Het verval van een klodder jam

Het begin van Hans Hagens boek met de wat vreemde titel Recplay, is geheimzinnig: twee figuren, van wie de ene Lex heet en de andere `ik' zoeken de kat van een zekere Teye. Die kat zit dood vastgevroren in het ijs. De twee hakken hem uit en zetten hem op de stoep van Teye, die de beste vriend van `ik' was. Als iemand de deur open doet horen ze die gillen. Het lijkt nogal een rotstreek, om een dode kat op een dergelijke manier terug te bezorgen. En het is sowieso een manier om iemand die de deur open doet de stuipen op het lijf te jagen.

De lezer begint dus met een lichte afkeer van deze Lex en deze `ik'. Maar met `ik' zullen we nog wel te maken krijgen, vooral omdat die zo veelbetekenend zegt: `Hij was mijn beste vriend. Was, ja was...'

De `ik' blijkt Emma te heten en als we haar even later door de ogen van Teye zien wordt ze een stuk sympathieker. Dan is ze een aardig meisje in bikini, een meisje dat al snel net zo verliefd is als Teye die op zoek is naar zijn poes. Diezelfde poes die in het eerste hoofdstuk al in het ijs zat. Dit boek houdt zich geen seconde aan het gebruikelijke tijdsverloop waardoor het de spanning er wel in houdt.

Toch wordt geleidelijk aan wel duidelijk hoe het zit. Teye en Emma ziijn verliefd. Dan krijgt Teyes oudere broer een vreselijk verkeersongeluk en gaat dood. Teye erft zijn videocamera. Vanaf dat moment kijkt hij alleen nog maar door die camera. Hij filmt álles. ``Die camera heeft het niet voor niets overleefd. (-) Ik wil niets vergeten,' zegt hij, `ik moet het vastleggen, voor Jikke. Ik ben zijn oog, voor later...' Wat Teye daarmee bedoelt is onduidelijk. Welk later heeft hij in gedachten?

De hoofdstukken bestaan afwisselend uit het dagboek van Emma en een `Schimmellogboek' van Teye, waarin hij het verval bijhoudt van onder meer een plakje ham, een plakje kaas, een klodder jam, een sneetje brood. Voor een gefilmde spreekbeurt, want ook deze geleidelijk aan beschimmelende spullen worden op videoband vastgelegd. In het Schimmellogboek staan ook nog wel andere dingen: over het kopen van een grafsteen, over wat Teye denkt dat er met een dode gebeurt, over Teyes bezoek aan een waarzegster voordat alles gebeurde (die waarzegster heeft het allemaal goed voorspeld). Dat is afwisselend, levendig ook, maar op een of andere manier geeft het toch niet het verhoopte effect van verschillende visies die elkaar aanvullen. Dat komt misschien omdat Teyes logboek soms bijna uitsluitend uit de vorderingen van zijn schimmelkweekjes bestaat en omdat Emma veel schrijft over hoe het was en hoe het is, maar het verband tussen die twee tijden enigszins wegmoffelt. Hoe ze bijvoorbeeld zo snel alweer aan een andere vriend komt, en wat ze dan voor die jongen voelt en hoe ze nu tegenover Teye staat, daarover geen woord.

Een ander bezwaar is dat Hans Hagen in de vermomming van Emma of Teye niet terugschrikt voor een clicheetje meer of minder.

De opzet is zo te zien om alles onderhuids te houden, onuitgesproken, om alleen de effecten van een verschrikkelijke gebeurtenis te tonen. Maar dat is niet helemaal goed gelukt, Teyes verdriet komt niet uit de verf, Emma's gedrag lijkt vooral grillig. Bovendien zijn de pubers bij alles wat ze zeggen zo hinderlijk gevat. Als ze aan het vrijen zijn, en Teye wil iets verder gaan dan Emma, gaat het zo: `Maar Oma zei dat we goed op elkaar moesten passen–'

`Op elkaar ja, niet ín elkaar.'

Het is wel een vlot jeugdboek, dit Recplay, het is inderdaad licht gehouden en dat is een kwaliteit, het is niet zonder spanning, het is origineel van vorm. Maar als geheel schiet het toch te kort, de toon is vaak te sentimenteel of te tof, de strakheid en afstand zijn niet goed volgehouden. Tekenend wat dat betreft zijn de slotzinnen, als alles toch ineens weer goedkomt:

``Wat is het hier stil,' zei mama toen ze na een tijdje binnenkwam. `Wat zijn jullie aan het doen?'

`Kijken', fluisterde ik, `gewoon kijken, we hebben elkaar zo lang niet gezien.'

Dat is wel erg soft.

Hans Hagen: RecPlay.

Van Goor, 112 blz. ƒ24,90