De kriebels van een obsessieve paardengek

De Nederlandse springruiters leggen dit weekeinde bij het CHIO in Rotterdam de laatste test af voor het EK. Bondscoach Johan Heins was als baby al een liefhebber. `Mijn eerste woord was niet mama of papa maar paard.'

Stevig ingepakt tegen de aanhoudende regen en de modderige ondergrond heeft Johan Heins zich in de vroege ochtend geïnstalleerd op een lege tribune in het Kralingse Bos. De bondscoach van de nationale springploeg kijkt ontspannen naar het opwarmen van de ruiters. Even daarvoor heeft hij de hindernissen op het parcours bekeken, het gras gevoeld waarop het dit weekeinde moet gebeuren.

De voormalige topruiter geniet met volle teugen. Als klein kind al koesterde Heins (52) een grote liefde voor het springen met paarden. ,,Mijn eerste woordje was volgens mijn moeder geen mama of papa, maar paard. Ik was geobsedeerd door die dieren en dolgelukkig als ik een ritje mocht maken op een pony van iemand bij ons in de buurt.''

Heins begon pas op zijn negentiende met de wedstrijdsport. Op aandringen van zijn ouders maakte hij eerst de hogere burgerschool af. De jonge Drent ontpopte zich ondanks zijn late start al snel als een getalenteerde ruiter. De eerste kneepjes van het vak leerde hij van de vader van Henk Nooren, zijn latere makker in de gouden Nederlandse EK-equipe van 1977.

Heins trok de aandacht van de Duitse topruiter Alwin Schockemöhle, die hem drie jaar lang onder zijn hoede nam. ,,Mijn verblijf in Duitsland heeft alles in een stroomversnelling gebracht'', blikt Heins terug. ,,Ik kreeg les van iemand die op dat moment de beste ruiter ter wereld was. In Duitsland werden ook koersen van drie of vier dagen gehouden, zodat je als beginneling de kans kreeg om eventuele fouten de volgende dag te herstellen. Op de eendaagse koersen in Nederland kon je na een fout meteen vertrekken. Weg kans om ervaring op te doen.''

Het eerste optreden van Heins op een groot internationaal toernooi, de Olympische Spelen van 1976 in Montreal, werd een mislukking. Maar het jaar daarop veroverde Heins in Wenen met het befaamde paard Seven Valleys Z twee Europese titels, individueel en met de Nederlandse springruiterploeg. ,,Ik weet het nog als de dag van gisteren. Het was een fantastische ervaring. Alle topruiters waren aanwezig, dus was het extra mooi om te winnen. Bovendien, een record kunnen ze je afnemen, een kampioenschap niet. Dat blijft bij de mensen leven.''

In het begin van de jaren tachtig ging Heins, het vele reizen meer dan zat, aan de slag als zelfstandig paardenhandelaar. ,,Vanaf 1982 ben ik bijna zeven jaar lang niet meer bij grote concoursen geweest. Meedoen zag ik niet zitten, want ik wist al van tevoren dat ik niet meer kon winnen en ik wilde ook niet meer zo vaak van huis zijn.''

Sinds 1991 hield hij zich louter met de handel in paarden bezig. Maar Heins vond het tijd worden weer wat dichter bij de sport te staan. ,,Op een gegeven moment gaat het toch weer kriebelen. Toen ben ik een maand of drie bondscoach geweest, maar er was weinig geld en er waren zo mogelijk nog minder goede paarden in Nederland.''

Tot zijn eigen verbazing werd Heins vorig jaar door de ruiters zelf naar voren geschoven als opvolger van Hans Horn die zijn functie als bondscoach na negen jaar neerlegde. ,,Eerst wilde ik helemaal niet, want ik had thuis een `handelsstal' die veel tijd vroeg. Dat komt nu allemaal op de medewerkers neer.'' Maar Heins zwichtte, want ,,het is een eer als ze je vragen en die sport is toch mijn lust en mijn leven''.

Heins, woonachtig in het nabij Meppel gelegen De Wijk, staat tot en met de Olympische Spelen in het Australische Sydney volgend jaar onder contract bij de Nederlandse Hippische Sportbond (NHS). ,,Nu hebben we wel de beschikking over een aantal goede paarden. Tegenwoordig kunnen toppaarden ook makkelijker voor Nederland behouden worden. Slechts een enkel dier vindt zijn weg naar het buitenland. Dat ligt aan de moeite die de eigenaren willen doen. Nu zit het wel goed, maar de situatie kan snel veranderen.''

De missie van de vriendelijke bondscoach is duidelijk. Jong talent moet de kans krijgen ervaring op te doen in het internationale circuit. ,,Paardensport is een sport waarin je heel lang mee kunt en dat maakt het voor jonge talenten moeilijk een plaatsje te veroveren. Dus als het mogelijk is, wil ik ze de kans geven in internationale wedstrijden. Iets wat vooral Engeland de laatste jaren heeft verzuimd. Daardoor is de top daar erg smal.''

De laatste jaren zijn enkele Nederlandse combinaties goed naar voren gekomen. Zoals nationaal kampioen Ben Schröder, die volgende week als reserve-ruiter met de Nederlandse springploeg mee mag naar het Europees kampioenschap in Engeland. ,,Nederland is nu sterk in de breedte. Een grotere concurrentie bevordert de prestaties, dat zie je ook bij het schaatsen.''

Heins maakt graag een vergelijking met andere sporten. Schaatsen, volleybal, zwemmen – sporten die steeds meer aandacht krijgen van de media. ,,De paardensport is een beetje achtergebleven'', stelt hij vast. ,,Het is een sport met heel veel tradities, maar die zul je moeten doorbreken om het voor het grote publiek aantrekkelijker te maken.'' Het moet sneller, korter en spannender. Alleen dan zullen sponsers en de media geïnteresseerd zijn. ,,Geen eenvoudige opdracht'', weet ook Heins, ,,maar zeker de moeite waard. Springen met paarden is nu eenmaal het mooiste dat er is.''