EEN PAAR KRATTEN BIER VOOR RECORD

De helft van de Nederlandse atletiekrecords is meer dan tien jaar oud. De oud-atleten Ria Stalman, Jos Hermens en Hans Koeleman over de bescheiden rol van Nederland in de interna- tionale atletiek. `Het is hier nog steeds een spelletje van een stel malloten.'

De laatste keer dat bij de wereldkampioenschappen atletiek een Nederlandse vlag gehesen werd, was in 1993. In Stuttgart won marathonloper Bert van Vlaanderen een bronzen medaille. Bij de laatste WK, in '97 in Athene, werd de Nederlandse afvaardiging met een zesde plaats van 800 meter-loper Marco Koers als hoogste klassering slechts 54ste in het landenklassement.

,,Vergeet niet dat er 205 landen aan de WK meedoen'', zegt Jos Hermens, oud-atleet en manager van vele Nederlandse en buitenlandse atleten. ,,Atletiek is de meest geëvolueerde sport ter wereld. Samen met voetbal is het bijvoorbeeld de enige sport die in Afrika op hoog niveau wordt bedreven. Vergelijk dat eens met schaatsen. Hoeveel landen doen daar nou echt mee? Daarom schat ik een finaleplaats bij de WK atletiek al hoger in dan een wereldtitel schaatsen. Sorry hoor!''

Maar in de Nederlandse atletiek is de laatste jaren nauwelijks progressie geboekt. De helft van de nationale records is al meer dan tien jaar oud. De snelste tijd op de 3.000 meter van Hermens houdt zelfs al 25 jaar stand. ,,Voor mijzelf is dat wel grappig'', reageert hij. ,,Maar meer ook niet. Het is eigenlijk een lachertje dat die tijd nog steeds staat. We hadden al een stuk verder moeten zijn.''

Twee andere langdurige recordhouders zijn Ria Stalman (discuswerpen, 1984) en Hans Koeleman (3.000 meter steeplechase, 1985). Evenals Hermens zijn ze ook nog in de atletiek actief. Stalman, de olympisch kampioene van '84, geeft commentaar voor Eurosport. Koeleman is marketing-manager bij het sportmerk Nike. ,,De cijfers van die oude records zeggen me niet zoveel'', zegt Koeleman. ,,Pas als je ze zou vergelijken met die in andere landen en Nederland wijkt dan veel af, kan je zeggen dat de atletiek hier stilstaat. Het is in Nederland natuurlijk nog wel steeds een spelletje van een stel malloten; atleten en trainers die zich te barsten werken. Dat zijn dus toevalstreffers, want structureel is het niet. Er bestaat geen echt topsportklimaat in de Nederlandse atletiek.''

De sterk verminderde animo onder de jeugd stemt Stalman somber. ,,Het ledental van de KNAU is wel gegroeid, maar kijk eens hoe dat komt: door de veteranen. Bij de jeugd blijkt de spoeling schrikbarend dun. De kans dat er dan een echte topper tussen zit, is niet zo groot.'' Hermens: ,,De bewegingsarmoede bij de jeugd is een probleem. Maar zorg er als overheid dan voor dat de jongeren die nog wel willen sporten daarvoor alle kans krijgen. Maak op scholen desnoods topsportklasjes.''

Hermens (49 jaar), Stalman (47) en Koeleman (41) kunnen de dag dat ze hun inmiddels antieke records vestigden nog goed herinneren. Zowel Hermens als Stalman voelde zich doodmoe door eerdere wedstrijden en trainingen. Beide verwachtten helemaal geen topprestaties. ,,Ik was verbaasd over mijn tijd'', weet Hermens nog over zijn wedstrijd in Oslo. Stalman, die haar record in het Amerikaanse Walnut wierp: ,,Ik had me net zes weken paars getraind en ik dacht: ik zie wel wat het wordt. Maar bij mijn eerste poging kwam ik ruim over de 69 meter. Wat krijgen we nou? Ik moest mezelf kalmeren. Later kwam die 71,22. Ik moest ver kijken. De omstandigheden waren perfect. Ik heb nog altijd het gevoel dat de wind de discus aan het einde nog even oppakte.''

Koeleman voelde wel dat het in zijn wedstrijd in Boedapest hard ging, maar van een record was hij zich niet meteen bewust. ,,Ik had geen tussentijden gehoord en pas een kwartier na de finish zag ik mijn eindtijd. Die was 8.18,02, voor het eerst onder de 8.20. Ik was zo trots als een aap.'' Stalman en Koeleman namen destijds een goed glas op hun record, Hermens vierde geen feestje. ,,Ik hield me in die tijd niet zo met records bezig. Ik was pas 24 en dacht toen dat ik nog zo'n tien jaar te gaan had. Dat record was dus maar een tussenstap. Ik wist zeker dat ik nog harder zou gaan lopen. Helaas is het er door blessures niet van gekomen.''

Waarom is uw record nog steeds niet gebroken?

Stalman: ,,Simpel, de andere meisjes zijn gewoon niet goed genoeg. Ik was wel al 32 jaar toen ik dat record gooide. Dus laat ik maar wachten met mijn commentaar totdat Corrie de Bruin net zo oud is.''

Koeleman: ,,Het is gewoon een heel sterk record. Ik stond er destijds tiende mee in de wereld en toen liepen er ook al aardig wat Kenianen mee. Maar ik reken er nu al vier jaar op dat mijn tijd wordt verbeterd. Dat ik op een avond thuis kom en het op teletekst lees. Ik zie de letters al voor me. Ik zou het niet erg vinden. Simon Vroemen en Marcel Laros zijn goed met hun sport bezig. Ze tonen ook een gezond respect voor mijn tijd. Soms zijn ze deze oude man een beetje aan het dollen. Loop dat record dan maar, zeg ik tegen ze.''

Hermens: ,,Ik weet niet waarom ze mijn record nog niet hebben verbeterd. Zo'n geweldige tijd is het ook weer niet. Aan de bezieling van de huidige generatie ligt het niet. Die is meestal goed. In de atletiek is geen sprake van een patatgeneratie.''

Hoe krijgt Nederland een echte kampioen in de atletiek?

Stalman: ,,Een kampioen maakt zichzelf. Hij heeft wel hulp nodig. Zonder een goede coach, een goede fysiotherapeut en een goede vertrouwensman lukt het niet. Het kan allemaal best wel in Nederland, de zwemmers bewijzen het. PSV is er daar mee begonnen en de bond is overstag gegaan. In de atletiek hebben we ook veel talent, altijd gehad ook. We hebben een goede lichaamsbouw en we leven in welvaart. Van de KNAU (atletiekunie, red) gaat te weinig inspiratie uit. Alles wordt wel goed en braaf geregeld, maar daarmee ben je er nog niet. Vroeger had je Herman Buuts bij de bond. Die vent kon je echt prikkelen.''

Koeleman: ,,Elk land krijgt bij tijd en wijle een topper. Dat is de wet van de percentages. Als talent moet je de juiste mensen om je heen hebben. Want het is een secure kwestie. Je moet precies weten wat goed voor je is. In ieder geval voor jezelf kiezen en de rest laten stikken. Daar was Erik de Bruin (oud-discuswerper) altijd rigoureus in. Het kost veel tijd en pijn. En dan kan je er na een tijdje nog achter komen dat je toch niet genoeg talent hebt. Gelukkig zijn er nog mensen die dat risico willen en durven nemen.''

Hermens: ,,Ik weet zeker dat we meer voor onze toppers en talenten kunnen doen. Dan heb ik het onder meer over het medische aspect. We maken hier alleen maar gezond. Met alleen gezond-zijn red je het niet in de topsport. Ik weet dat ik me nu op gevaarlijk terrein begeef. Maar ik heb het niet over doping. Er zijn ook andere middelen die kunnen helpen bij het leveren van prestaties. Die stap moeten we echt maken. Davitamon-30 is niet genoeg, dat kreeg ik 25 jaar geleden al. De medische begeleiding is hét probleem. Een van onze topatleten heeft laatst zelf een tape moeten omleggen toen hij geblesseerd was geraakt. Daar zou toch een soort SOS-team voor moeten klaarstaan. Ik word regelmatig gebeld door atleten die geblesseerd zijn en mij vragen wat ze moeten doen. Ze mogen bellen, hoor, maar ik ben manager en geen dokter.

,,We moeten op allerlei gebieden de kennis meer bundelen. Dan praat ik niet alleen over de atletiek, maar over de totale sport in Nederland. Een soort Noors model. NOC*NSF (de nationale overkoepelende sportbond, red) kan daar een belangrijke rol in spelen. Zo'n Joop Alberda is een gedreven man. De egotripperij en het gezeik moeten opzij. We moeten met z'n allen nationalistisch denken. Want daar draait het uiteindelijk toch om. Als Nederland wint, staat iedereen ineens op de banken. Dan loopt Ahoy' zelfs voor een WK korfbal vol en dat is een sport die in maar drie landen wordt gespeeld. Wat denk je, als wij in de atletiek medailles zouden winnen? Dan kan ik echt van alles organiseren.''

Wanneer wordt er weer eens een medaille op de WK gewonnen?

Stalman: ,,Dat zou in Sevilla al kunnen gebeuren. Robin Korving (110 meter horden, red) heeft het in zich. Hij is een ongelooflijke klootzak, een ijzervreter. Op de momenten dat hij er moet staan, staat hij er. Robin kan boven zichzelf uitstijgen. Dat is een zeldzame eigenschap in Nederland. De meeste Nederlandse atleten zijn twee weken voor een kampioenschap heel sterk, maar op het toernooi zelf bakken ze er niets van.''

Hermens: ,,Robin kan het. Ik weet alleen niet of hij voldoende hersteld is van zijn blessure. Om een medaille bij de WK te halen, moet je echt super- en superfit zijn. Wat Korving doet, is on-Nederlands. Hij roept dat hij wereldkampioen kan worden. Die druk heeft hij nodig. Ik vind dat boeiend om te zien. Robin gaat ook gewoon laat naar bed, staat de hele dag te ouwehoeren, maar verbetert 's avonds wel het Nederlands record.''

Koeleman: ,,Ineens kan iemand een uitschieter hebben. Kijk destijds naar Rob Druppers. Misschien pakt hoogspringer Wilbert Pennings wel een medaille in Sevilla. Je weet nooit, met 2,32 meter kan je soms al goed zitten. Of waarom zou Kamiel Maase in een langzame 10.000 meter geen brons kunnen winnen? Maar ook al haal je geen medaille, dan hoeft er nog niets mis te zijn. Het is al zo fenomenaal goed om bij een WK in de finale te staan. Helaas zien de meeste mensen dat niet. In Nederland ben je pas van wereldklasse als je een medaille haalt.''

Wanneer wordt uw eigen record gebroken?

Stalman: ,,Dat zal nog wel even duren.''

Hermens: ,,Het zou volgend jaar kunnen gebeuren. Ik denk dan aan Marko Koers of Kamiel Maase. Het moet in het programma van die jongens passen, want zo veel 3.000-meters worden er niet gelopen. Van mij mag het snel gebeuren, liever vandaag dan morgen.''

Koeleman: ,,Ik gok op dit jaar. Simon Vroemen moet het kunnen. En daar heeft hij echt geen grote wedstrijd voor nodig. Het kan ook dicht bij huis, in Breda. Een koel avondje in september, windstil, een uur of tien, twee haasjes ervoor. Bingo! Als het hem lukt, krijgt hij een paar kratten bier van me. Die drinken we dan samen op.''

    • Hans Klippus