Paardepoten

O luister naar wat in mijn hart ik bewaarde,

En waarover ik nu al zo lang heb gezwegen:

Over de poten, zo mooi in de regen,

Over de schoonheid van poten van paarden.

Waarachtig soms lijken ze los van de aarde

Behalve die ene voor 't lichaam vervaarde,

't Ballonvormig lichaam, dat niets lijkt te wegen,

Bestaande uit vlekken en slordige vegen.

Poten die droog maar ook poten die nat zijn,

En dat over stenen die rul maar ook glad zijn;

Een poot met een hiel en meervoudige knieën,

Als geknakt en geheeld en opvouwbaar in drieën;

Het enige is dat de hoeven niet hoeven,

Dat is onvolmaakt en dat kan mij bedroeven.

[en goed onthouden: het paard heeft poten, alleen het varken heeft benen - of nou ja, beentjes]