Onbegrip der seksen

De jury van De Gouden Strop (voor het spannendste Nederlandse boek) kan tevreden zijn: de prijswinnaar van dit jaar, Felix Thijssen, heeft met zijn nieuwe boek Isabelle zijn bekroonde Cleopatra al overtroffen. Isabelle heeft een beheerst plot (Thijssen lijdt niet aan de Amerikaanse neiging de ontknoping honderden pagina's uit te stellen), personages van vlees en bloed, en is geschreven in een stijl die steeds soepeler lijkt te zijn geworden. Een vooruitgang vergeleken bij Cleopatra is een grotere aanleiding tot medeleven met de hoofdpersoon - met als pluspunt dat de titelfiguur hier nog leeft, waar die van Cleopatra al dood en begraven was.

Het verhaal van Isabelle wordt beheerst door twee vervloekte vrouwen: de een is serveerster in een wegrestaurant, de ander de rijke erfgename van een stalen-kozijnen-fabrikant. Isabelle's vloek werd doorgegeven langs vrouwelijke lijn: moeder en grootmoeder waren schuinsmarcheerders die van onbekende mannen zwanger raakten en er vervolgens alleen voor stonden. Judith erfde van haar bitse moeder het onvermogen zich aan een man te hechten. De man die de vloek van beiden belichaamt, is Ben, echtgenoot van Judith en minnaar van Isabelle.

Hij overleeft het dan ook niet, al heeft dat minder te maken met hun vloek dan met zijn eigen geschiedenis. De dag dat Ben Isabelle ontmoet, is meteen zijn laatste. Het begon allemaal zo mooi, in dat wegrestaurant waar Isabelle de koffie serveerde en bij allebei de bliksem insloeg. De volgende ochtend is Ben dood, vermoord in Isabelle's armen. De sporen die Thijssen vervolgens uitzet lopen uiteen: er is het speurderswerk van privédetective Max Winter die in opdracht van de weduwe eerst het dienstertje en daarna de hele moord navorst; en er is de emotionele nasleep van de moord voor Isabelle die diep getroffen en, zoals later blijkt, ook nog zwanger achterblijft.

Alles wijst erop dat Ben door een Amerikaanse huurmoordenaar is omgebracht, omdat hij ooit in Florida met de maffia te maken heeft gehad. Maar Max Winter vermoedt dat met de ene aanleiding de andere wordt verhuld. Want waarom zou de moordopdracht niet afkomstig zijn uit Frankrijk waar weeskind Ben een grote erfenis te wachten stond?

Zonder al te veel moeite volgt Winter het spoor via een weeshuis in Hengelo en adoptieouders in Friesland tot de wijngaarden in Nuits Saint George waar de geschiedenis van Ben uiteindelijk wordt ontrafeld. Dan begrijp je ineens waarom de aantrekkingskracht tussen Isabelle en Ben zo intens was (wat de bouquetreeks-achtige beschrijving daarvan achteraf rechtvaardigt), en waarom Thijssen de man meer dan twintig jaar ouder dan het meisje liet zijn.

Thijssens mensen en lokaties zijn oer-Hollands: de oud-onderwijzer in versleten ribfluwelen broek, de gisse boer, de herberg met bakstenen binnenmuur en lampen van wagenwielen. De auteur lijkt te zwelgen in Hollandse kneuterigheid en maakt er een sport van daarvan zoveel mogelijk de details te noemen. Zo rúik je bijna de kloosterachtige sfeer in het huis van Isabelle's tante: oud en verlaten. Die plastische manier van schrijven wordt hier gebruikt voor een verrassend verhaal over liefde en familie. Al heeft de auteur het in verband met vrouwen nogal eens over `kattenkopje' of `snuitje', hij wordt nog net niet helemaal de oubollige oom. Zijn beschrijvingen van Isabelle's zwangerschap en haar veranderende relatie met Bens weduwe ontwikkelen zich treffend van ijzig tot vrouwen-onder-elkaar loyaal. En de reactie van Max Winter daarop is eveneens karakteristiek: een vertwijfeld `Vrouwen!?'. Zo biedt Isabelle niet alleen ontknoping op ontknoping maar ook een aardige blik op het wanbegrip tussen de seksen.

Felix Thijssen: Isabelle. Luitingh-Sijthoff, 239 blz. ƒ29,90