinquenten op Internet publiceert, het aantal zedendelicten verminderd? Nee, maar naming and blaming heeft dan ook vermoedelijk minder van doen met de bestrijding van zedenmisdrijven, dan met genoegdoening voor het gepeupel. Maar wat wil je in een land waar George W. Bush de populairste politicus is, omdat hij als gouverneur van Texas 98 mensen ter dood heeft laten brengen?

Naam en adres bekendmaken van een zedendelinquent betekent een uitnodiging tot eigenrichting. Het is, lijkt me, van tweeën één. Of hij is naar beste weten van terzake deskundigen nog steeds gevaarlijk, of hij is niet meer gevaarlijk. In het eerste geval behoort hij niet in een woonbuurt, maar in een gesloten inrichting te verblijven. In het tweede mag hij niet worden overgeleverd aan de volkswoede. Ik begrijp ook wel dat de praktijk ingewikkelder is dan zo'n schematische tweedeling, dat het strafrecht niet alles kan oplossen en dat er altijd beoordelingsfouten zullen worden gemaakt. In de zaak van Jan S., verdacht van de moord op het meisje Chanel Naomi, kan het haast niet anders of het afzien van een eerdere tbs een schokkend voorbeeld is van een dergelijke fout.

Ruim baan dus voor de pedojacht. Maandag presenteerde het Algemeen Dagblad een, voor Nederlandse begrippen opmerkelijke, vorm van journalistiek: een interview met de eerste vrouw en twee zoons van Jan S. Een dag later aapte De Telegraaf dit succesnummer na, maar baas boven baas: de krant publiceerde een grote kleurenfoto van de verdachte op de voorpagina onder de kop `DIT IS HET MONSTER VAN ASSEN'.

Of zoiets mag, is niet zo interessant. Waarschijnlijk is de publicatie onrechtmatig jegens Jan S., maar die bevindt zich niet bepaald in de positie om te klagen. Misschien moet de Raad voor de Journalistiek gebruikmaken van zijn mogelijkheid om zonder dat er een klacht is ingediend een algemeen oordeel uit te spreken over deze journalistieke vernieuwing. De Nederlandse pers was, tot dusver, terughoudend met de identificatie van verdachten. Als deze echter publieke figuren zijn, of enorme maatschappelijke onrust teweeg hebben gebracht, zoals in de zaak-S., kan er reden zijn om een uitzondering te maken op de regels over privacybescherming.

,,De buurt heeft zich ontfermd over het huis van de Assense kinderverkrachter Jan S.'', schreef het AD triomfantelijk bij een foto van een met kreten als `Jan S. gaat dood' bekladde woning. Nog even De Telegraaf: `Het waanzinnige leven van monster Jan S. Van roofdier tot monster', opnieuw voorzien van een herkenbaar in beeld gebrachte verdachte. Wat hypocriet om, zoals in Nederland gebruikelijk, van een verdachte alleen de initialen te vermelden, maar wel diens portret af te drukken. We hebben 'm, de publieke schandpaal, al houdt de overheid zich er hier gelukkig meestal nog verre van.

We zijn zover. BILD in Holland. BILD, waar, zoals Günther Walraff schreef, ,,slagwoorden worden gebruikt als knuppels. Waar met vooroordelen en stereotypieën in het onderbewustzijn van de massa wordt ingebroken. Waar gevoel, inzicht en hoop door valse getuigenissen geëxecuteerd worden. Scherpslijper en scherprechter tegelijk.''

Mijn eerste reactie op al het `monsterlijks' in de populaire ochtendbladen was walging, maar dat gevoel maakte al snel plaats voor berusting. Ik denk dat de deze week door De Telegraaf overschreden grens niet langer verdedigbaar is als algemene, voor alle media geldende norm. Nederland is geen eiland in de mediawereld. Waarom zou temidden van Jerry Springer en Menno Buch De Telegraaf zijn fatsoen moeten houden? Er is in Nederland niet minder markt voor sensatie dan in elders.

Daar kan geen Raad voor de Journalistiek iets tegen beginnen. Wat heeft journalistiek te maken met horror en hetze? Even veel of even weinig als een volksgericht met rechtspleging te maken heeft.