Het huwelijk voor de fotograaf

LARACHE Omdat de koning dood was, vond het huwelijksfeest plaats in een wegrestaurant. Het zou een echt Marokkaans huwelijk worden, met alles erop en eraan, maar toen ging de koning dood. Veertig dagen mocht er niet worden gedronken en geen muziek worden beluisterd. Politie hield alles in de gaten. Rouwen was zoiets als stoppen voor het rode licht.

In Larache ligt Jean Genet begraven, nu werd er getrouwd. De bruidegom was Marokkaans, de bruid niet. Van over de hele wereld was men aan komen vliegen om dit mee te maken. De festiviteiten begonnen met kennismaking met de familie van de bruidegom.

In een lange stoet wandelden de gasten door Larache naar het huis van de familie van de bruidegom.

Iemand zei: ,,Jij kent mij niet, maar wij hebben bij elkaar op school gezeten.''

Natuurlijk, zo beginnen gesprekken op een huwelijksfeest.

En zo eindigen ze ook.

Iemand anders fluisterde in mijn oor: ,,Zij föhnt drie keer per dag haar haar, en niet even, nee, een half uur lang.''

Samen reizen is niet altijd even makkelijk. Maar als je ervan uitgaat dat niemand wordt gespaard is het dwangmatig föhnen van je eigen haar toch een betrekkelijk lichte neurose. Maar de stem in mijn oor fluisterde onverstoorbaar verder: ,,En het helpt niets, een half uur na het föhnen hangt het weer als een vaatdoek om haar gezicht.''

Toen waren we bij het huis van de familie van de bruidegom. Ik ging als laatste naar binnen, want zij die als laatsten naar binnen gaan mogen als eersten naar buiten.

Het kleine huis was propvol. Overal stonden en zaten mensen. Een muur was versierd met een groot rood hart en daarnaast de namen van bruid en bruidegom. Mijn eigen hart werd zwaar.

Ik schudde vele handen. Op mijn gezicht verscheen een bevroren glimlach. Het feest kon beginnen.

Ik ging op een stoel in de vestibule zitten, met goed uitzicht op de rest van de woning.

Er was een fotograaf uit Amsterdam. Een man met een baard en een buik die uitstekend bij elkaar pasten. Zonder baard was de buik minder indrukwekkend geweest, en zonder buik had die baard daar ook maar een beetje in het luchtledige gehangen. Hij liep rond in een traditioneel gewaad dat uitzicht bood op zijn navel. Veelvuldig ging hij voor de ouders van de bruid staan en dan moest er in zijn oor worden gefluisterd: ,,Kunt u even opzij gaan, u staat voor de ouders van de bruid.'' Maar aan zijn gezicht kon je merken dat hij dat maar onzin vond, dat hij zich toch op een hoger plan bevond dan de ouders van de bruid, ja dan wie dan ook.

Zoals boeken over de liefde kunnen gaan en sommige films over de dood, zo ging dit huwelijksfeest over de fotograaf.

In de tuin werd gekookt. Koekjes werden uitgereikt, en ik knabbelde er lustig op los, wetende dat degene die deze koekjes heeft gebakken aanwezig was en het lot van haar koekjes zorgvuldig in de gaten hield.

Een jonge Marokkaan wierp smachtende blikken op de vrouw die het leven uit haar haar had geföhnd en iemand wees naar het rode hart aan de wand en zei: ,,Eigenlijk is het illegaal in verband met de dode koning, maar lief dat ze het toch nog gedaan hebben, niet?''

Langzaam werden de symbolen van de liefde mij te veel, zoals bloed je te veel kan worden of een boor bij de tandarts.

Het gewaad van de fotograaf was nu zover geopend dat meer dan alleen zijn navel te zien was en ik dacht: ik moet met hem kennismaken, hij is een parel.

Toen was de eerste festiviteit afgelopen. Iedereen stond op, ik schudde elke hand die ik grijpen kon en pas buiten merkte ik hoe ik had gezweet.

Wij gingen nu naar een ander huis waar wij met henna beschilderd zouden worden. Weer liepen wij in een optocht door Larache, nagestaard door schoenpoetsers en kinderen.

Het huis waar wij met henna beschilderd zouden worden, was eigendom van een mevrouw die in het dagelijks leven lid is van de Tweede Kamer voor de PvdA.

Ik nestelde mij bescheiden bij haar op de bank, maar ze snauwde me af: ,,Doe je schoenen uit.''

,,Mevrouw'', zei ik, ,,ik wil wel meer uitdoen als dat bij u de gewoonte is, maar u kunt het toch ook vriendelijk vragen.''

,,Nee'', zei ze, ,,dat is nu eenmaal mijn karakter.''

Een sterke vrouw is niet hetzelfde als een kenau, wilde ik nog zeggen, maar ze was al weg.

Wij kregen duif te eten in een zoet bladerdeegkorstje, want ook een huwelijk bestaat uit zoete en zoute gedeeltes. Een jonge dame at de duif, stond op, kwam tien minuten later terug en zei: ,,Zo de duif is weer gevlogen.''

En de vrouw die dwangmatig föhnde zei: ,,Ja, ik eet niet, ik ken mijn darmen.''

Misschien was dat wel wat er van jezelf te kennen viel. Wie zijn darmen kende, kende zichzelf. De rest was fictie.

De volgende avond vond het feest plaats in het wegrestaurant een paar kilometer buiten de stad, want de politie had feesten in de stad zelf verboden en er gingen geruchten dat ze het wegrestaurant zouden binnenvallen als er alcohol werd geschonken, wat het feest extra cachet gaf.

Om twaalf uur gingen de meesten naar huis. Op de parkeerplaats stond de fotograaf zijn spullen in te laden.

Hij reed in een witte jeep waarop in grote letters stond `Pampus'.

,,Waarom heet uw jeep Pampus?'', vroeg ik. Dat leek me een goede vraag om kennis te maken.

,,Nou, ten eerste'', zei hij, ,,omdat dat mijn initialen zijn, en ten tweede omdat de kans groot is dat je voor pampus ligt als je naar de Sahara gaat.''

,,Gaat u vaak naar de Sahara?'', vroeg ik.

,,Elk jaar, al 26 jaar lang'', zei hij en dronk voldaan uit een flesje bier dat hij uit zijn jeep had gehaald.

,,Waarom?''

,,Nou'', zei hij, ,,we hebben 26 jaar geleden iets emotioneels meegemaakt, mijn vrouw en ik.''

Dat hij een vrouw had was me ontgaan, omdat ze dezelfde kleur had als zijn baard. Sommige vrouwen nemen de kleur aan van de baard van hun man.

,,En toen dachten we: we gaan naar de Sahara'', zei de fotograaf, ,,daar kom je heelhuids uit terug of niet.''

Het was logica waar je niets tussen kon krijgen. Als je iets emotioneels hebt meegemaakt, moet je naar de Sahara.

,,Ik heb ook geesten gezien in de Sahara'', zei de fotograaf.

Hij was begonnen met praten, hij hield nu niet meer op.

,,Ik heb er ook foto's van gemaakt, van die geesten.''

Hij bracht het flesje bier weer naar zijn mond.

Nu wist ik waarom ik naar Larache was afgereisd.

,,Ik kan je verhalen vertellen'', zei hij, ,,ja, wij noemen dat geesten, maar voor de mensen daar is het heel gewoon.''

,,En wat is dat rode torentje op uw jeep'', vroeg ik, omdat ik dacht dat het beter was geesten geesten te blijven noemen.

Er trok een grijns over het gezicht van de fotograaf.

,,Dat is onze wasmachine'', zei hij, ,,wij zijn nette mensen. Kijk, als je daar water in doet, dan wordt dat kokend heet in de Sahara, en dan gooi je er een beetje waspoeder bij en je vieze kleren, dan ga je rijden, dan schudden je kleren heen en weer. Zo werkt een gewone wasmachine ook. En weet je wat het mooie is van de Sahara? Ze zijn binnen drie minuten droog.''

,,Wat zoekt u toch in de Sahara?'', vroeg ik bijna onhoorbaar, alsof ik het antwoord al kende en toch nog bang was het te horen.

De fotograaf trok zijn gewaad recht. Als een overwinnaar zag hij er nu uit. Maar een overwinnaar die je niet recht in zijn gezicht kon aankijken. Je wilde kijken en wegkijken op hetzelfde ogenblik.

,,De kick van de eenzaamheid'', zei de fotograaf triomfantelijk.