Statia (2)

Al snel laat ik Oranjestad achter me en bereik de weg die langs de zuidelijke kant van St. Eustatius loopt. Af en toe passeer ik een eenzaam huis dat, afgesloten door een hek, op de kuststrook staat. Links van mij ligt de vulkaan, uitgewerkt, maar te gevaarlijk om zonder gids te betreden. Dan eindigt de weg bij wat eens een klein fort moet zijn geweest. Ik stap uit, geen mens in de wijde omtrek, tot aan de horizon geen schip te zien. Aan de overkant van de helder blauwe zee ligt St. Kitts. Door deze straat moet Columbus in 1493 gevaren zijn.

Later lees ik in The history of St. Eustatius van J. Hartog dat de fortificatie in 1775 is gebouwd door Jan de Windt, destijds bevelhebber van het eiland. Maar naar het schijnt is van deze plek nooit één schot gelost. Toen de Engelsen in 1776 het Nederlandse gezag overmeesterden, deden zij dat door in Oranjestad aan wal te gaan en toen de Fransen vijf jaar later het eiland voor de Nederlanders heroverden, liepen ze en colonne gewoon om het fort van De Windt heen. Nu staat er nog een gietijzeren kanon op een virtuele vijand gericht. Ik roep ,,boem!'' en ver in de diepte zie ik hoe mijn kanonskogel in de zee plonst, vlak achter het galjoen van kapitein Haak, die omhoog kijkt, mij als een standbeeld van onverzettelijkheid ziet staan en dan schielijk de aftocht blaast.

Dan rijd ik terug naar Oranjestad, waar ik de auto parkeer bij de plaatselijke snackbar. Vandaar loop ik naar de ruïnes van de synagoge, misschien wel de eigenaardigste bezienswaardigheid van St. Eustatius. Alleen het fundament en wat muren staan er nog. Gras groeit tussen de stenen. Nederlandse joden zijn hier na 1654 terechtgekomen, toen Brazilië weer in Portugese handen viel. Vanuit het thuisland moeten zij toestemming hebben gekregen om een synagoge te bouwen. Honderd jaar leefden zij ongestoord, tot het eiland in 1781 opnieuw werd bezet – voor de zestiende keer en ditmaal door de Engelsen. Er wordt altijd wat gezegd van de Duitsers en sinds Dreyfus ook nog al wat van de Fransen, maar de Engelse veroveraar, admiraal Sir George Brydges Rodney, liet zich op Statia kennen als een van de ergste antisemieten uit de geschiedenis.

Op 13 februari moesten de 101 joodse mannen zich melden in de plaatselijke waag, waar zij werden gefouilleerd en ontdaan van al hun bezittingen. Dertig man werden naakt op een bootje gezet en naar St. Kitts gebracht, waar ze verder maar moesten zien hoe in leven te blijven. De overigen werden naar huis teruggestuurd, zodat ze er nog juist getuige van konden zijn hoe hun huizen en andere bezittingen werden verkocht. Die klap is de joodse gemeenschap op St. Eustatius nooit meer te boven gekomen, al moeten er tot de vorige eeuw nog joden hebben gewoond. Het blijft een vorm van krankzinnigheid dat zelfs in deze uithoek van de wereld mensen zijn vervolgd, misschien om niets anders dan de vorm van hun neus. Wat is dat toch voor een behoefte om af te willen rekenen met schuldeloze mensen?

Het is ruim veertig graden in de zon en ik ga zitten op een muurtje van vergane stenen. Nog niet zo lang geleden heeft men de fundamenten gerenoveerd en de ruïnes opgeruimd. Tegenwoordig is het niet ongebruikelijk dat Amerikaanse joden naar St. Eustatius komen om, zittend op dezelfde plaats waar ik nu zit, de bar mitswa van hun kinderen te vieren. Ook vreemd. Ik probeer mij voor te stellen dat ik een zoon heb van dertien en dat ik met hem en met de hele familie een reis naar St. Eustatius boek, om daar op de zichtbare tekenen van wat eens een vervolging was, een verjaardag te vieren. Ach, misschien hebben vader en zoon daarna hun zwemvliezen aangedaan en zijn ze gaan duiken op het rif.

Ik loop terug. Op het fort Oranje in Oranjestad wappert weer de Hollandse vlag. Er wordt nog druk gezaagd en getimmerd, want over twee weken komt hier minister Peper officieel op bezoek om Hollands glorie uit te dragen. Hij zal er wel een vakantie van maken. Ik zie Bram en Neelie voor me, heftig zwetend in de zon, maar het jasje mag niet uit, omdat het een formele bijeenkomst is. Op het pleintje, tegenover de kerk, is ook een museum. De mooiste foto: prins Bernhard in wit tropenkostuum, korte broek en lange kousen, inspecteert de wacht. Holland blijft paraat, waar ook ter wereld.