Zalm in de knel met steun aan pomphouders

Minister Zalm zit met de steun aan benzinestations in een lastig parket. Hij moet van 450 pomphouders de verleende steun terugvorderen, maar als hij dat doet wordt hij belaagd met processen wegens onbehoorlijk bestuur.

Het ministerie van Financiën zal zo snel mogelijk de betaling van tijdelijke steun aan 183 zelfstandige pomphouders in de grensstreek die daar recht op hebben, hervatten.

Vorige week vrijdag is de betaling aan alle pomphouders (633) die volgens Financiën in aanmerking kwamen voor compensatie voor de accijnsverhoging van 1997 stopgezet. De Europese Commissie had de steun aan 450 ondernemers eind juli verboden.

`Brussel' kwam bij het onderzoek tot de conclusie dat 200 aanvragen onterecht door Zalm zijn gehonoreerd, omdat de betrokken pomphouders geen zelfstandige ondernemers zijn waarvoor de `de-minimis'-regeling is bedoeld, maar deel uitmaken van een keten of anderszins van een groter geheel. 250 anderen werden afgewezen omdat ze niet hadden meegewerkt aan een volledige informatieverstrekking.

Financiën kon niet direct onderscheid maken tussen die 450 en de 183 overige pomphouders die terecht steun ontvangen, omdat de ondernemers in de beschikking om privacy-redenen zijn genummerd. Zalm moet de steun die is uitbetaald van 450 pomphouders terugvorderen. ,,We wilden niet blijven doorbetalen aan bedrijven waar we binnenkort het geld weer van moeten terugvorderen'', aldus Zalms woordvoerder. ,,We werken hard om elke pomphouder zo snel mogelijk te informeren of de betaling wordt hervat of niet.''

Morgenmiddag zijn de branche-organisaties van de pomphouders uitgenodigd voor overleg op het ministerie. De Bond van garagehouders (Bovag) zegt dat de ,,eerste insteek'' daarbij is om minister Zalm ertoe te bewegen beroep tegen de beslissing van de Europese Commissie in te stellen. Ook de oliemaatschappijen zitten op die lijn. Als het beroep mislukt zal de branche bepleiten dat de hele accijnsverhoging van 1 juli 1997 wordt teruggedraaid.

Dat laatste is een vrome wens, want noch het kabinet noch de Tweede Kamer acht het een reële mogelijkheid. Per 1 juli 1997 werden de accijnzen op benzine in Nederland met 11 cent en op dieselolie met vijf cent per liter verhoogd, waardoor er een aanzienlijk verschil in de pompprijs met Duitsland ontstond. De pomphouders in het grensgebied dreigden hierdoor het grootste deel van hun omzet aan de Duitse collega's te verliezen. MKB-Nederland en de Bovag berekenden dat de detailhandel 750 miljoen gulden aan omzet zou verliezen en de overheid per saldo 200 miljoen gulden minder aan accijns en BTW zou innen.

De Tweede Kamer was onder druk van het kabinet akkoord gegaan met de accijnsverhoging, maar stelde als voorwaarde dat de betrokken pomphouders tijdelijk compensatie zouden ontvangen. Daarmee werd vooruitgelopen op een accijnsverhoging in Duitsland, die het prijsverschil zou neutraliseren.

Minister Zalm kwam met de Tijdelijke regeling subsidie tankstations op de proppen, op basis van de Europese `de-minimis'-regeling: maximaal 100.000 ecu (ruim 220.000 gulden) per onderneming over een periode van drie jaar.

Oliemaatschappijen hebben volgens kenners van de branche een rol gespeeld bij de gebrekkige informatieverstrekking aan Brussel omdat ze een deel van de betrokkenen adviseerden geen inzage te geven in de contracten voor levering van brandstof. Shell bijvoorbeeld vond die inzage niet nodig, en oordeelde ook dat gedetailleerde informatie die gevraagd was over marktaandelen in de grensstreek ,,irrelevant'' en ,,commercieel gevoelig'' was.

Multinationals als Shell lijden zelf geen schade van een verschuiving van hun marktaandeel over de grens, zegt de Europese Commissie, want ook in Duitsland hebben ze pompstations. Maar tegelijk met de accijnskwestie speelde er in Nederland (en nog steeds) een gevoelige kwestie. Justitie doet onderzoek naar eventuele prijsafspraken tussen oliemaatschappijen. In zo'n situatie zijn de concerns extra op hun hoede.

Intussen is het prijsverschil voor benzine tussen Nederland en Duitsland kleiner geworden door de `groene' belasting van 7 pfennig die de oosterburen sinds kort per liter heffen. Bovendien blijkt het verschil in accijnsheffing tussen de twee landen vrij gering. Volgens het Internationaal Energie Agentschap bedroeg de accijns in Nederland per 1 mei op premium benzine (`Euro') 586,8 euro per 1.000 liter en in Duitsland 582,9 euro.

Het verschil tussen de pompprijzen in Nederland en Duitsland is weliswaar verminderd, maar aanzienlijk groter dan de accijnshoogte en justitie wil graag weten wat daarvan de oorzaak is. Volgens de benzinebranche is vooral de overheid schuldig aan de treurnis van de pomphouders. Minister Zalm zou immers voor een houdbare compensatieregeling zorgen. Ook de Tweede Kamer vindt dat Zalm verplichtingen jegens de pomphouders heeft. ,,Afspraak is afspraak'', zegt VVD-Kamerlid Hofstra.

Maar de minister had de informatievoorziening van de pomphouders aan Brussel niet in de hand. Ze zullen naar de rechter stappen als ze moeten terugbetalen, en Zalm verwijten dat hij zich niet houdt aan het beginsel van behoorlijk bestuur.