Woonhuis Magritte als museum geopend

Nummer 135 van de Esseghemstraat in Brussel is een onopvallend rijtjeshuis. Op het bordje op de deurpost staat de naam van de vroegere bewoner: René Magritte. Het huis van de schilder werd deze zomer opengesteld als museum.

Het vroegere huis van de Belgische schilder René Magritte (1898-1967) staat in een rustige straat van de Brusselse buitenwijk Jette. Samen met zijn echtgenote Georgette huurde Magritte tussen 1930 en 1954 de benedenverdieping van het pand. Het echtpaar was net teruggekeerd van een driejarig verblijf in Parijs, waar Magritte contact had gelegd met surrealisten als André Breton, Salvador Dali, Jean Arp en Max Ernst. Maar door een onbenullige ruzie met Breton werd Magritte in 1929 door de Parijse surrealistische beweging geëxcommuniceerd en keerde hij enkele maanden later terug naar de anonimiteit van de armoedige wijk Jette. Hier zou Magritte zich ontwikkelen tot een vooraanstaande figuur binnen het Belgische surrealisme en schilderde hij de belangrijkste werken uit zijn oeuvre.

Dankzij verhalen van Magrittes weduwe Georgette (overleden in 1987) en gesprekken met de andere huurders van het huis heeft het museum kunnen achterhalen hoe de woning van de Magrittes er destijds heeft uitgezien. De drie kamers op de begane grond zijn zorgvuldig gereconstrueerd en voor een groot deel ingericht met de originele meubelen. Op de eerste en tweede verdieping van het museum wordt de levensloop van de beroemde schilder verduidelijkt met foto's uit het familiealbum, brieven, affiches, schilderijen van tijdgenoten en allerhande curiositeiten als een chequeboekje, een treinkaartje, een paspoort, een testament, een wandelstok en natuurlijk de onvermijdelijke pijp, vereeuwigd in Magrittes beroemdste schilderij met het opschrift `Ceci n'est pas une pipe'.

Het woonhuis zelf bevat weinig verrassingen en is, in tegenstelling tot je van een groot kunstenaar zou verwachten, kleinburgerlijk ingericht met rood-witgeblokte kleedjes op de keukentafel, een gehaakte sprei op het bed en deftige meubelen op een Perzisch tapijt. Alleen de felle kleuren van de muren en het uit verfstippen opgebouwde panterpatroon op de houten vloer geven de kamers een persoonlijk tintje.

Achter in de tuin staat een tuinhuisje dat Magritte samen met zijn broer Paul had ingericht als het grafisch ontwerpbureau Studio Dongo. Hier ontwierpen en drukten de broers reclameposters om zo in hun levensonderhoud te voorzien. Lange tijd ging het gerucht dat de twee hier op hun eigengemaakte drukpers ook valse biljetten van honderd frank zouden drukken, een verhaal dat later door Georgette de kop in werd gedrukt. Wel is bekend dat René Magritte tijdens de Tweede Wereldoorlog vervalsingen van tekeningen en schilderijen in omloop bracht, niet alleen van tijdgenoten als Picasso, Braque en De Chirico, maar ook van oude meesters als Titiaan en Hobbema.

Zijn schilderijen maakte Magritte niet in Studio Dongo, maar in de `alleskamer', een aan de keuken grenzend kamertje van nauwelijks drie bij vier meter waar net een eettafel en een schildersezel in pasten. In deze ruimte las en at hij, hier schaakte de schilder met zijn vrienden en hield hij in de weekeinden vergaderingen en feestjes met de andere surrealisten. Ingeklemd tussen tafel, deur en kachel schiep Magritte tientallen meesterwerken op deze paar schaars verlichte vierkante meters. De schildersezel, een schaakbord, een asbak, een leesbril en een oud exemplaar van de Belgische krant Le Soir herinneren nu aan de verschillende functies van de `alleskamer'.

Verreweg het leukste aan de rondgang door het huis is de ontdekking van voorwerpen of details die je kent uit de schilderijen van Magritte. Onmiddellijk herkenbaar is de schouw in de slaapkamer, afgebeeld op het schilderij La durée poignardée uit 1938. Hierin dendert een trein het vertrek binnen op de plek waar normaalgesproken de kachel hoort te zitten. Het schuifraam in de salon, met zijn gebogen bovendrempel en zijn zware bruine overgordijnen, behoort al helemaal tot onze collectieve herinnering. Magritte schilderde het raam – dat destijds nog uitzicht bood op het weidse landschap maar inmiddels uitkijkt op de rijtjeshuizen aan de overkant van de straat – meerdere malen, onder andere in zijn bekende werk La condition humaine uit 1933. Afgebeeld is een landschapsschilderij dat op een ezel voor het raam staat en daar naadloos overloopt in het uitzicht met grasland, bomen en wolken. Het geschilderde raam, dat op een ingenieuze manier speelt met het gegeven van kunst als afspiegeling van de werkelijkheid, kan misschien wel beschouwd worden als het beroemdste venster uit de geschiedenis van de moderne kunst.

René Magritte Museum, Esseghemstraat 135, Jette, Brussel. Wo t/m zo 10-18u. Informatie: 0032 2 4282626. Toegang: Bf 240,-.