Aardbeving doet Turkse economie wankelen

De aardbeving komt voor de Turkse economie op een zeer ongunstig moment. Een nieuwe klap voor het toerisme.

,,Het ging al slecht met de Turkse economie, maar nu wordt het allemaal nog veel erger.'' Met een treurige blik in zijn ogen onderstreepte premier Ecevit deze week dat de aardbeving van dinsdag de Turkse economie duurzaam heeft ontwricht.

De ramp van dinsdag trof het hart van de Turkse economie, Istanbul en de streek daaromheen. Istanbul en omstreken genereren volgens statistieken van de Turkse overheid ten minste 35 procent van het Turkse nationale inkomen. In het gebied van Istanbul tot Izmit bevinden zich onder andere auto- en textielindustrieën. Belangrijk economisch slachtoffer van de aardbeving is de staatsolieraffinaderij in Izmit. De brand daar is inmiddels bedwongen, maar het zal nog heel wat voeten in de aarde hebben voordat het complex weer operationeel wordt.

Langzamerhand beginnen Turkse experts zich te wagen aan schattingen van de kosten van de herbouw van het gebied. Bedragen van 25 miljard dollar (ongeveer 50 miljard gulden) worden daarbij vaak genoemd. Een van de economische tragedies van de aardbeving is dat de Turkse overheid gedwongen wordt om grote sommen geld uit te geven op een moment dat de internationale gemeenschap Turkije onder druk zet om de economische broekriem aan te halen.

Met name het Internationale Monetaire Fonds (IMF) heeft de Turkse regering dit jaar zonder veel omhaal laten weten dat de koers verlegd dient te worden. De inflatie van ongeveer vijftig procent op jaarbasis dient bedwongen te worden, zo stelde het IMF, en het begrotingstekort moet aangepakt worden. Nors rekende het IMF de regering in Ankara voor dat dat begrotingstekort zonder restrictieve budgettaire maatregelen op zou lopen tot negen of zelfs tien procent.

Hoe serieus Ecevit, wiens regering zich tot taak heeft gesteld om Turkije te moderniseren, de eisen van het Internationale Monetaire Fonds nam, bleek een week geleden. Ecevit, van huis uit een orthodoxe socialist met sterke banden met de arbeidersbeweging, ging een conflict aan met de vakbond over de pensioenen. In Turkije was het van oudsher onder bepaalde omstandigheden mogelijk om op 50- of 55-jarige leeftijd met pensioen te gaan. Uitkeringen van de pensioenfondsen leggen een zwaar beslag op de Turkse schatkist. Toen Ecevit de pensioengerechtigde leeftijd aanzienlijk wilde verhogen, verklaarden de vakbonden zijn regering de oorlog. Ecevit verdedigde zich door erop te wijzen dat de economie gemoderniseerd en het begrotingstekort omlaag moet, als Turkije aansluiting wil houden met de wereldeconomie. Het is nog maar zeer de vraag of Ecevit deze bezuinigingslijn zal kunnen volhouden, nu de Turkse overheid hoe dan ook voor gigantische uitgaven komt te staan.

Natuurlijk krijgt Turkije hulp uit het buitenland. Zo heeft de Wereldbank al 120 miljoen dollar aan nieuwe leningen ter beschikking gesteld en wordt een bedrag van 100 miljoen van al eerder toegezegde leningen sneller ter beschikking gesteld. Maar vrijwel niemand in Turkije gelooft dat de internationale gemeenschap bereid is om het grootste gedeelte van de wederopbouw voor haar rekening te nemen. Het zal op Turkije zelf aankomen en, zoals het er nu uitziet, is dat geld er simpelweg niet.

Daarbij komt nog dat de aardbeving een nieuwe klap heeft toegebracht aan de toch al zwaar sukkelende toeristensector. Deze stortte eerder dit jaar al in toen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) na de arrestatie van haar leider Abdullah Öcalan aankondigde de veiligheid van buitenlandse bezoekers aan Turkije niet langer te kunnen garanderen. Van de ene dag op de andere bleven de toeristen massaal uit Turkije weg. In een badplaats als Kusadasi, ten zuiden van Izmir, was tot dit jaar in de zomermaanden Engels, Duits en ook Nederlands vaker te horen dan Turks. Maar dit jaar heeft het Turks het monopolie. Vijfsterrenhotels, die in de goede jaren honderden gulden voor een kamer per nacht konden vragen, laten gasten nu al voor vijftig gulden logeren. Handelaren in Sultanahmet, de toeristenwijk van Istanbul, schatten dat zij er dit jaar zeventig procent in inkomsten op zijn achteruitgegaan.

De aardbeving heeft de crisis van de toeristensector alleen maar verscherpt. Badplaatsen als Antalya en Alanya zijn niet getroffen, maar wederom kwam Turkije in het nieuws als probleemland. En dat op een moment dat de PKK een dialoog wil aangaan met de Turkse regering en een `politiek van vrede' zegt te gaan voeren. Langzamerhand begonnen sommigen daarom in de toeristensector te hopen dat het tij keerde. Die hoop is nu de bodem ingeslagen.