Gergjev plaatst zijn signatuur op Prokofjev aan begin eigen festival

Nog een kleine maand en De Doelen staat voor de vierde maal in het teken van het Rotterdam Philharmonic Gergjev Festival. Van 17 tot en met 24 september plaatst het Rotterdams Philharmonisch Orkest haar chef-dirigent in het middelpunt van de belangstelling, daarin bijgestaan door de NPS die in diezelfde week vijf documentaires over en rondom diens werk uitzendt.

Voorafgaand aan het festival gaat Gergjev deze week met zijn orkest op tournee met een tweeledig programma gewijd aan Duitse en Russische werken. Naar een onderlinge rode draad wordt daarin vergeefs gezocht, maar feit is dat het programma als geheel helder zicht biedt op Gergjev en de aard van zijn muzikaal meesterschap.

Aan Gergjev en zijn visie op de Scythische suite van Prokofjev wijdde de NPS twee jaar geleden al een documentaire, die 19 september wordt herhaald.

Eigenlijk is Valery Gergjev in zijn muzikaal handelen zelf ook een soort ongepolijste Scyth, legde Oleg Prokofjev, zoon van de componist, daarin uit. Temperamentvol, trots, eigenzinnig; zo ontvouwde zich gisteren in De Doelen inderdaad Gergjevs visie op de Scythische suite.

Maat voor maat werkte hij toe naar het slot, waarin het uiterste orkestrale decibelpotentieel werd aangewend voor een verstommend muzikaal equivalent van de verklankte zonsopgang. In intentie was Gergjevs visie gisteravond in elk van de vier uitgevoerde werken duidelijk en overtuigend. De orkestrale invulling van zijn visie miste in Prokofjev en de Vierde symfonie van Robert Schumann nog aan raffinement, maar dergelijke kommakritiek zal tijdens de herhaling van het concert aanstaande maandag in het Amsterdamse Concertgebouw vermoedelijk weinig grond meer hebben.

Zoals Richard Strauss in de eerste maten van zijn symfonisch gedicht Don Juan in enkele ruwe streken treffend de titelheld neerzet, openbaarde Gergiev in de vertolking daarvan onmiskenbaar zijn signatuur als dirigent. Hier verrees een Don Juan-figuur met meer gezichten: enerzijds overrompelend, anderzijds zwoel en in beide facetten onvoorwaardelijk.

Muzikale onvoorwaardelijkheid is ook in algemenere zin het ingrediënt waarmee Gergiev de eigenheden van een partituur vleugels geeft. Een middelmatige uitvoering degradeert de Vierde symfonie van Schumann gemakkelijk tot een saai en middelmatig werk, maar hier veerden en dansten de strijkers het Scherzo en ontroerde het breekbare duet tussen cello en hobo in de Romanze.

De primaire muzikale kracht die Gergjev bij het orkest genereerde in Schumann, Prokofjev en Strauss verhief de uitvoering van deze werken tot een memorabele opening van het nieuwe concertseizoen. Slechts de Liederen en dansen van de dood van Moesorgski stelden enigszins teleur.

Mezzosopraan Marianna Tarasova vulde tekst en muziek in met een zuivere intonatie en een aangenaam herfstig timbre, maar de bezongen duisternis trof in de broze orkestratie van Edison Denisov de letter van de inhoud, niet de geest. Pas in het slotlied De Veldmaarschalk herwon de Dood het grauwe en beklemmende gelaat dat idealiter de hele cyclus tekent.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Marianna Tarasova. Werken van Schumann, R. Strauss, Moesorgski en Prokofjev. Gehoord: 19/8 De Doelen, Rotterdam. Herh: 23/8 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 29/8.