Genezing op Guernsey

Duitsers zijn gek op de Kanaaleilanden: de bevolking is vriendelijk, je kunt er heerlijk wandelen en genieten van strand en zee en er wordt geen BTW geheven.

Op 30 juni 1940 bezette Hitler de vijf Kanaaleilanden en in oktober gaf de Führer de opdracht te beginnen met de bouw van de Atlantikwall. Tachtig leden van de Organisation Todt lieten een leger van 5.100 dwangarbeiders, onder wie Nederlanders, in ruim drie jaar allerlei versterkingen aanleggen. Wie nu over de prachtige klippen wandelt, kan nog veel van de bunkers en kazematten zien.

De Duitsers wilden in de rotsen van Guernsey tunnels graven om er brandstoftanks in te verstoppen. Een van die tunnelcomplexen ligt even ten zuiden van de hoofdstad Saint Peter Port. Het is een labyrint van tunnels, drie vierkante kilometer groot. De brandstoftanks met een gewicht van 60 ton ieder en een inhoud van 135.000 liter kwamen van de Frank Werke in Bremen. ,,This firm is no longer in business, courtesy of the RAF'', zegt de oude heer die mij rondleidt. Hij kan de trots in zijn stem niet verbergen.

Vier opslagtanks hebben de bezetters geïnstalleerd. Na de oorlog hebben de tuinders van Guernsey de synthetische olie gebruikt om hun kassen te verwarmen. In 1947 zijn de tanks verwijderd.

Het tweede tunnelcomplex vind ik na enig zoeken, in de parochie Saint Andrews. German Underground Hospital staat er bij de ingang. Het is het grootste bouwwerk van de Duitsers op de Kanaaleilanden: 60.000 ton rots hebben ze moeten verplaatsen om hier 500 bedden te kunnen neerzetten. Twintig meter onder de grond is het vochtig en ruikt het muf: het water stroomt langs de muren en de kleine ziekenhuisbedden zijn bijna helemaal weggeroest. Op de muren zijn nog vaag aanwijzingen te lezen: Kino, zie ik en even verderop Mortuarium. Aan het einde van een gang staat een verroeste AGA-kachel.

Het complex was centraal verwarmd en had zijn eigen stroomvoorziening. Uiteraard was er airconditioning, want tijdens een eventuele gasaanval werd het ziekenhuis hermetisch afgesloten. Voor drinkwater maakte men gebruik van een bron.

,,Wij eilanders hadden geen idee van het aantal Duitse gewonden dat hier werd verpleegd'', zegt de bejaarde dame die bij de uitgang mijn kaartje inneemt (,,we don't want you to get lost now, do we?). ,,Sommigen zeiden achthonderd en anderen zeiden duizend. Maar niet lang geleden sprak ik met een Duitse bezoeker die hier verpleegd was, en hij wist zeker dat het er achthonderd waren.''

Het ziekenhuis is slechts zes weken in gebruik geweest. In juni 1944, na D-Day, werden gewonde Duitsers naar Guernsey gebracht, maar hun verblijf ondergronds bevorderde het genezingsproces niet. Na enkele weken werden ze naar bovengrondse ziekenhuizen gebracht omdat de geallieerden geen belangstelling hadden voor `our dear Channel Islands', zoals Churchill ze noemde.

De Duitsers hebben de inventaris toen naar elders gebracht. Het complex staat nu leeg. Bij de uitgang is een kleine expositie ingericht zodat de bezoeker zich een beeld kan vormen van wat zich hier heeft afgespeeld.

Een Duitse puber met een kaalgeschoren hoofd, rugzakje en enorme soldatenkistjes aan is enthousiast bij het zien van allerlei oorlogstuig. ,,Guck Mama, das Liederbuch der Kriegsmarine!'', roept hij opgetogen. De moeder kijkt naar mij en spoort haar kaalkop aan ,,Rucksicht auf andere Leute zu nehmen''.

Een vitrine verder liggen verbandmiddelen en allerlei medische gereedschappen. Mijn oog valt op een flesje Hautentgiftungssalbe. `Salbe an Geslechtsteilen ausser Eichel anwendbar', zie ik op de verpakking staan. De jongen heeft deze uitstalkast overgeslagen en vergaapt zich een kast verder aan een verzameling Duits schiettuig. Als ik hem inhaal, zie ik dat aan zijn rugzakje een label hangt. `Aus der Fünten, Ulrich', staat er met grote letters op.