Een duikbrevet

Zakpijpen, harders, steenbolken. Het nieuwste gereedschap van klusspecialist Gamma? Nee, de exotische bewoners van de Oosterschelde. Ook dit jaar daalden vele duizenden duikers langs de pijlers van de Zeelandbrug af, om `het mooiste onder waterleven van Nederland' te bezichtigen. Weer anderen togen naar de Noordzee, of zoetwaterplassen als die van Vinkeveen, Ouderkerken en Zevenhuizen. De tijd is voorbij dat duikers zich als een school vissen richting Rode Zee of het Groot Barrière Rif begaven; de omstandigheden zijn aangenaam, het zicht adembenemend, maar ze kunnen zich op die plekken nauwelijks onderscheiden. Nee, neem dan de donkere, koude Oosterschelde: daar is het pas goed toeven. Wie duikt met zicht van nog geen halve meter, weet waar hij aan begint.

De Nederlandse onderwatersport bloeit als nooit tevoren. Ons land telt enkele honderden duikclubs. Het merendeel is aangesloten bij de in 1962 opgerichte Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) die op zijn beurt weer deel uitmaakt van de Confederation Mondiale des Activites Subaquatique (CMAS). De NOB verschaft informatie, verzorgt duikcursussen en ontplooit tal van activiteiten voor zijn leden. Minder elitair, maar minstens zo populair zijn de commerciële PADI Dive Centers, naar Amerikaanse leest geschoeide centra die het duiken `dichter bij de mens' brengen. Wie in Nederland een duikcursus wil volgen, kan ondermeer bij deze twee instellingen terecht. Bij PADI is het motto `hoe sneller, hoe beter' en ligt de nadruk op de praktijk van het duiken. Bij de NOB staat theoretische kennis hoog in het vaandel; het tempo ligt niet vast. De concurrentie is volgens insiders moordend, al wordt er de laatste jaren wat meer samengewerkt.

Voor beginners is er de cursus Open Water Diver (PADI) en de opleiding Sportduiker (NOB). In het eerste, theoretische deel maakt de cursist kennis met de duikmaterialen (het duikpak, de duikfles, de vinnen etc) en diverse medische begrippen (klaplong, onderkoeling, hyperventilatie). Verder leert hij hoe hij zichzelf en zijn buddy (duikpartner) kan redden bij onraad, en worden hem een aantal milieuvoorschriften ingeprent (geen olie lozen, niet ankeren op het rif, geen stenen omdraaien waar beesten onder leven). In het tweede deel wordt de opgedane kennis in praktijk gebracht - eerst in een zwembad, vervolgens in open water. Zowel NOB duikscholen als PADI Dive Centers eisen een medische verklaring. Een brevet Open Water Diver kost gemiddeld 700 gulden, een brevet Sportduiker 550 gulden (inclusief NOBlidmaatschap). Het brevet Sportduiker geeft recht op duiken tot een diepte van 10 meter, het brevet Open Water Duiker tot 18 meter, waar ook ter wereld.

Wie verder, dieper en meer wil schrijft zich in voor een cursus Advanced Open Water (PADI) of een opleiding 1-ster Duiker (NOB). Om zijn brevet te behalen moet de PADIduiker zelfstandig zijn weg onder water kunnen vinden bij een diepte van 30 meter. De cursist heeft ook de keuze uit een aantal 'specialties' waaronder `drift diving' (duiken in getijdenstromen), `multilevel diving' (duiken met een moderne duikcomputer), nachtduiken en onder water fotografie. Voor het 1-ster brevet moet de cursist tot tien meter kunnen duiken, in niet-stromend water met een zicht van minimaal een meter. NOBcursisten worden – in tegenstelling tot PADIcursisten – altijd begeleid door een hoger gebrevetteerde duiker, onder toezicht van een duikleider. De prijs van een cursus 1-ster Duiker bedraagt zo'n 300 gulden. Voor een Advanced Open Water brevet telt de cursist zo'n 450 gulden neer.

Tijdens de opleiding 2-ster Duiker van het NOB leert de cursist zelfstandig duiken tot een diepte van 25 meter, zonder de decompressiegrens te overschrijden. Deze opleiding is vergelijkbaar met de PADI Rescue Diver cursus, waarbij de nadruk ligt op het voorkomen en oplossen van probleemsituaties onder water. De kosten van beide cursussen variëren van 600 tot 800 gulden.

Wie eenmaal een paar sterren op zijn brevet heeft kan bij PADI nog tal van specialisaties volgen. Wat te denken van een cursus 'deep diver' (250 gulden), ofwel: scheepswrakken onderzoeken op een diepte van 40 meter? Of een cursus `enriched air nitrox' (400 gulden), vernoemd naar een revolutionaire methode waarbij gebruik wordt gemaakt van hoge zuurstofconcentraties in de lucht? Een andere optie is de cursus `ijs duik' (300 gulden), die de duiker klaarstoomt voor een barre tocht onder het ijs. Het commerciële PADI voldoet aan de vraag – en die blijkt enorm.

Ook lichamelijk gehandicapten kunnen bij een duikvereniging terecht. Duiken voor mindervaliden kreeg in 1997 een officiële status binnen het NOBopleidingssysteem. De oefeningen voor het brevet Sportduiken en het 1-Ster brevet werden aangepast, maar het niveau is gelijk aan de standaard duikoefeningen. Vorig jaar werd voor het eerst een 1-Ster brevet uitgereikt aan een mindervalide.

Voor meer informatie over duikbrevetten: Nederlandse Onderwatersport Bond: (030) 251 70 14 of PADI Europe (41) 52 304 14 14.