`Rapport fraude Bosnië bestaat niet'

Zowel de Amerikaanse regering als Bosnië-gezant Petritsch als de Europese Commissie ontkent het bestaan van een rapport over verduistering van hulpfondsen ter waarde van een miljard dollar in Bosnië. De Amerikaanse regering eist rectificatie van The New York Times, die op basis van het rapport melding heeft gemaakt van de massale fraude.

De EU betaalt meer dan de helft van de internationale hulp voor de wederopbouw van Bosnië. Volgens een woordvoerder van de Commissie heeft Bosnië-gezant, Wolfgang Petritsch, gistermorgen tegenover medewerkers van eurocommissaris Hans van den Broek ontkend dat een rapport over fraude wordt voorbereid. Later gisteren zei ook de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, James Rubin, dat het rapport waarop The New York Times zich baseert, niet bestaat. Eerder hadden woordvoerders van Petritsch het bericht inhoudelijk wel bevestigd en zelfs aangetekend dat er méér dan een miljard dollar is verduisterd. Maar daarbij zou het gaan om door de Bosniërs zelf opgebrachte belastinggelden en niet om internationale hulpfondsen.

The New York Times meldde deze week dat een door Amerikanen geleide dienst voor fraudebestrijding die werkt voor Petritsch een rapport over verduistering van hulpgelden heeft gemaakt van vierduizend pagina's. Nationale, regionale en lokale leiders van de Kroatische, Servische en moslim-gemeenschappen in Bosnië zouden zeker een miljard hebben verduisterd van de 5,1 miljard dollar hulp die sinds 1995 is verstrekt.

Bronnen bij de Europese Commissie zeggen dat er al lang geruchten zijn over grootschalige fraude in Bosnië. Maar volgens hen gaan er zulke ingewikkelde procedures aan de verstrekking van een gift van de Europese Unie vooraf, dat het moeilijk denkbaar is dat Bosniërs dit geld kunnen verduisteren. In Bosnië zijn in fraudebestrijding gespecialiseerde ambtenaren van de Commissie aanwezig om de besteding van Europese gelden te controleren. De Europese Commissie heeft eigen ambtenaren in Bosnië voor de verstrekking van financiële hulp. Daartoe is overgegaan nadat eurocommissaris Van den Broek, die verantwoordelijk is voor Oost-Europa, werd bekritiseerd omdat de hulpverlening te traag ging toen deze nog geheel vanuit Brussel geregeld werd.

Het enige geval van fraude met Europese gelden in Bosnië dat in Brussel wordt genoemd houdt verband met het faillissement van de Bosnia & Herzegovina Bank in Sarajevo. Volgens The New York Times zijn bij het faillissement van deze bank twintig miljoen dollar van internationale organisaties spoorloos verdwenen.

James Rubin voer gisteren ongebruikelijk fel uit tegen The New York Times. Hij zei dat het blad met ,,een vals, ongerechtvaardigd en niet onderbouwd'' artikel de indruk had gewekt dat donorgelden op grote schaal verdwijnen. ,,We zouden correcties willen zien die de waarheid bevatten en deze valse perceptie wegnemen'', aldus Rubin. Volgens Rubin wordt in Bosnië met hulpgelden wel gefraudeerd, maar ,,we hebben maar heel weinig geld verloren, juist omdat we het bestrijden van de corruptie tot onderdeel van ons beleid hebben gemaakt.'' Washington zou slechts één miljoen dollar aan fraude hebben verloren.

The New York Times meldde vandaag inderdaad te zullen corrigeren, maar alleen ten aanzien van ,,enkele marginale punten waarop we feitelijke vergissingen hebben gemaakt''.

Nederland, zo tekent een onzer redacteuren aan, heeft vorig jaar 140 miljoen gulden hulp verstrekt aan Bosnië, waarvan driekwart in multilaterale projecten via de Wereldbank. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken erkent dat in Bosnië vaak zeer slordig met hulpgelden wordt omgesprongen, maar ontkent met kracht dat op grote schaal sprake is van corruptie. Op de besteding van de hulp wordt nauwgezet toezicht gehouden. Dat zegt ook de Wereldbank. Bij het verdwenen bedrag zou het vooral gaan om geld van de Amerikaanse hulporganisatie US Aid, die leningen verstrekt ter financiering van de privatisering van staatsbedrijven. Deze bedrijven zijn vaak niet in staat deze leningen terug te betalen.