Verdeeldheid van oppositie is gevaarlijk

De Servische oppositie is, gefascineerd door de baantjes die te verdelen zijn als Miloševic eenmaal verdwijnt, hopeloos verdeeld. Het volk is dat niet: het wil Miloševic weg hebben. Als de leiders blijven ruziën, ontstaat een gevaarlijke situatie.

Het Draškovic-spektakel was van te voren tot in de puntjes geregeld. Vuk Draškovic, de koning van de pleinen die in 1991 bijna heel Belgrado tegen Miloševic wist te mobiliseren, en in 1996 opnieuw vele duizenden op de been wist te brengen, zou niet meedoen.

Eerst natuurlijk wèl, want als het volk protesteert mag Draškovic met zijn Servische Vernieuwingsbeweging (SPO) niet ontbreken. Maar na een ontmoeting met de Joegoslavische president Miloševic bleek Draškovic dinsdag plotseling geen zin meer te hebben in de eerste grote protestdemonstratie in Belgrado dit jaar. Hij voelde niets meer voor de overgangsregering van experts die de organisatoren van de protestactie in Belgrado eisten. Het Miloševic-kamp had de gedachte van vervroegde verkiezingen laten rondzingen en Draškovic werd in één klap de vertolker van die nieuwe gedachte. Handjeklap, reageerden analisten in de Joegoslavische hoofdstad.

Maar de `kwikzilverachtige' Draškovic bleek gisteravond zijn opties open te hebben gehouden. Voor het podium waar de gehavende oppositie het woord voerde stond de harde kern van de SPO opgesteld. Draškovic zelf volgde vanachter de coulissen hoe het enorme plein voor het federale parlementsgebouw in Belgrado zich vulde. Met duizenden boze Serviërs uit de provincie, korte tijd later aangevuld met vele tienduizenden boze inwoners van Belgrado. Allemaal razend op Miloševic en het regime dat hen in tien jaar tijd tot de bedelstaf heeft gebracht.

Toen duidelijk werd dat zich meer dan honderdduizend demonstranten hadden verzameld hield de `koning van de pleinen' het niet langer. Hij liet zijn aanhang `Vuk, Vuk, Vuk' scanderen en maakte een glorieuze rentree in een grote wolk van roze Bengaals vuur.

Maar het publiek pikte het niet. Zeker niet toen Draškovic opnieuw zijn pleidooi afstak voor vervroegde verkiezingen en zich daarmee feitelijk tegen de rest van de oppositie op het podium keerde. Als een bezetene hield Draškovic zijn verwarde verhaal over vervroegde verkiezingen in plaats van `een regering van de straat' en `Servische broederstrijd'. In plaats van de gebruikelijk ovaties kreeg hij verwensingen naar zijn hoofd geslingerd. `Vuk, hoepel op', `Verrader' en `Schoft'. Het werd een regelrechte afgang en de rol van Draškovic in het anti-Miloševic-verzet lijkt voorlopig uitgespeeld.

De Servische oppositie is en blijft hopeloos verdeeld. Niet alleen vanwege de scheurende rol van Vuk. Ook de andere oppositieleiders hebben de grootste moeite hun plannen op elkaar af te stemmen. Zo kregen de demonstranten gisteren van Zoran Djindjic te horen dat het volgende massaprotest over twee weken begint, terwijl Mladjan Dinkic, de leider van de onafhankelijke economen verenigd in de G17, de volgende fase pas op 21 september wil laten ingaan. In de totaal verbrokkelde Servische samenleving blijkt iedereen een eigen agenda te hebben die voornamelijk wordt bepaald door eigen belangen. Als Miloševic immers ooit zou verdwijnen, vallen er tal van prachtige functies te verdelen en dat gegeven verlamt iedere politieke ontwikkeling al bij voorbaat.

Maar ondanks de verdeeldheid van de oppositie staat het volk inmiddels op straat. Wat twee maanden geleden begon in de Servische provinciesteden als bescheiden kritiek op het regime, is gisteren in Belgrado duidelijk in een stroomversnelling gekomen. De Serviërs weigeren de winter in te gaan met steeds verder dalende lonen en dagelijkse stroomonderbrekingen. Ze kwamen massaal om het aftreden van Miloševic te eisen. Hoe het gebeurt is inmiddels minder belangrijk dan dàt het gebeurt en dat is een nieuwe uitdaging, zowel voor het bewind als de oppositie.

Als de oppositie verdeeld blijft, en geobsedeerd door eigen agenda's, staat er straks een massa Serviërs op straat die geen enkele politieke leiding heeft. Nu al speculeren de officiële staatsmedia voortdurend over een mogelijke burgeroorlog. Er wordt duidelijk stemming gemaakt om keihard te kunnen ingrijpen als dat nodig wordt geacht. Studenten in het hele land worden midden in hun vakanties verrast door een nieuwe mobilisatiegolf. Ook zijn er indicaties dat de politie reservisten oproept. Tijdens de demonstratie in Belgrado is het bij één traangasgranaat gebleven, maar de angst voor geweld was groot. Tussen de demonstranten werden grote hoeveelheden `stillen' vermoed die met mobiele telefoontjes paraat werden gehouden.

Termen als `burgeroorlog' en `Roemeens scenario' (verwijzend naar het gewelddadige einde van het bewind van Ceausescu in Roemenië) vallen regelmatig in de officiële pers, in de vrije pers, tijdens de demonstraties, op de terrasjes van Belgrado en in de huiskamers. Niemand kan zich echter voorstellen wie er tegen wie zou moeten vechten en het leger heeft al laten weten dat het niet op eigen burgers zal schieten zolang de protesten democratisch blijven. De realiteit van een burgeroorlog lijkt voorlopig nog ver weg. Het woordgebruik daarentegen is al volledig ingeburgerd.