SER unaniem achter commerciële overheid

Overheden mogen onder voorwaarden commercieel actief zijn. Een van die voorwaarden is dat een toezichthouder de `bijklussende overheid' in de gaten houdt. Dat staat in een door werkgevers, werknemers en onafhankelijken unaniem vastgesteld ontwerpadvies van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Het kabinet vroeg de SER in februari advies over het onderwerp `Overheid en Markt'. In het regeerakkoord van het tweede kabinet-Kok stond al dat er spelregels moeten komen om het marktoptreden van de overheid wettelijk te verankeren. Dit voornemen is gebaseerd op een rapport uit 1997 van de commissie-Cohen waarin werd gesteld dat overheden zich niet met commerciële activiteiten in dienen te laten. Een publieke partij die concurreert met private acht de commissie ongewenst. Overheden dienen hun commerciële activiteiten af te stoten, concludeerde de commissie-Cohen, uitzonderingsgevallen daargelaten.

De SER gaat niet zo ver en meent dat goede regelgeving eventuele oneerlijke concurrentie van de bijklussende overheid kan beteugelen. Commerciële activiteiten van de overheid die `een positief welvaartseffect' hebben mogen wat de SER betreft ook, mist deze worden ondergebracht in een privaatrechtelijke rechtspersoon.

Met dit unanieme standpunt blijken de werkgevers overstag gegaan. In juni bleek de SER nog verdeeld. Vertegenwoordigers van de werkgeversverenigingen VNO-NCW en MKB-Nederland bepleitten toen een verbod op marktactiviteiten van de overheid.