Belgisch kleuterklasje ontsiert hockeytoernooi

Met liefst 15-0 wonnen de Nederlandse hockeysters gisteren hun eerste duel bij het EK in Keulen. België was het slachtoffer. Over de smalle marges van het vrouwenhockey.

Het overkomt hem maar al te vaak. Slaat hij de krant open en leest hij dat ,,die korfballers met 38-4 hebben gewonnen''. Wat doet Tom van 't Hek in zulke gevallen? ,,Natuurlijk krab ik dan even achter mijn oren. Zo van: waar zijn we mee bezig?''

Diezelfde vraag drong zich gisteren op, na de monsterzege van zijn hockeysters op de tweede dag van het Europees kampioenschap in Keulen. Met maar liefst 15-0 won de regerend kampioen zijn eerste groepswedstrijd. België was het slachtoffer van de dadendrang van de hockeysters die bij een eindzege zeker zijn van deelname aan de Olympische Spelen.

Van 't Hek stond naderhand voor een dilemma. Wat moest de bondscoach zeggen na zo'n eenzijde vertoning? Tegenstander België met de grond gelijk maken was hem ,,te makkelijk en te typisch Nederlands''. ,,Als je met 0-0 gelijk speelt tegen Denemarken, zijn die Denen plotseling erg goed. Maar win je met 15-0 van België, dan stelt België helemaal niets voor.''

Nu was dat laatste inderdaad het geval en Van 't Hek ontkwam niet aan die conclusie. ,,Een veredeld schoolelftal'', zo typeerde hij de Belgische ploeg na enig aandringen. Veel waarde hechtte de oud-international niet aan de overwinning. ,,In Nederland zullen de trams niet stil staan.'' En tegen diegenen die vandaag hun wenkbrauwen fronsen als ze in het uitslagenblok de score 15-0 aantreffen: ,,Die mogen denken wat ze willen.''

Van 't Hek beseft het maar al te goed. ,,Hockey is en blijft een sport waar zes tot acht landen de dienst uitmaken. De basis is smal. Dat is jammer, maar zegt verder niet zoveel. Want zo kan ik wel twintig sporten opnoemen.''

Al zo vaak is Van 't Hek geconfronteerd met de zwakke plek van het Europese vrouwenhockey, dat vragen daarover hem niet langer de gordijnen injagen. Wel raakte hij deze week van de kook, toen hem tot vervelens toe werd gevraagd naar de Nederlandse groepsindeling met België, Frankrijk, Litouwen, Rusland en Schotland. De poule met Duitsland, Engeland en Spanje lijkt beduidend zwakker.

Nog één keer wilde de bondscoach het gisteren uitleggen. ,,Die indeling is zo eerlijk als wat. Uitgevoerd op basis van de Europese ranking. Dat is wel even wat anders dan Sophia Loren die wordt ingehuurd om een paar gemerkte balletjes uit een schaal te halen.''

Hoe eerlijk de indeling ook mag zijn, onduidelijk bleef gisteren waarom België van de partij is in Keulen. Zonder al teveel moeite evenaarde Nederland het record dat Duitsland in 1995 bij het EK in Amstelveen neerzette. Ook toen was België het slachtoffer.

Het kleuterklasje van bondscoach Jean-Claude Moraux had ook ditmaal beter een weekje in de Ardennen kunnen gaan kamperen. In Keulen hebben de meisjes in de gele shirts en de zwarte rokjes niets te zoeken. Slechts drie keer kwam de ploeg gisteren in de Nederlandse cirkel, waarbij keepster Clarinda Sinnige slechts eenmaal in actie hoefde te komen. ,,Foutloos gespeeld'', sprak ze cynisch.

Het kat-en-muis-spel was een stille aanklacht tegen het beleid van de Europese hockeyfederatie (EHF). Halsstarrig houdt de bond vast aan een deelnemersveld van twaalf landen, ook al staat vooraf vast dat zwakke zusters als België, Frankrijk en Tsjechië als schietschijf fungeren van de toplanden, Nederland, Duitsland en Engeland. Nu al moet gevreesd worden voor het volgende WK in Perth, waar in 2002 zestien in plaats van twaalf landen deelnemen.

Vier jaar geleden in Amstelveen maakten Zweden en België de hockeysport volstrekt belachelijk. Zweden sloot de vijf groepsduels af met een doelsaldo van -30 (0-30), België deed het net iets beter: -28 (4-32). Dat de `Rode Duivels' ondanks die wanprestatie in Keulen opnieuw voor spek en bonen mogen deelnemen, dankt het aan de gastvrijheid van de EHF.

Marianne Kooijman-Bernard, het Nederlandse lid van het EHF-bestuur, onderkent de smalle marges in het Europese vrouwenhockey. Maar kan zij het helpen dat sommige landen geen vorderingen maken? ,,Laten we niet vergeten dat Nederland zich enorm heeft verbeterd'', zegt Kooijman, in Keulen actief als toernooidirectrice. ,,Die 15-0 zegt meer over de kracht van Nederland dan over de zwakte van België.''

Monsterzeges komen het imago van de sport niet ten goede, erkende Kooijman schoorvoetend. Toch peinst de EHF er niet over het toernooi in te krimpen en, naar het voorbeeld van het ijshockey, een A-, een B- en een C-kampioenschap in te stellen. ,,Onze kwalificatietoernooien zijn scherprechter'', meent Kooijman. ,,Zonder kwantiteit krijg je nooit kwaliteit. Als wij België weren, vindt dat land nooit aansluiting. Wij streven naar een volwaardig EK, en daar hoort België bij.''

Om de sport naar een hoger plan te tillen, doet de EHF aan zendingswerk. Ruim de helft van de in totaal 43 aangesloten nationale bonden draagt het keurmerk `ontwikkelingsland'. Regelmatig stuurt de EHF coaches uit Duitsland, Engeland en Nederland op pad om ergens in Europa de beginselen van de sport met bal en stick uit te leggen. De bond organiseert uitwisselingsprogramma's en betaalt mee bij de aanschaf van een kunstgrasveld.

Ook Litouwen staat te boek als een ontwikkelingsland, maar de EK-debutant hoopt die status snel te ontstijgen. ,,Door deze week te presteren in Keulen'', zegt Dovile Rudzianskaite, voorzitster van de Litouwse hockeybond. Vandaag is de Baltische republiek, een land met slechts 1.700 hockeysters, de tegenstander van Nederland.

Een tweede monsterzege ligt in het verschiet, al weigerde Van 't Hek zich op voorhand rijk te rekenen. ,,België was voor ons een steentje op weg naar het kasteel dat wij hier willen bouwen. Daar zullen we voor moeten werken.''