Amerika voert vergeten oorlog in Irak

Ondanks aanhoudende Amerikaanse aanvallen op Irak behoudt Saddam Hussein zijn positie. De VS staan voor de vraag of ze de strijd moeten opvoeren.

Meer dan acht jaar na het einde van de Tweede Golfoorlog bestoken Amerikaanse en Britse vliegtuigen bijna dagelijks militaire doelen in Irak. Ze hebben dit jaar al meer dan drie keer zoveel doelen aangevallen als tijdens de hevige bombardementen afgelopen december. Van zijn kant doet president Saddam Hussein nog steeds alles om hen neer te schieten. Hij heeft zijn dapperen zelfs enorme financiële beloningen toegezegd als zij een geallieerd toestel naar beneden halen of een piloot gevangennemen.

Deze in de schaduw van Kosovo `vergeten oorlog' duurt slechts een paar minuten per dag en is zo'n routine geworden dat de media er vrijwel geen aandacht aan besteden. Dit tot grote tevredenheid van Washington, dat de aanvallen de afgelopen maanden uitbreidde en daaraan zo min mogelijk publiciteit gaf. De afgeworpen bommen zijn veel zwaarder dan voorheen. En de piloten mogen sinds eind januari naar eigen inzicht en zonder daarvoor toestemming te vragen álle Iraakse defensiesystemen bombarderen, zelfs als ze van daaruit niet worden aangevallen. Op grond van ,,preventieve zelfverdediging'', zoals het Pentagon dat noemt.

Voor Saddam Hussein die – tegen alle verwachtingen in – nog steeds vast in het zadel zit, is het van groot belang de Arabische wereld te laten zien dat hij als een leeuw blijft vechten tegen de Westerse supermogendheden, die met hun barbaarse sancties en hun bombardementen het Iraakse volk proberen uit te roeien. Maar deze moedige leeuw moet, om de sympathie van de massa's te krijgen, tegelijkertijd een bedreigd en onschuldig lam zijn. Dus is het voor Saddam een godsgeschenk als vrouwen en kinderen voor het oog van camera's in ziekenhuizen doodgaan of door Amerikaanse bommen in flarden worden gescheurd. Daarom worden medicijnen niet aan de bevolking geleverd, hoewel zij volgens de VN wél in de pakhuizen aanwezig zijn. En daarom is de medische apparatuur om vet af te zuigen beschikbaar voor Saddams omgeving, maar zijn de meest elementaire antibiotica onbetaalbaar of onvindbaar voor de gewone man. Het huidige scenario begon in december vorig jaar na vier nachten van intensieve Amerikaans-Britse bombardementen, die met mediabombarie gepaard gingen. Zij moesten de wereld, en vooral het uiterst kritisch gestemde Amerikaanse Congres, aantonen dat president Clinton geen zwakkeling was, en niet accepteerde dat Saddam UNSCOM, de Speciale Ontwapeningscommissie van de VN voor Irak, het werken onmogelijk had gemaakt.

Maar die bombardementen zonder toestemming van de Veiligheidsraad van de VN wekten internationaal grote wrevel, omdat men er een bevestiging in zag van een ongeremde machtspolitiek van de Verenigde Staten. Bovendien vonden Saddams Arabische buren het verontrustend dat al die bommen en kruisraketten wel enige, maar geen beslissende schade hadden toegebracht aan Saddams militaire vermogen.

Direct daarna maakte Saddam bekend dat UNSCOM nooit meer naar Irak zou mogen terugkeren, zodat het met de inspectie en vernietiging van zijn massa-vernietigingswapens voorgoed gedaan was. Bovendien zou Irak van nu af aan elk vliegtuig neerschieten dat zich zonder toestemming in de no fly zones bevond. Deze zones werden in 1991 in het noorden, en het jaar daarop in het zuiden door de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk ingesteld om Saddam te verhinderen respectievelijk zijn Koerdische en shi'itische onderdanen te bombarderen. In 1996 breidden de VS en Groot-Brittannië de zuidelijke no fly zone uit van de 32e naar de 33e breedtegraad, even ten zuiden van Bagdad, en maakten er meteen ook een no drive zone van, waar Iraakse tanks en gepantserde voertuigen verboden waren.

Een paar jaar had Irak deze zones zwijgend geduld. Nu niet langer – tot grote, stille vreugde van de politieke en militaire beleidsmakers in Washington. Vanaf 1991 hadden zij de politiek van de containment gevolgd, het in bedwang houden van Saddam. Intussen waren zij nu eens op zoek gegaan naar een krachtige oppositiebeweging, dan weer naar een Iraakse generaal die samen met het Westen en de Arabische buren bereid was om Saddam te liquideren.

Maar de oppositie bleek daarvoor te zwak en te verdeeld. En de generaal werd maar niet gevonden, ook al omdat elk Arabisch buurland zijn eigen generaal koos. Dus hoopte men in Washington op een spontane opstand in het leger tegen Saddam en probeerde men de anti-Iraakse acties zó op te voeren dat het leger zich genoodzaakt zou zien Irak van Saddam te verlossen.

Die politieke koers werd direct na de bombardementen van december door Sandy Berger, de Nationale Veiligheidsadviseur van president Clinton, op een persconferentie opnieuw versluierd verwoord. Hij zei dat er maar twee mogelijkheden waren: of Iraks totale, maar zeer onwaarschijnlijke inwilliging van de eisen die de Veiligheidsraad had gesteld, of de onvermijdelijke val van Saddam Hussein.

Hij beloofde dat de VS militair geweld zouden blijven gebruiken om militaire installaties te vernietigen als Saddam die weer in gebruik zou nemen. En men zou Saddam niet toestaan crises te beginnen en weer te beëindigen als hém dat uitkwam. Van militaire zijde werd bevestigd dat Washington van nu af aan het initiatief zou nemen, om niet langer gedwongen te zijn miljarden verslindende expedities naar de Golf te sturen zodra Saddam weer eens agressief werd.

Op dat moment wist Berger nog niet dat Saddam frontaal in de aanval zou gaan. Niet alleen tegen UNSCOM en de no fly zones, maar ook tegen Saoedi-Arabië en Koeweit, die hij feller dan ooit beschuldigde van verraad en onderworpenheid aan de imperialisten. Berger wist wél dat Saddam binnen een half jaar zijn chemische en biologische wapenprogramma's weer zou kunnen opbouwen, en binnen maximaal drie jaar zijn atoomwapens, zonder dat de Amerikanen dat direct zouden ontdekken of er iets tegen konden ondernemen.

In feite werd de politiek van de containment gehandhaafd met het argument dat de VS diezelfde politiek tegenover de Sovjet-Unie hadden gevolgd, die na veertig jaar succesvol was gebleken. Het wachtwoord was: geduld.

Maar het Witte Huis staat onder toenemende druk van het Congres. Van de Republikeinen die Clintons `slappe Irak-politiek' een mooie gelegenheid vinden om hem dwars te zitten. Maar ook van de Democraten die ervan overtuigd zijn dat Saddam op termijn een levensgevaarlijke bedreiging is voor de hele regio en voor de Amerikaanse nationale belangen. Alle onafhankelijke militaire deskundigen zowel binnen als buiten UNSCOM zijn het met die laatste visie eens. Er is echter geen enkel hard bewijs dat Saddam zijn massa-vernietigingswapens weer optuigt. Niemand weet waarmee hij bezig is en of hij zijn ploeg van gespecialiseerde wapenexperts, die hij nu al negen jaar doorbetaalt, niet ondergronds aan het werk zet.

Vandaar dat de voor- en tegenstanders van een harde politiek tegenover Saddam het erover eens zijn dat de een of andere vorm van internationale wapencontrole in Irak noodzakelijk is. Als daarover in de Veiligheidsraad de komende maanden geen overeenstemming wordt bereikt, zal het sanctieregime tegen Irak langzaam maar zeker ineen storten. Dan zullen The Evil Three, zoals Rusland, China en Frankrijk in Washington worden genoemd, hun eigen gang gaan, gevolgd door een aantal landen uit de Arabische en de Derde Wereld. Ze willen zo snel mogelijk goede zaken doen met Irak, al was het maar om zijn miljardenschulden alsnog te innen. Maar als Saddam zijn olie vrijelijk kan exporteren, zal hij over voldoende financiële middelen beschikken om zijn wapenfantasieën in wapenfeiten om te zetten.

Daarom is het debat binnen de Amerikaanse overheid en ook binnen het Congres weer opgelaaid over de vraag of men de huidige oorlog op een laag pitje moet voortzetten of staken, dan wel tot hardere aanvallen moet overgaan.