`Geen twee meter hoog, dat geef ik niet aan'

IK ONTMOET hem tegen de avond bij het pontje van Broekhuizen naar Arcen, tussen Venlo en Venray. Han Siero (41), topograaf bij de Topografische Dienst in Emmen: dienstfiets, korte broek, rood poloshirt en sandalen. Hij werkt per zomer twee tot drie maanden in de buitendienst, in periodes van enkele weken.

We praten tegen de avond op het terras van een uitspanning, uitkijkend op de diepergelegen Maas. Aan de overkant staat het witte gebouw van de Hertog Jan brouwerij. Han: ``We vallen onder het ministerie van Defensie en er zijn 250 instanties en bedrijven, zoals het ministerie van Landbouw, Rijkswaterstaat en nutsbedrijven, die digitale kaartbestanden bij ons kopen om plattegronden en kaarten op te baseren. Er zijn zo'n 35 man in de buitendienst. Als er een collega in de buurt zit, zoek je elkaar 's avonds wel op en eet of drink je ergens wat. We karteren stad en platteland; de stad trekt me minder vanwege de verkeersdrukte. In het voorjaar kun je één voorkeurblad opgeven. Ik heb in Zeeland gezeten, het zuidelijkste puntje van Nederland gedaan, de Achterhoek, Noord-Holland, Friesland. De eilanden heb ik nog niet gehad.''

Korte tijd na onze komst speelt een blaasensemble op het terras nostalgische muziek, terwijl het pontje onafgebroken mensen en auto's overzet. Het gezicht van Han is gebruind; hij heeft een stoppelbaard, zwart haar, donkerbruine ogen, een Drents accent. ``Ik stap 's morgens meestal om acht uur op de fiets. Soms ga ik tussen de middag ergens een broodje eten. We krijgen een dagvergoeding. Het liefst zit ik in een pensionnetje. Ik heb mijn Harley bij me en ga 's avonds weleens toeren in de omgeving. De fiets is hierheen gereden met een busje.'' Op mijn vraag of Defensie wat de topografie betreft eisen stelt, zegt hij: ``Daar sta je niet voortdurend bij stil, maar wegen waar je met een Landrover overheen kunt zijn van belang en onder bomen kun je iets verbergen, dus die omvang geef je aan en bij militaire objecten alleen de randen.'' Ze werken met 1:25.000-kaarten, verdeeld in noord- en zuidblad. Han: ``Daar werken twee topografen aan, per topograaf 10 bij 6,25 kilometer.''

Later op de avond, bij de familie Keursten, in een villawijk aan de rand van Broekhuizenvorst. De Harley Softtail van Han staat op de garage-oprit. ``Soms zit je met de mensen aan tafel, hier ontbijten de gasten in een aparte kamer, waar ik ook dingen uitwerk en foto's inteken bij slecht weer.''

De volgende ochtend wacht Han me op bij het pontje, zijn dienstfiets voorzien van een zwarte, platte kaartentas die aan een grote `veiligheidsspeld' naast zijn bagagedrager hangt: ``Hier heb ik bovendien een tasje voor mijn eten, drinken, een meetlint, parapluutje, plakspullen en fietspompje. In dat kleine stuurtasje zit mijn verrekijker om van veraf een boerderij te bekijken of waar een duiker zit.'' Hij pakt zijn portemonnee en toont een identiteitsbewijs van de Topografische Dienst, een NS-vergunning om langs de spoorbaan te mogen fietsen en één voor militaire objecten.

We varen met het pontje naar de overkant: ``We gaan straks een stuk richting Arcen doen.'' Intussen toont hij een legenda met symbolen: een gemeentehuis is een vierkant zwart vlaggetje met schuine stok, een schietbaan een mast met een balletje, een hek een lijn met kruisjes. Han: ``Het wordt eens in de vier jaar gecontroleerd. Wat er uit moet, maken we rood op de transparante kaart, op de foto tekenen we in hoe het moet worden. Bij snelwegen kun je soms niet alles overzien vanaf je fietsje, dan rijd ik er nog eens met de motor langs. Het kleinste dat we aangeven zijn puntsymbolen, zoals die meetpaal. Vroeger nam je ieder detail op, ook op privé-grond, je meldde je bij de boer. De 1:25.000 kaarten worden gegeneraliseerd naar 1:50.000. De laatste is vreselijk mooi om op te fietsen. Als je een gemeentehuis op je blad hebt, informeer je naar het inwonertal, je vraagt een gemeentegids en een plattegrond. Dat pik je mee op een regenachtige dag, als je bijna klaar bent.''

Hij rijdt op een damesfiets, omdat hij twee jaar geleden wegens slijtage aan zijn heup is geopereerd. Met een eenvoudig pal-mechanisme stelt hij zijn zadel lager. ``Onder het werken is deze stand gemakkelijker. Als ik in de polder zit, fiets ik zo'n vijftig kilometer per dag.'' Op zijn stuur houdt hij een stuk hardboard vast, waarop met elastieken banden een luchtfoto bevestigd is met afgeplakte, versterkte randen, daarop een transparantie oudere kaart van hetzelfde gebied en een kleine driehoek. ``De luchtfoto's waren dit jaar laat vanwege het slechte voorjaar.''

Het is prachtig weer. Han: ``Bij veel wind waaien dingen weg en met regen stop je. Anders bolt je foto op en trek je het beeld met die dunne 0,18 mm-pennetjes open. Bij warm weer wordt rode inkt op folie snel vlekkerig.'

Meteen al bij de pont is een ANWB-wegwijzer verdwenen, wat hij aangeeft. We rijden over een onverhard pad langs de Maas. Han kijkt afwisselend op de foto en de weg, stopt geregeld om iets aan te tekenen. Daarbij maakt hij een punt van de driehoek nat met zijn tong en krast ermee over de foto om iets te corrigeren. Een stukje verderop klimt hij over het prikkeldraad om het getal op een kilometerraaibord langs de rivier te controleren. Vanwege overstromingen loopt nu bij een dorpje een lange muur met over- en doorgangen door de achtertuinen. Han kijkt in zijn instructieboekje, speciaal voor de buitendienst verkleind: ``Hij is langer dan 50 meter, maar geen twee meter hoog; dus geef ik hem niet aan.''

We rijden een nieuwbouwwijk in. Han: ``Het mooiste is een hele nieuwe wijk in kaart te brengen, dan zit je niet met half af werk.'' Daarna rijden we via de hoofdstraat terug. Even buiten het dorp pakt hij zijn meetlint, prikt een haring die eraan vastzit in het zand naast de weg en rent als een haas de weg op en neer om hem op te meten. Via een zijweggetje komen we weer uit bij de bierbrouwerij. We fietsen het terrein op om te checken of er niets veranderd is.

Bij een wegrestaurant, tijdens de koffie, vraag ik hem wat belangrijke eigenschappen zijn voor zijn werk. ``Je moet alert zijn op veel zaken, zelfstandig kunnen werken, goed tekenen en inzicht hebben in vormen en maten. Bij de sollicitatie moet je een terrein uitmeten, er wordt gekeken of je tegen alleen zijn kunt en of je bang bent voor koeien of honden. In mijn beginjaren zag ik een fiets langs de weg liggen. Ik dacht nog: wie legt daar nu een fiets neer. 's Avonds op mijn slaapadres hoorde ik dat een man met een hartstilstand in de sloot had gelegen. Als ik een grote agressieve hond tegenkom, zet ik de fiets tussen hem en mij in en spreek ik hem vermanend toe. Een collega kwam in het bos ooit bij een man die zich aan een boom had opgehangen. Zijn hond verdedigde hem.''

Twee weken later rijden we naar de Topografische Dienst in Emmen. In de gang van het gebouw hangen topografische kaarten. Han werkt in een kamer met zes collega's. Op bureaus staan kaarthouders, aan de wanden hangen posters met motoren, pin-ups en een oude foto van een landmeter. Zijn monitor staat op een verstelbare tafel. ``We werken met een programma dat Micro-Station heet. Nadat de cartografen mijn opmerkingen en aantekeningen hebben ingetekend, controleer ik dat weer. Soms overleg je over aansluitende gebieden met je collega en de chef loopt weleens door je werk heen: `Doe dit of dat wat beter', staat er dan bij. Voor ik op pad ga kijk ik of de foto's goed zijn. Zo'n vliegtuig doet een run op en neer, ik kijk of er niet toch toevallig een wolkje op voorkomt. Je probeert de foto hier al zo goed mogelijk uit te werken. Soms is moeilijk zichtbaar of iets werkelijk een sloot is en de breedte van een weg of het verschil met een fietspad is ook niet vanaf een foto te bepalen.''

Hij legt twee overlappende luchtfoto's, uit verschillende hoeken gefotografeerd, op zijn werkblad en pakt ronde loden gewichtjes, zodat ze niet verschuiven. De stereoscoop heeft twee lenshouders, een lampje en zijkleppen met spiegels. Na enig turen wordt diepte zichtbaar. Han: ``Je kunt zo het grondvlak en de schaduw van een gebouw goed onderscheiden. Dit zijn foto's van Terneuzen; daar ga ik eerdaags naar toe.''

Dit het laatste deel van de serie Veldwerk.

    • Lex Veldhoen