Duurder maar niet beter

DE PERSONAL Computer van IBM was er al ruimschoots vóór de Macintosh van Apple. De pc besluit deze serie omdat daarmee een standaard is gezet die de afgelopen tien jaar heeft beheerst, en die ook de komende tien jaar zal beheersen.

In 1981 zag het daar nog helemaal niet naar uit. Apple was de belangrijkste computerbouwer, IBM was de nieuwkomer. Natuurlijk had IBM al decennia ervaring in het maken van computers, maar dat waren mainframes, grote centrale computers. Toen IBM zich op de markt van microcomputers meldde, werd het bedrijf per advertentie door Apple welkom geheten. Dat was niet zomaar goede pr van Apple. Het was ook gemeend. Nu IBM, dat monument van betrouwbaarheid, zich met de microcomputer wenste in te laten, zou het apparaat niet meer gezien worden als speelgoed, en een volwaardig kantoorgereedschap worden. Dat was voordelig voor Apple. Dacht Apple.

``Ik heb toen een pc gekocht, want je moest met je tijd meegaan'', zegt Piet Maclaine Pont, destijds IBM-werknemer. ``Maar ik vond het maar niks. De software die er was, zoals het rekenprogramma Lotus 1-2-3, was gejat van software die allang bestond voor de computers van Apple en Tandy. Het was wel duurder maar niet beter.'' Tienduizend gulden was niets bijzonders voor een compleet IBM-systeem. ``Hoewel, het toetsenbord was fantastisch. Dat was een van de redenen dat ik een pc kocht. Het was loeizwaar en kostte alleen al 600 of 800 gulden. En de monitor was heel geschikt voor tekstverwerking.''

David van Deinse, nu arts voor orthomanuele geneeskunde maar toen student medicijnen, voorzag in zijn levensonderhoud door computers te verkopen, onder andere aan apothekers. Aanvankelijk bestond zijn handel vooral uit Apple-computers. ``Later werden dat pc's omdat men dat professioneler vond. Onzin natuurlijk. De naam IBM was de voornaamste eigenschap van de pc. Wat graphics betreft kwam hij niet verder dan groene blokjes, terwijl de Apple II plaatjes en spelletjes in kleur kon weergeven.

``Er is in het begin al een ontwerpfout gemaakt waar we vandaag de dag nog last van hebben. Er was een limiet aan de grootte van de programma's die konden worden gedraaid, namelijk 640 kB. Dat leek toen immens veel, maar binnen een paar jaar was het te weinig. In Windows 95 en 98 zitten nog steeds kunstgrepen om dat gebrek te omzeilen, en die maken de computer iets langzamer.'' Ook is er vanaf het begin een beperking geweest aan het aantal extra apparaten dat op de pc kon worden aangesloten: eerst acht, later vijftien, inclusief standaardvoorzieningen als monitor, toetsenbord en printer. Tot op heden moet ook dit probleem met kunstgrepen worden verholpen. Van Deinse: ``In de pc herken je het verleden van IBM als maker van mainframes. Het is in feite een terminal waar ze een rekenchip in hebben gezet. Maar los van wat-ie kon, was de pc wel een professioneler ogend apparaat. Een mooie grote, solide kast. De Apple was van plastic, en je sloot hem aan op een televisietoestel.''

De eerste IBM pc had een werkgeheugen van 64 kB. Na een korte periode met floppy disks van 180 kB kwamen er schijven en drives van 360 kB. Een harde schijf was nog nergens te bekennen. Maclaine Pont kocht, zodra dat kon, een externe schijfeenheid van 720 kB, voor 1.000 gulden. Van een andere fabrikant dan IBM. ``Voor IBM was dat heiligschennis. Je ging geen niet-IBM-onderdelen stoppen in een IBM-computer. Er ging zelfs een verhaal over de metalen lipjes waarmee achterin het apparaat de uitbreidingsslots waren afgedekt - die zou je niet mogen vervangen door niet-IBM-lipjes.''

Het zou voor IBM nog erger worden. Er kwamen complete niet-IBM-pc's uit Aziatische landen. Maclaine Pont ging deze `klonen' importeren. In de originele pc zat vrijwel geen IBM-technologie, dus namaken was niet moeilijk. Wilde zo'n namaak-pc dezelfde programma's kunnen draaien als een echte pc, dan moest hetzelfde besturingssysteem aanwezig zijn. Voor de pc was dat DOS, geleverd door het bedrijfje Microsoft. IBM had gedacht slim te zijn door Microsoft geen royalties te gunnen over de pc's met DOS. Maar Bill Gates van Microsoft had het recht bedongen het systeem aan derden te verkopen. Zo was de weg vrij voor goedkope pc's, waar IBM niets aan verdiende.

Zowel Maclaine Pont als Van Deinse noemt het spreadsheet een voorname toepassing. Maclaine Pont deed er de boekhouding van de buurtvereniging mee, en zijn eigen belastingaangifte. Van Deinse herinnert zich een verdienstelijk programma van Microsoft, een voorloper van Excel, waarvan hij zich na enig piekeren de naam herinnert: Multiplan. ``In Visicalc, het spreadsheet voor de Apple, kon je maximaal acht karakters in een veld krijgen. Moesten het er tien zijn, dan kon je de laatste twee alleen in het volgende veld kwijt. In Multiplan kon je gewoon doortikken; nu vind je dat heel normaal.''

Door de uitbreidingsslots was de pc even makkelijk uitbreidbaar als de Apple II. Maclaine Pont was een van de eerste met een faxkaart in de pc, zodat hij kon faxen zonder een faxtoestel. Hij experimenteerde met de pc als babyfoonsysteem, dat een telefoonnummer draaide bij misbaar in de kinderkamer. ``Maar een analoog kastje was toch betrouwbaarder.'' De kunst van het programmeren was op zijn retour. ``We leerden dat je wel zelf kon klooien, maar dat je voor de meeste doelen betere en snellere programma's kon kopen.''

Van Deinse: ``De pc werd omarmd door mensen op administratieve en financiële afdelingen. die vonden de Apple te speels. Je kocht de pc voor een bepaalde toepassing, niet om te freaken. Het blijft jammer dat Apple niet heeft gewonnen, want de eerste Mac was veruit superieur aan de pc's van dat moment.'' Maclaine Pont kiest een andere invalshoek: ``Het echte drama is, dat het niet is gelukt de technologie van het systeem OS/2 van IBM te voegen bij de ergonomie van de Mac. Dat was de enige kans op een fatsoenlijk alternatief voor Microsoft. Zo'n project is er geweest, maar het is in schoonheid gestorven.''

IBM legde het af tegen de klonen. Apple ging zwalken en maakte het vooral zichzelf moeilijk. Microsoft koos er met Windows consequent voor om oude software bruikbaar te houden onder nieuwe systemen, en dat bleek een gouden formule. Hoewel Windows pas in 1995 een partij was voor de Mac, was Microsofts kostje allang voordien gekocht. The rest is history.

Dit is het laatste deel van de serie Exit.